Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
1. Een proces-verbaal van aangifte met dossiernummer PL1300-2020209951-5 van 4 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 3 t/m 5 van het dossier.
aangever [aangever]:
mededeling van verbalisantenof één van hen:
Ik was samen met een goede vriendin van mij met haar mee naar huis gegaan om nog even te praten en wat frisdrank te nuttigen. Ik zag dat haar zoon ook op bezoek kwam. Ik heb geen goede relatie had met haar zoon. Ik verliet de woning en liep richting mijn auto, die ik tegenover de woning had geparkeerd. Ik werd door haar zoon achtervolgd totdat ik in mijn auto was gestapt. Ik had de autodeur achter mij dichtgetrokken en haar zoon deed mijn autodeur weer open en begon op mijn hoofd te slaan. Ik denk dat hij vijfkeer met zijn vuist op mijn hoofd heeft geslagen.
Ik zag dat [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) achter [aangever] (het hof begrijpt: [aangever] ) aan liep. Ik zag dat [aangever] de gang uit liep en dat mijn zoon achter hem aan liep. Ik zag dat [aangever] in zijn auto stapte. Ik zag dat mijn zoon de deur opentrok en [aangever] begon te slaan en ik zag dat [aangever] zich probeerde te verdedigen.
mededeling van de verdachte: