ECLI:NL:PHR:2023:1144
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beklag beslag bedrijfspanden wegens grootschalige fraude
De zaak betreft een cassatieberoep van een klaagster tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beklag ex art. 98 Sv Pro jo. 552a Sv door de rechtbank Oost-Brabant. Het beklag richt zich tegen een beschikking van de rechter-commissaris betreffende beslaglegging op fysieke dossiers en een back-up van het ICT-systeem in bedrijfspanden, in verband met verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De rechtbank heeft het beklag van de klaagster niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen verschoningsgerechtigde is en er geen rechtsmiddel openstaat tegen de beschikking van de rechter-commissaris. De klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, met één middel dat zich richt op de ontvankelijkheid.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, verwijzend naar de motivering in een samenhangende zaak. De Hoge Raad zal de klaagster dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De beschikking van de rechtbank dateert van 7 maart 2023, ondanks enkele datumverschrijvingen in de stukken.
De zaak maakt deel uit van een reeks samenhangende zaken met vergelijkbare kwesties omtrent beslaglegging en beklagprocedures. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot bevestiging van de niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard.