Conclusie
Nummer21/01897
Inleiding
Het eerste middel
Bewijsvoering
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken voor twee diefstallen, waaronder de diefstal van een paspoort uit een auto te Rotterdam. Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 5 weken.
In cassatie werden drie middelen aangevoerd: het gebruik van bewijsmiddelen die geen betrekking zouden hebben op het ten laste gelegde feit, het ontbreken van een ondertekende aangifte en de beslissing tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. De procureur-generaal concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld, waarbij een kennelijke verschrijving in het proces-verbaalnummer werd hersteld en het ontbreken van een handtekening geen schending van het recht oplevert.
Ook werd vastgesteld dat de verdediging tijdens de terechtzitting geen verweer voerde tegen de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. De middelen falen derhalve, en de conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde gevangenisstraf en tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf blijven gehandhaafd.