ECLI:NL:PHR:2023:1146
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beklag beslag bedrijfspanden in fraudezaak voedselketen
In deze zaak betreft het cassatieberoep van een klager tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn klaagschrift ex art. 98 lid 4 Sv Pro in verbinding met art. 552a Sv, gericht tegen een beschikking van de rechter-commissaris over beslaglegging op fysieke dossiers en back-ups van ICT-systemen in het kader van een verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het beklag van de klager terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de klager geen verschoningsgerechtigde is en tegen deze beschikking geen rechtsmiddel openstaat. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep eveneens niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De conclusie is gebaseerd op eerdere conclusies in samenhangende zaken met gelijke rechtsvragen.
De procedure omvatte een beschikking van de rechtbank van 7 maart 2023, waarbij het klaagschrift op 7 februari 2023 in raadkamer werd behandeld. De cassatie werd ingesteld op 21 maart 2023. De inhoud van de klaagschriften, processen-verbaal en beschikkingen in deze samenhangende zaken zijn vrijwel identiek, wat de samenhang en uniformiteit van de beoordeling onderstreept.
De Hoge Raad zal de klager niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep, waarmee het beklag tegen het beslag definitief wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.