ECLI:NL:PHR:2023:1149
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over beslag en teruggave fysieke dossiers en ICT-back-ups bij verdenking grootschalige voedselketenfraude
In deze zaak staat het cassatieberoep van een klaagster centraal tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2023. De beschikking betrof het gegrond verklaren van het klaagschrift tot opheffing van beslag op fysieke goederen en de teruggave daarvan aan de redelijkerwijs rechthebbende, terwijl het beklag voor het overige ongegrond werd verklaard.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft drie middelen van cassatie beoordeeld. Het eerste middel faalde, het tweede bleef onbesproken, en het derde middel slaagde. Op grond hiervan concludeert de AG tot gedeeltelijke vernietiging van de beschikking, specifiek wat betreft de last tot teruggave van het fysieke beslag aan de redelijkerwijs rechthebbende, en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank voor herbeoordeling.
Daarnaast wordt de klaagster niet-ontvankelijk verklaard voor zover het beroep betrekking heeft op klachten over het verschoningsrecht. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De procedure kende samenhang met meerdere andere zaken met soortgelijke klachten en beslissingen.
De beschikking van de rechtbank werd in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2023, na behandeling in de raadkamer op 7 februari 2023. De cassatie werd ingesteld op 21 maart 2023. De conclusie van de AG is een belangrijke aanwijzing voor de Hoge Raad om de teruggave van beslag nader te toetsen en de procedure correct te laten voortzetten.
Uitkomst: Gedeeltelijke vernietiging van de beschikking en terugwijzing voor herbeoordeling van de teruggave van beslag.