ECLI:NL:PHR:2023:1217

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
29 december 2023
Zaaknummer
23/00618
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1313/2014Art. 81(1) ROArt. 0811 GNArt. 2008 GNAlgemene indelingsregel 1 GN
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Indeling en antidumpingrechten bevroren mandarijnenpartjes in de Gecombineerde Nomenclatuur

Belanghebbende, als direct vertegenwoordiger van een in Zwitserland gevestigde vennootschap, deed aangifte voor in het vrije verkeer brengen van bevroren mandarijnenpartjes die chemisch ontvliezen ondergingen. De Inspecteur corrigeerde de goederencode van 0811 90 95 naar 2008 30 90 en legde antidumpingrechten op op grond van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1313/2014.

De Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat ontvliezen gelijkstaat aan pellen, een toegestane bewerking onder hoofdstuk 8 van de GN, en vernietigde de uitnodigingen tot betaling. Het Hof Amsterdam kwam tot het tegenovergestelde oordeel, dat ontvliezen een meer ingrijpende bereiding is die indeling onder post 2008 vereist en bevestigde de antidumpingrechten.

In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte niet heeft erkend dat het vliesje tot de schil behoort en dat het verwijderen daarvan pellen is. De Procureur-Generaal concludeerde dat de mandarijnenpartjes zonder vlies nog steeds de wezenlijke kenmerken van mandarijnen hebben en daarom onder post 0811 moeten worden ingedeeld. Hierdoor is geen antidumpingrecht verschuldigd. Het cassatieberoep werd gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat de mandarijnenpartjes onder post 0811 van de GN vallen en geen antidumpingrechten verschuldigd zijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/00618
Datum29 december 2023
BelastingkamerA
Onderwerp/tijdvakDouanerecht 2015 t/m 2018
Nr. Gerechtshof 21/00543 en 21/00544
Nr. Rechtbank HAA 19/4687 en HAA 19/4688
CONCLUSIE
C.M. Ettema
In de zaak van
[X] B.V.
tegen
de staatssecretaris van Financiën

1.Overzicht

Inleiding

1.1
Deze conclusie betreft een beslissing over de indeling van bevroren mandarijnenpartjes in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De desbetreffende mandarijnenpartjes hebben een behandeling ondergaan met als doel het vlies van de partjes te verwijderen. Belanghebbende heeft als direct vertegenwoordiger van een in Zwitserland gevestigde vennootschap aangifte gedaan voor in het vrije verkeer brengen van deze producten. Deze zaak hangt samen met de zaak met nummer 23/00619. Belanghebbende heeft ook als direct vertegenwoordiger van de belanghebbende in die zaak aangiften gedaan voor in het vrije verkeer brengen van bevroren mandarijnenpartjes.
1.2
In geschil is of de bevroren mandarijnenpartjes moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 0811 90 95 (standpunt belanghebbende) dan wel in postonderverdeling 2008 30 90 (standpunt Inspecteur). In het bijzonder is in geschil of het verwijderen van het vliesje om de mandarijnenpartjes een bewerking is die voor indeling onder post 0811 is toegestaan dan wel een meer ingrijpende bewerking die noopt tot indeling onder post 2800. Indien de mandarijnenpartjes moeten worden ingedeeld in onderverdeling 2008 30 90 is in geschil of het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1313/2014 van toepassing is.
Hoe pelt/schilt men een mandarijn?
1.3
Alle delen van een mandarijnen zijn eetbaar, ook de schil. Omdat de schil best bitter smaakt, wordt een mandarijn doorgaans gepeld of geschild voordat deze wordt geconsumeerd. Over wat precies onder pellen of schillen wordt verstaan, kan verschillend worden gedacht. Dat hangt voornamelijk af van wat men wel en niet lekker vindt aan een mandarijn. De ene persoon verwijdert alleen de buitenschil. De meesten, [1] tot die groep behoor ik, halen ook het zachte witte weefsel onder de schil weg dat meestal na het pellen nog aan de mandarijn vast zit en ook de witte draadjes in de kern van de mandarijn. En weer anderen verwijderen ook nog het vliesje dat om het mandarijnenpartje zit. En zo, dus zonder het vliesje, treffen we een mandarijnenpartje vaak aan op een vruchtentaartje bij de bakker of in een dessert. Er zijn aardige filmpjes te vinden op
YouTubeover de verschillende pel- of schilmethoden van een mandarijn. [2] Daarop is onder meer te zien hoe een mandarijn handmatig van het vliesje wordt verlost met een pincet of door de partjes een nacht in water met pectine te weken.
1.4
Voor de indeling in de GN zijn de ervaringen van consumenten echter in het algemeen van weinig belang. Niet de wijze waarop consumenten producten beoordelen is bepalend voor de indeling, maar de objectief vast te stellen eigenschappen en kenmerken van het in te delen product. De vraag is daarom of de mandarijnenpartjes door het ontvliezen volgens objectieve maatstaven nog als (delen van) vruchten zijn aan te merken of niet.
1.5
De Rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord, het Hof ontkennend. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de uitnodigingen tot betaling voor het antidumpingrecht terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.
Cassatiemiddelen
1.6
In cassatie stelt belanghebbende twee middelen voor.
Middel Iis gericht tegen het oordeel van het Hof over de indeling van de mandarijnenpartjes in de GN.
Middel IIis gericht tegen het oordeel van het Hof dat antidumpingrechten kunnen worden geheven ter zake van in het vrije verkeer brengen van de ingevroren mandarijnenpartjes.
Opbouw van de conclusie
1.7
De conclusie is als volgt opgebouwd. In onderdeel 2 zijn de feiten en het geding in feitelijke instanties weergegeven. Onderdeel 3 bevat een uiteenzetting van het geding in cassatie. In onderdeel 4 bespreek ik de wettelijke bepalingen en toelichtingen. Onderdeel 5 bevat mijn beschouwing over de tariefindeling van de mandarijnenpartjes.
1.8
Ik kom tot de slotsom dat vruchten als bedoeld in post 0811 van de GN mede producten omvatten die de wezenskenmerken van (delen van) die vrucht hebben. Mandarijnenpartjes die van het vliesje zijn ontdaan, hebben nog de wezenskenmerken van (delen van) een mandarijn. Zij worden ingedeeld onder post 0811 van de GN.
Middel Islaagt dus. Aan middel II wordt dan niet toegekomen.
1.9
Mocht de Hoge Raad mij daarin niet volgen, dan bespreek ik voor dat geval in onderdeel 6 de vraag of antidumpingrechten verschuldigd zijn. Ik meen dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord.
Middel IIfaalt dan.
Conclusie
1.1
Ik geef de Hoge Raad daarom in overweging het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond te verklaren.

2.De feiten en het geding in feitelijke instanties

De feiten

2.1
Belanghebbende heeft gedurende de jaren 2015 tot en met 2018 verschillende keren aangifte gedaan voor in het vrije verkeer brengen van bevroren mandarijnenpartjes. De aangiften vermelden als toepasselijke goederencode 0811 90 95 van de Gecombineerde nomenclatuur (GN). Als land van oorsprong is China vermeld.
2.2
De hiervoor bedoelde aangiften heeft belanghebbende gedaan als direct vertegenwoordiger van een in Zwitserland gevestigde vennootschap. Aangezien deze vennootschap niet in het douanegebied van de Unie is gevestigd, is geen sprake van een rechtsgeldige vertegenwoordiging. Om die reden is belanghebbende aangemerkt als aangever die in eigen naam en voor eigen rekening heeft gehandeld.
2.3
De Inspecteur heeft bij belanghebbende een controle na invoer ingesteld. Op grond daarvan heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de mandarijnenpartjes onder de verkeerde goederencode zijn ingedeeld. De Inspecteur is van mening dat het ontdoen van de vliezen van de mandarijnenpartjes door een chemische behandeling, een behandeling is die verder gaat dan de behandelingen die zijn toegestaan voor indeling onder hoofdstuk 8 van de GN. Hij heeft de indeling van de mandarijnenpartjes gecorrigeerd naar postonderverdeling 2008 3090 van de GN. Vervolgens heeft de Inspecteur bij de onderhavige uitnodigingen tot betaling douanerechten, antidumpingrechten en omzetbelasting nagevorderd.
Rechtbank Noord-Holland
2.4
Voor de rechtbank Noord-Holland (de Rechtbank) is in geschil of de mandarijnenpartjes moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 0811 90 95 dan wel in onderverdeling 2008 30 90. Indien de mandarijnenpartjes moeten worden ingedeeld in onderverdeling 2008 30 90 is in geschil of het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1313/2014 van toepassing is.
2.5
De Rechtbank oordeelt dat het ontvliezen geen ‘wijze van bereiden’ is. Dat is onder meer het in de GS-toelichting bij hoofdstuk 8 genoemde stomen, in water of met toegevoegde zoetstof koken, dehydreren, evaporeren en droogvriezen. Het ontvliezen valt naar het oordeel van de Rechtbank onder pellen. Dit is een bewerking die is toegestaan voor indeling onder hoofdstuk 8 van de GN. De Rechtbank heeft het beroep met betrekking tot de uitnodigingen tot betaling gegrond verklaard en deze uitnodigingen vernietigd. [3]
Gerechtshof Amsterdam
2.6
Het gerechtshof Amsterdam (het Hof) oordeelt, anders dan de Rechtbank, dat de mandarijnenpartjes moeten worden ingedeeld in 2008 30 90, omdat het ontvliezen een wijze van bereiden is die verder gaat dan de bewerkingen die zijn toegestaan binnen post 0811. Het ontvliezen is geen pellen of schillen van de vrucht, omdat het vlies de schil is van de partjes en niet van de mandarijn. Verder oordeelt het Hof dat de antidumpingrechten niet alleen betrekking kunnen hebben op mandarijnenpartjes in blik, zoals belanghebbende betoogt. Bevroren mandarijnenpartjes hebben dezelfde kenmerken als ingeblikte mandarijnenpartjes en zijn bestemd voor hetzelfde gebruik als ingeblikte mandarijnenpartjes. Daarom concurreren zij ook met elkaar. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. [4]

3.Het geding in cassatie

3.1
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld. Zij voert twee middelen aan.
3.2
Middel Iis gericht tegen het oordeel van het Hof over de indeling van de mandarijnenpartjes. Het middel voert aan dat het Hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan ‘bereiden’. Volgens het middel behoort het vlies tot de schil en kwalificeert het verwijderen daarvan als pellen. Het middel gaat in op de wetenschappelijke samenstelling van de citrusvruchten, de definities van het woord ‘pellen’ en de Engelse taalversie van de GS-toelichting. Verder voert het aan dat het Hof ten onrechte niet is ingegaan op de wetenschappelijke samenstelling van mandarijnen. Het Hof is voorbijgegaan aan de door belanghebbende aangedragen argumenten, maar heeft niet onderbouwd waarom het tot een ander oordeel komt. Het oordeel is daarom onvoldoende gemotiveerd.
3.3
Middel IIis gericht tegen het oordeel dat antidumpingrechten kunnen worden geheven over de ingevroren mandarijnenpartjes. Het middel betoogt dat de antidumpingrechten alleen betrekking hebben op mandarijnen in blik, oftewel conserven. Dat volgt uit diverse overwegingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1313/2014. Ook geeft het Hof een verkeerde uitleg en een verkeerde toepassing aan het arrest
Steinel Vertrieb [5] van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof van Justitie). De bevroren mandarijnenpartjes kwalificeren niet als producten zoals bedoeld in de antidumpingheffingverordening. Het Hof oordeelt ten onrechte en ongemotiveerd dat de onderhavige mandarijnenpartjes geen bijkomende kenmerken hebben, dat ze voor hetzelfde gebruik als ingeblikte mandarijnenpartjes geschikt zijn en dus kunnen concurreren met elkaar.
3.4
De staatssecretaris van Financiën (de Staatssecretaris) heeft een verweerschrift ingediend. De Staatssecretaris betoogt dat belanghebbende de opbouw van een mandarijn onjuist weergeeft en daarmee de definitie van ‘pellen’ en ‘schillen’. De vliezen maken geen deel uit van de schil, maar van de mandarijnenpartjes zelf. Het Hof heeft het arrest
Steinel Vertriebgoed toegepast. Het is nagegaan of sprake is van verschillende producten (geen nieuw product, dezelfde kenmerken, concurrentie).
3.5
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

