Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Bewijsoverwegingen
[verdachte]te zeggen dat hij zich (wel) moet melden. Het gesprek van 6 februari 2019 sluit daar op aan. Daarin zegt [betrokkene 3] dat
[verdachte]ook wel zin had om iets te slaan, waarna [betrokkene 2] ogenschijnlijk trots zegt: “Mijn broda, broer (...), leip hè, broer?”. Zijn gesprekspartner spreekt [betrokkene 2] met ‘broer’ aan; [verdachte] is zijn ‘broda’.