Conclusie
Nummer22/00155 P
Inleiding
De zaak: samenvatting
Het eerste middel
De voordeelberekening
Grondslag van de ontneming en schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Parket bij de Hoge Raad
De betrokkene is veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit in een woning met een hennepkwekerij. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €48.113,- en legde een betalingsverplichting van €43.301,- op, rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Het hof rekende het gehele voordeel toe aan de betrokkene, hoewel het zelf aannam dat er een mededader was en dat het voordeel pondspondsgewijs verdeeld zou moeten worden. Dit leidde tot een ongerijmdheid waartegen cassatie werd ingesteld.
Daarnaast werd geklaagd over de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie, wat eveneens een vermindering van de betalingsverplichting rechtvaardigt.
De procureur-generaal concludeert tot vernietiging van het arrest voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betreft, met de suggestie dat de Hoge Raad deze kan halveren en verder verminderen. Voor het overige dient het cassatieberoep te worden verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betreft en overweegt deze te halveren en verder te verminderen.