4.De wettelijke bepalingen en toelichtingen

4.1
Voor het jaar 2015 is de toepasselijke GN opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014. [6] In de jaren 2016 tot en met 2018 zijn de voor deze zaak relevante postonderverdelingen niet gewijzigd. [7]
4.2
Hoofdstuk 8 van de GN heeft als opschrift “Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen”.
4.3
Postonderverdeling 0811 90 95 van de GN luidt:
“0811 Vruchten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, al dan niet met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
(…)
0811 90 - andere
(…)
-- andere
(…)
0811 90 95 --- andere”
4.4
De aantekeningen bij hoofdstuk 8 van de GN bevatten, voor zover hier van belang, geen relevante aanwijzingen.
4.5
De toelichting van de Internationale douaneraad (GS-toelichting) op hoofdstuk 8 luidt voor zover van belang als volgt:
“This Chapter covers fruit, nuts and peel of citrus fruit or melons (including watermelons), generally intended for human consumption (whether as presented or after processing). They may be fresh (including chilled), frozen (whether or not previously cooked by steaming or boiling in water or containing added sweetening matter) or dried (including dehydrated, evaporated or freeze‑dried); provided they are unsuitable for immediate consumption in that state, they may be provisionally preserved (e.g., by sulphur dioxide gas, in brine, in sulphur water or in other preservative solutions).
(…)
Fruit and nuts of this Chapter may be whole, sliced, chopped, shredded, stoned, pulped, grated, peeled or shelled.
(…)
The Chapter further excludes:
(i). (…)
(ii) Edible fruit and nuts and peel of melons or citrus fruit, prepared or preserved otherwise than as described above (Chapter 20).”
4.6
De GS-toelichting op post 0811 vermeldt onder meer:
“This heading applies to frozen fruit and nuts which, when fresh or chilled, are classified in the preceding headings of this Chapter. (As regards the meanings of the expressions “chilled” and “frozen”, see the General Explanatory Note to this Chapter.)”
4.7
Hoofdstuk 20 van de GN heeft als opschrift “Bereidingen van groenten, van vruchten en van andere plantendelen”.
4.8
Postonderverdeling 2008 30 90 van de GN luidt:
“2008 Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen:
(…)
2008 30 - citrusvruchten:
(…)
-- zonder toegevoegde alcohol:
(…)
2008 30 90 --- zonder toegevoegde suiker”
4.9
De GS-toelichting op hoofdstuk 20 - voor zover van belang - luidt:
“1.- This Chapter does not cover :
(a) Vegetables, fruit or nuts, prepared or preserved by the processes specified in Chapter 7, 8 or 11;
(…)”
4.1
De GS-toelichting op post 2008 vermeldt onder meer:
“This heading covers fruit, nuts and other edible parts of plants, whether whole, in pieces or crushed, including mixtures thereof, prepared or preserved otherwise than by any of the processes specified in other Chapters or in the preceding headings of this Chapter.”

