ECLI:NL:PHR:2022:978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van adhesive voor tandheelkundig gebruik in de Gecombineerde Nomenclatuur
Deze zaak betreft de tariefindeling van producten die worden gebruikt voor het bevestigen van brackets op tanden, zogenoemde adhesives. Belanghebbende voerde aan dat deze producten ingedeeld moesten worden onder postonderverdeling 3006 40 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), die tandcement en andere producten voor tandvulling omvat. De Inspecteur en Staatssecretaris stelden dat de producten onder post 3506 10 00 vallen, die lijmen en kleefmiddelen omvat.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat producten met meerdere componenten als assortimenten moeten worden gezien waarvan het wezenlijk karakter wordt bepaald door de adhesive. Zij concludeerden dat deze producten niet als tandcement kunnen worden aangemerkt omdat de adhesive niet wordt gebruikt voor tandvulling, maar voor het bevestigen van brackets. Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat tandcement een bredere betekenis heeft dan alleen producten voor tandvulling.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof onjuist had geoordeeld en dat de adhesive vanwege haar therapeutische eigenschappen onder hoofdstuk 30 van de GN moest worden ingedeeld. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de adhesive niet als product voor tandvulling kan worden beschouwd en dat de indeling onder post 3506 correct is. De Hoge Raad werd geadviseerd het cassatieberoep ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de adhesive wordt ingedeeld onder post 3506 10 00 van de GN.