ECLI:NL:PHR:2023:1151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring en verwerping cassatieberoep inzake beslag op bedrijfsdossiers bij verdenking fraude voedselketen
In deze zaak is cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het klaagschrift van de klager ex art. 552a Sv ongegrond heeft verklaard. Het klaagschrift strekte tot opheffing van beslag en teruggave van inbeslaggenomen fysieke dossiers en back-ups van ICT-systemen, in verband met verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen.
De behandeling van het klaagschrift vond plaats in de meervoudige economische raadkamer, waarbij de zitting op 7 februari 2023 openbaar was. De rechtbank heeft op 7 maart 2023 de beschikking uitgesproken. De Procureur-Generaal concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het klachten betreft over het verschoningsrecht, en het beroep voor het overige moet worden verworpen.
De conclusie is gebaseerd op een inhoudelijke beoordeling van de middelen van cassatie, waarvan het eerste middel faalt en het tweede middel onbesproken blijft. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om de bestreden uitspraak te vernietigen. De zaak maakt deel uit van een samenhangende reeks van vergelijkbare zaken waarin gelijktijdig conclusies zijn genomen.
De procedure kenmerkt zich door nauwkeurige procesgang, waaronder de openbare behandeling in de raadkamer en het tijdig instellen van het cassatieberoep. De inhoud van de klaagschriften en beschikkingen is vrijwel identiek in de samenhangende zaken, wat wijst op een uniforme behandeling van de klachten over beslaglegging in deze fraudeonderzoeken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor klachten over het verschoningsrecht en voor het overige verworpen.