5.Tariefindeling mandarijnenpartjes

5.1
Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-posten en van de aantekeningen op de afdelingen of de hoofdstukken zijn omschreven. [8]
5.2
De toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem van de Wereld Douane Organisatie (de WDO) en de toelichtingen van de Commissie op de GN [9] zijn niet bindend, maar toch belangrijke instrumenten ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief. [10]
5.3
Voor deze zaak is verder algemene indelingsregel 1 van belang. De algemene indelingsregels zijn opgenomen in de inleidende bepalingen van de verordening waarin de GN is opgenomen. Algemene indelingsregel 1 luidt:
“De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels.”
5.4
Uit de tekst van de in deze zaak van belang zijnde tariefposten volgt dat post 0811 van de GN voorrang heeft boven post 2008. Onder de eerstgenoemde post vallen immers vruchten die op een bepaalde wijze zijn bereid (gestoomd, gekookt of bevroren) en onder post 2008 worden ingedeeld vruchten die op “andere wijze” zijn bereid. Dit volgt ook uit de GS-toelichting op hoofdstuk 20 waarin is vermeld dat dit hoofdstuk geen vruchten omvat die zijn bereid op een wijze als is vermeld in hoofdstuk 8 (zie 4.9). Dit betekent dat eerst nagegaan moet worden of de onderhavige producten onder post 0811 vallen.
5.5
Uit de vastgestelde feiten volgt dat de in te delen producten bevroren mandarijnenpartjes zijn. Mandarijnenpartjes zijn delen van vruchten. De GS-toelichting op hoofdstuk 8 vermeldt dat de producten heel of gepeld mogen zijn. Daaruit maak ik op dat mandarijnenpartjes in beginsel onder hoofdstuk 8 worden ingedeeld. Uit hoofdstuk 8 van de GN kan worden afgeleid dat de tariefposten moeten worden geacht ook delen van vruchten te omvatten, want deze hebben niet alleen betrekking op gehele vruchten. [11] Steun daarvoor vind ik in het arrest
Mövenpick [12] , waarin walnootstukken in een in hoofdstuk 8 vermelde post werden ingedeeld. In de tekst van post 0811 komt verder tot uitdrukking dat de (delen van) vruchten bevroren kunnen zijn. Ook in zoverre kunnen de onderhavige mandarijnenpartjes onder deze post worden ingedeeld.
5.6
Verder volgt uit de vastgestelde feiten dat bij de mandarijnenpartjes het vlies is verwijderd. Het Hof heeft vastgesteld dat het vlies op chemische wijze is verwijderd door een behandeling met een zuur en een loog. Door deze behandeling lost het vliesje op zonder de rest van het partje te beschadigen (zie 5.5 van de bestreden uitspraak).
5.7
Het is de vraag, en dit is ook wat de partijen in deze zaak verdeeld houdt, of het verwijderen van het vlies van de mandarijnenpartjes een behandeling is die verder gaat dan is toegestaan voor indeling onder post 0811.
5.8
Uit de GS-toelichting op hoofdstuk 8 volgt dat behoorlijk wat bereidingen of behandelingen zijn toegestaan voor indeling in dit hoofdstuk. De producten mogen geheel, in schijven of in stukken gesneden, ontpit, tot pulp geplet, geraspt, geschild, gepeld of ontbolsterd zijn.
5.9
De oorspronkelijke vruchten mogen echter niet méér ingrijpend zijn bewerkt. [13] In de zaak die heeft geleid tot het arrest
Koch [14] was dat wel het geval. Het ging in die zaak om kokosnootpoeder. Het product werd verkregen door het vruchtvlees van een kokosnoot te persen en na pasteurisatie en vermenging met andere producten, te drogen en in poeder om te zetten. Het Hof van Justitie oordeelde dat het product niet onder post 0811 kan worden ingedeeld. Het volgde zijn A-G, die had benadrukt dat door de bewerking het grootste deel aan vezels uit de vrucht werd verwijderd. Het Hof van Justitie overweegt:
“4. Om de redenen uiteengezet in de conclusie van de advocaat-generaal van 16 september 1993, moet op de vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat een stof verkregen uit een gepasteuriseerd, gehomogeniseerd en vervolgens door verstuiving gedroogd mengsel van gemalen en geperst kokosnootvlees, waaraan ter verkrijging van de poedervorm vóór het drogen maltodextrine en natriumcaseïnaat zijn toegevoegd en dat een gering gehalte aan vezels en een saccharosegehalte van 5 % of meer heeft, moet worden ingedeeld onder onderverdeling 2106 90 99 van het gemeenschappelijk douanetarief.”
5.1
Volgens Van Dale wordt onder het werkwoord ‘pellen’ onder meer verstaan: van de pel, de harde buitenhuid ontdoen. Als voorbeeld wordt genoemd: mandarijn pellen. Opvallend is dat ook als voorbeeld wordt genoemd: tomaten pellen, met de toevoeging: van het velletje ontdoen. Net als bij mandarijnenpartjes kan de vel van een tomaat niet heel gemakkelijk van de tomaat worden verwijderd. Onder schillen verstaat Van Dale onder meer “van de schil ontdoen” en “doppen, pellen”.
5.11
Uit deze omschrijvingen leid ik af dat pellen en schillen tot hetzelfde resultaat leidt als het verwijderen van het vlies van een mandarijnenpartje, te weten dat de buitenhuid van het partje wordt verwijderd. Het ontvliezen is een met pellen en schillen overeenkomende bewerking. Dit pleit ervoor dat de onderhavige producten onder post 0811 worden ingedeeld. Dat het vlies op chemische wijze is verwijderd hoeft daaraan mijns inziens niet in de weg te staan omdat de tekst van de post daaraan niet in de weg staat.
5.12
Steun voor die standpunt vind ik in een arrest van het Hof van Justitie
Dittmeyer [15] . In de zaak die tot dat arrest heeft geleid gaat het om vruchtpersresiduen die slechts uit celweefsel van het vruchtvlees en gedeeltelijk uit de witte binnenschil van sinaasappels (albedo) bestaan. A-G Warner beschrijft het product als volgt:
“Hetgeen dan [CE: na het persen] overblijft bevat volgens de verwijzingsbeschikkingen van het Bundesfinanzhof nagenoeg geen vruchtvlees of vruchtesap, doch bestaat grotendeels uit celvlies en witte binnenschil.”
5.13
In het arrest
Dittmeyernoemt het Hof van Justitie het celvlies ook wel het celweefsel van het vruchtvlees. Naar ik begrijp, bedoelt het met dat celvlies c.q. celweefsel het vliesje om het vruchtvlees (maar dan van sinaasappels). Het Hof Justitie overweegt in punt 5 als volgt (cursiveringen CE):
“Overwegende dat de hoofdstukken 8 en 20 van het tarief volgens de bewoordingen ervan niet allen gehele produkten omvatten, doch ook vruchten die in stukken zijn gesneden, ontpit, tot pulp geplet, geraspt, geschild, gepeld of ontbolsterd;
dat hoofdstuk 8 eveneens betrekking heeft op schillen van citrusvruchten en van meloenen, terwijl ook ettelijke onderverdelingen van hoofdstuk 20 uitdrukkelijk of stilzwijgend betrekking hebben op schillen;
dat in al deze gevallen de bedoelde vruchten echter nog door hun bijzonderheden en hun voorkomen als delen van vruchten herkenbaar zijn en als vruchtbestanddelen een onderdeel vormen van de vraag naar verse of bereide vruchten; dat het begrip vrucht niet dusdanig mag worden verruimd dat hieronder ook produkten komen te vallen waaraan de wezensbestanddelen van het natuurlijke produkt ontbreken;
dat derhalve produkten als omschreven door het verwijzende college, te weten persresiduen die slechts uit celweefsel van het vruchtvlees en gedeeltelijk uit de witte binnenschil bestaan, ̶ dat wil zeggen volgens de gangbare opvatting geen wezenlijke delen van een vrucht ̶ , niet zijn te beschouwen als vruchten in de zin van de hoofdstukken 8 en 20, aangezien elke vrucht althans bestaat uit een buitenschil en vruchtvlees;”
5.14
Uit dit arrest leid ik af dat indeling onder post 0811 van de GN moet plaatsvinden als de wezensbestanddelen van de (delen van de) vrucht nog aanwezig zijn. De vruchten(delen) moeten als zodanig nog herkenbaar zijn. Ook leid ik daaruit af dat het celweefsel c.q. het vlies van, in dat geval, sinaasappels volgens het Hof van Justitie geen wezenlijk deel van een vrucht is en in dit verband dus kan worden gemist.
5.15
Voor de onderhavige zaak brengt dat mee dat mandarijnenpartjes zonder vlies nog steeds mandarijnenpartjes zijn. Het Hof heeft namelijk vastgesteld dat door de chemische behandeling het vliesje oplost zonder de rest van het partje te beschadigen. [16] Het uiterlijk en de structuur van het mandarijnenpartje blijft dus gehandhaafd. Of, om met de woorden van het Hof van Justitie te spreken: de mandarijnenpartjes zijn in hun voorkomen als delen van vruchten herkenbaar. Die feiten laten geen andere conclusie toe dan dat de wezensbestanddelen van de oorspronkelijke vrucht, de mandarijn, nog aanwezig zijn.
5.16
Op grond van het vorenstaande meen ik dat de onderhavige mandarijnenpartjes vallen onder post 0811 van de GN. Ik ben het dus niet eens met het oordeel van het Hof dat het ontvliezen van losse mandarijnenpartjes een wijze van bereiding is die verder gaat dan de bewerkingen die zijn toegestaan binnen post 0811.
Middel Iis terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan de uitspraak van het Hof vernietigen en de uitspraak van de Rechtbank bevestigen.
Middel IIhoeft in dat geval geen behandeling, omdat voor producten die worden ingedeeld onder post 0811 geen antidumpingrecht verschuldigd is.
5.17
Het voorgaande brengt mee dat in het midden kan blijven of het vlies tot de schil behoort of tot de partjes. Mocht de Hoge Raad niettemin oordelen dat die omstandigheid wel van belang is voor de beoordeling van de vraag of het ontvliezen van losse mandarijnenpartjes een behandeling is die verder gaat dan is toegestaan voor indeling onder post 0811, dan meen ik dat de zaak moet worden verwezen naar het Hof. Ik maak uit de stukken van het geding op dat partijen het niet eens zijn of het vlies behoort tot de endocarp (het vruchtvlees; standpunt Inspecteur) of de mesocarp (witte deel schil; standpunt belanghebbende). Het Hof heeft aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat de vliezen van de individuele partjes geen deel uitmaken van de schil van een mandarijn maar van de partjes. Dat lijkt mij geen feit van algemene bekendheid. Het Hof had daarom moeten motiveren waarom het belanghebbendes standpunt heeft verworpen.
Middel Islaagt ook dan.
5.18
Voor het geval de Hoge Raad de door mij voorgestane indeling niet volgt, beoordeel ik in onderdeel 6 of voor de mandarijnenpartjes antidumpingrechten verschuldigd zijn.

6.Antidumpingrechten

6.1
De Inspecteur heeft van belanghebbende antidumpingrechten nagevorderd die zijn ingesteld op grond van verordening (EU) nr. 1313/2014. [17] Op grond van art. 1(1) van deze verordening wordt voor zover van belang een definitief antidumpingrecht ingesteld voor bereide of verduurzaamde mandarijnen zoals omschreven onder GN-post 2008 en momenteel ingedeeld onder de GN-code 2008 30 90, van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
6.2
De in de verordening vermelde GN-code komt overeen met de code waarin de Inspecteur de mandarijnenpartjes heeft ingedeeld. Ook de omschrijving van de goederen, bereide mandarijnen, komt overeen met de onderhavige producten. Belanghebbende is echter van mening dat de verordening alleen betrekking heeft op mandarijnen in blik (conserven) omdat het antidumpingonderzoek zich heeft gericht op die producten.
6.3
Het Hof heeft in zijn uitspraak verwezen naar het arrest
Steinel Vertrieb. In punt 31 van dit arrest overweegt het Hof van Justitie:
“31 Om de producten waarop een antidumpingrecht wordt ingesteld te identificeren, worden deze in het dispositief van antidumpingverordeningen onder meer beschreven aan de hand van de tariefpostonderverdeling van de GN waartoe zij behoren. Een dergelijke verwijzing volstaat echter niet steeds om de door de antidumpingverordening geviseerde producten nauwkeurig te identificeren, aangezien het opschrift van die postonderverdelingen onnauwkeurig kan zijn. Om die reden worden in het dispositief van een antidumpingverordening de belastbare producten beschreven aan de hand van bijkomende onderscheidingscriteria. Op een product kan slechts een recht worden geheven wanneer het is ingedeeld onder de in een antidumpingverordening neergelegde GN-code en daarnaast alle kenmerken van het betrokken product bezit, wat aan de verwijzende rechter staat om na te gaan.”
6.4
Uit deze overweging volgt dat een product onder de toepassing van de antidumpingverordening valt, als het ten eerste onder de postonderverdeling valt die in de verordening is vermeld en ten tweede alle kenmerken van het product bezit zoals in de verordening is omschreven.
6.5
Zoals ik hiervoor in 6.2 reeds heb opgemerkt, voldoen de door belanghebbende ingevoerde producten aan beide voorwaarden. In art. 1 van Pro de verordening is niet vermeld dat het alleen om bereide mandarijnen in blik gaat. De toepassing ervan is derhalve ruimer.
6.6
Daarnaast is punt 44 van
Steinel Vertriebvan belang, waarin het Hof van Justitie overweegt:
“44 Om te bepalen of sprake is van verschillende producten, moet met name worden nagegaan of zij dezelfde technische en fysieke kenmerken hebben, dezelfde gebruiksdoeleinden en dezelfde verhouding tussen prijs en kwaliteit. In dat verband moet ook worden gekeken naar de onderlinge verwisselbaarheid en de concurrentie tussen die producten.”
6.7
Het Hof heeft vastgesteld dat de onderhavige mandarijnenpartjes geen nieuw product zijn, dezelfde kenmerken vertonen als ingeblikte mandarijnenpartjes en dat zij daarmee concurreren omdat zij bestemd zijn voor hetzelfde gebruik. Voor zover deze overwegingen al niet ten overvloede zijn gegeven, meen ik dat deze feitelijke oordelen niet onbegrijpelijk zijn of onvoldoende gemotiveerd.
6.8
Op grond van het voorgaande meen ik dat
middel IIfaalt. De Hoge Raad kan het middel afdoen onder verwijzing naar art. 81(1) RO.
Slotsom
Middel I slaagt. De uitspraak van het Hof kan mijns inziens niet in stand blijven. De uitspraak van de Rechtbank kan worden bevestigd.

7.Conclusie

Ik geef de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond te verklaren, de uitspraak van het Hof te vernietigen en de uitspraak van de Rechtbank te bevestigen.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal

Voetnoten

1.Althans volgens een artikel in Quest van Mark Traa, gepubliceerd op 8 november 2021 getiteld: “Wat is toch dat witte spul in een sinaasappel of mandarijn?
2.Zie bijvoorbeeld het filmpje dat is opgenomen in het in voetnoot 1 vermelde artikel.
3.Rechtbank Noord-Holland 9 juli 2021, HAA 19/4687 en HAA 19/4688, ECLI:NL:RBNHO:2021:5965.
4.Gerechtshof Amsterdam 29 december 2022, 21/00543 en 21/00544, niet gepubliceerd op rechtspraak.nl. De uitspraak in de samenhangende zaak is wel gepubliceerd: Gerechtshof Amsterdam 29 december 2022, 21/00547, ECLI:NL:GHAMS:2022:3746.
5.HvJ 18 april 2013, Steinel Vertieb, C-595/11, ECLI:EU:C:2013:251.
6.Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014, Pb 2014, L 312.
7.Zie respectievelijk Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1754/2015, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1821/2016 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1925/2017.
8.Zie o.m. HvJ 18 juni 2020, Hydro Energo, C-340/19, ECL:EU:C:2020:488, punt 34 en HvJ 17 maart 2016, Sonos Europe, C-84/15, ECLI:EU:C:2016:184, punt 32.
9.Ik merk op dat de Rechtbank in haar uitspraak ook naar een GN-toelichting van de Commissie verwijst. Zie punt 9 van de uitspraak van de Rechtbank. Ook de Inspecteur baseert zijn standpunt op deze toelichting (zie punt 5.1 van de uitspraak van het Hof). Ik heb deze niet in deze conclusie opgenomen, omdat de geciteerde toelichting nog niet was gepubliceerd ten tijde van de aangiften.
11.Vgl. Conclusie A-G Warner, 19 januari 1977, gevoegde zaken 69/76 en 70/76, ECLI:EU:C:1977:5.
12.HvJ 28 april 1999, C-405/97, ECLI:EU:C:1999:207 (conclusie A-G Saggio).
13.Vgl. Conclusie A-G Jacobs, 16 september 1993, C-377/92, Koch/Oberfinanzdirektion München, ECLI:EU:C:1993:365, punt 6.
14.HvJ 5 oktober 1993, C-377/92, Koch/Oberfinanzdirektion München, ECLI:EU:C:1993:830.
15.HvJ 15 februari 1977, gevoegde zaken 69/76 en 70/76, ECLI:EU:C:1977:25 (conclusie A-G Warner).
16.Punt 5.5. van de uitspraak van het Hof.
17.Verordening (EU) nr. 1313/2014 van de Commissie van 10 december 2014, Pb 2014, L 354, blz. 17.