ECLI:NL:PHR:2023:164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie gericht op overtreding van de Opiumwet. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte verplicht om binnen twee maanden na betekening van de aanzegging zijn middelen van cassatie schriftelijk in te dienen bij de Hoge Raad.
De aanzegging is op 22 september 2021 betekend aan het adres dat in de volmacht is vermeld, hoewel van verdachte geen adres in Nederland bekend is. Ondanks dat de verzending aan dit adres aan de wettelijke eisen voldeed, zijn de middelen van cassatie niet binnen de gestelde termijn ingediend. Hierdoor is het cassatieberoep niet ontvankelijk.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt ertoe de niet-ontvankelijkheid van het beroep te verklaren. Er bestaat samenhang met meerdere andere zaken waarin gelijktijdig conclusies zijn genomen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de middelen van cassatie.