ECLI:NL:PHR:2023:160

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
7 februari 2023
Zaaknummer
21/00848
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens termijnoverschrijding in geweldszaak

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het hof nam tevens beslissingen over schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van benadeelden.

De verdachte stelde cassatieberoep in, maar diende de schriftelijke middelen niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na de aanzegging in. Hierdoor is het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad benadrukt dat de termijnoverschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid, ongeacht de inhoud van de zaak. Tevens wordt vermeld dat het hof een herstelarrest heeft gewezen om een kennelijke misslag te corrigeren in de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/00848
Zitting13 december 2022
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 15 februari 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" en “openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf voor de duur van 80 uur. Verder heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. [1]
1.2
Er bestaat samenhang met de zaken 21/00680 en 21/00681. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

2.Ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is blijkens de akte van uitreiking op 15 december 2021 aan de verdachte in persoon uitgereikt. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 februari 2022. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolgde art. 437 lid 2 Sv Pro niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Middels een herstelarrest van 25 februari 2021 heeft het hof een kennelijke misslag hersteld, te weten de vermelding van 53 in plaats van 51 vervangende dagen gijzeling bij de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van één van de benadeelde partijen.