ECLI:NL:PHR:2023:1137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beklag beslag op bedrijfspanden in fraudezaak voedselketen
De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 7 maart 2023 de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag ex art. 98 Sv Pro jo. 552a Sv tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 30 augustus 2022 betreffende beslag op fysieke dossiers en back-up van ICT-systemen in verband met verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De klaagster, die geen verschoningsgerechtigde is, stond geen rechtsmiddel toe tegen deze beschikking, waardoor het beklag niet ontvankelijk werd verklaard. Tegen deze beslissing stelde de klaagster cassatieberoep in, met als grondslag de niet-ontvankelijkverklaring van haar beklag.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, omdat de klaagster geen belanghebbende is die een rechtsmiddel kan instellen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. De conclusie strekt tot bevestiging van de niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.
Deze zaak maakt deel uit van een samenhangende reeks van zaken met betrekking tot soortgelijke beklagen tegen beslagleggingen in dezelfde fraudeonderzoeken. De Hoge Raad zal in deze zaak en de samenhangende zaken de niet-ontvankelijkverklaring bevestigen.
Uitkomst: De klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beklag.