ECLI:NL:PHR:2023:1140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep klaagster tegen beslagbeschikking in fraudezaak voedselketen
In deze zaak heeft de rechtbank Oost-Brabant de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klaagschrift op grond van artikel 98 lid 4 Sv Pro in verbinding met artikel 552a Sv tegen een beschikking van de rechter-commissaris. De beschikking betrof beslaglegging op fysieke dossiers en een back-up van het ICT-systeem in het kader van een verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De klaagster, die geen verschoningsgerechtigde is, stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de klaagster geen rechtsmiddel heeft tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Deze conclusie sluit aan bij eerdere conclusies in samenhangende zaken met vergelijkbare omstandigheden.
De Hoge Raad zal de klaagster daarom niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De zaak betreft een procedurele beoordeling van ontvankelijkheid en rechtsmiddelen tegen beslagbeschikkingen in strafzaken die samenhangen met een onderzoek naar fraude in de voedselketen.
De conclusie is van 19 december 2023 en is onderdeel van een reeks samenhangende zaken die gelijktijdig worden behandeld. De inhoud van de klaagschriften, processen-verbaal en beschikkingen is vrijwel identiek in deze zaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de klaagster niet-ontvankelijk.