Conclusie
[eisers], in vrouwelijk enkelvoud)
[verweerders], in vrouwelijk enkelvoud)
1.Feiten
arrest) heeft het gerechtshof Amsterdam (hierna: het
hof) feiten vastgesteld, waarvan in cassatie kan worden uitgegaan en waarnaar ik kortheidshalve verwijs.
DEFINITIES
vermeld op de aan deze akte gehechte door partijen gewaarmerkte kopie-aanschrijving nummer: BWT [001]
de doorgang van de [a-straat] naar de [b-straat] bij voorkeur (links vanuit de [a-straat] bezien en rechts vanuit de [b-straat] bezien), zijnde de huidige scheiding tussen de [b-straat] en de [a-straat] zal ongewijzigd blijven;
(…)
dat in het verkochte tenminste één normale gezinsauto geparkeerd kan worden inclusief eventuele vergroting van de bestaande garage minus het trappenhuis van de woningen.”
Omschrijving leveringsverplichting
Bij niet of niet tijdige nakoming van de overeenkomst anders dan door niet toerekenbare tekortkoming (overmacht) is de nalatige aansprakelijk voor alle daaruit voor de wederpartij ontstane schade met kosten en rente, ongeacht het feit of de nalatige in verzuim is in de zin van het volgende lid.
Indien één van de partijen, na bij deurwaardersexploit in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen (…) is deze partij in verzuim en heeft de wederpartij de al dan niet subsidiaire keus tussen:
uitvoering van de overeenkomst te verlangen, in welk geval de partij die in verzuim is na afloop van voormelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien ingegane dag tot aan de dag van de nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd is van drie pro mille van de koopprijs; of
Bij brief van 17 november 2016 doet uw advocaat (…) mededeling van het feit dat er publiekrechtelijke belemmeringen bestaan voor de splitsing van de garage van genoemd gebouw en vernietigt hij namens u de koopovereenkomst en dit met een beroep op dwaling.
Zulks wel met de uitdrukkelijke aantekening om na te gaan en expliciet aan te geven of het beoogde gebruik door kopers alsdan is toegestaan. Cliënten geven mee dat hen per e-mail is bericht dat door het ontbreken van een onherroepelijke garagevergunning dit gebruik door een ander dan de bewoners van het pand in strijd is met het bestemmingsplan.”
Artikel 2
Verkoper levert aan koper eigendom van het verkochte die:
onvoorwaardelijk is en niet is onderworpen aan inkorting, ontbinding of aan welke vernietiging dan ook;
Het maken van 30 minuten brandwerende wanden, deuren en plafonds in de kelder en begane grondverdieping. Een en ander conform omgevingsvergunning nr. BWT [002] , d.d. 7 september 2016 (BB art. 2.85, afdeling 2.10 Beperking van uitbreiding van brand).””
2.Procesverloop
rechtbank) heeft bij tussenvonnis van 18 juli 2018 een comparitie van partijen gelast. [5]
eindvonnis) [7] zijn
in conventiede vorderingen van [verweerders] gedeeltelijk toegewezen: [eisers] is hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerders] te voldoen de over de periodes van 7 december 2016 t/m 22 december 2016, van 16 januari 2017 tot 28 september 2017 en van 6 februari tot 30 mei 2018 verbeurde contractuele boete van € 150,- per dag (rov. 6.1), met veroordeling van [eisers] in de proceskosten, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
In reconventiezijn de vorderingen van [eisers] afgewezen, onder uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling in de proceskosten.
in principaal hoger beroeptot verwerping van het hoger beroep van [verweerders] , en
in incidenteel hoger beroeptot vernietiging van het eindvonnis en tot - uitvoerbaar bij voorraad - toewijzing van haar vorderingen en afwijzing van de vorderingen van [verweerders] , met veroordeling van [verweerders] in de proceskosten.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[eisers] zijn de contractuele boete verschuldigd. Grieven 3 en 4 [eisers]
grieven 3 en 4hebben [eisers] aangevoerd dat zij de contractuele boete niet zijn verschuldigd, omdat zij niet opnieuw in gebreke zijn gesteld nadat zij hun verzuim op 23 december 2016 hadden gezuiverd. Bovendien is niet aan hen toe te rekenen dat zij veel later dan op 16 januari 2017 het appartementsrecht aan [verweerders] hebben geleverd. Die vertraging is immers veroorzaakt door het noodzakelijke onderzoek naar de publiekrechtelijke belemmeringen, door het niet doortastende optreden van de notaris en door problemen met hun aannemer, waardoor de bouwwerkzaamheden vertraging opliepen. Ook hebben [verweerders] aan de vertraging bijgedragen, door soms op het laatst voorstellen tot wijziging van de aan hen toegezonden concept-aktes te doen, aldus [eisers]
grief 4komen alle grieven van [verweerders] in wezen op tegen de oordelen van de rechtbank dat [eisers] over de periode 23 december 2016 tot 16 januari 2017, de periode 28 september 2017 tot 6 februari 2018 en de periode na 30 mei 2018 geen contractuele boete zijn verschuldigd. Volgens [verweerders] gaan die oordelen eraan voorbij dat tot de uit de koopovereenkomst voor [eisers] voortvloeiende verplichtingen niet alleen de verplichting tot levering, maar ook de verplichting tot conforme levering behoorde. (…) Omdat [eisers] nog steeds niet aan hun verplichting tot conforme levering hebben voldaan, zijn zij vanaf de in de ingebrekestelling door [verweerders] genoemde termijn van acht dagen, dus vanaf 7 december 2016, voortdurend in verzuim geweest. (…) De contractuele boete bleef doorlopen, aldus (nog steeds) [verweerders]
eerste subonderdeel(sub a) bestrijdt vooreerst als onvoldoende begrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd ’s hofs oordelen in rov. 4.11, vierde t/m zesde zin [12] en rov. 4.12, eerste t/m derde zin. [13] Daartoe voert het subonderdeel aan dat deze oordelen [14] zich niet verdragen met rov. 5.13 van het eindvonnis. Daar heeft de rechtbank onder andere geoordeeld dat [eisers] zich bij brief van 23 december 2016 alsnog bereid heeft verklaard om de overeenkomst na te komen en dat niet is gesteld, noch is gebleken, dat het in die brief door [eisers] gedane aanbod tot nakoming door [verweerders] niet is geaccepteerd. Hoewel grief 3 van [verweerders] zich richt tegen rov. 5.13 van het eindvonnis, richt deze grief zich niet tegen voornoemde oordelen van de rechtbank. [15] Het hof diende dan ook van deze oordelen als vaststaand uit te gaan. Daaraan voegt het subonderdeel nog toe dat “uit het voorgaande” bovendien volgt dat het hof met deze oordelen in strijd met art. 24 Rv Pro buiten de rechtsstrijd tussen partijen is getreden.
tweede subonderdeel(sub b) bestrijdt als onvoldoende begrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd ’s hofs oordelen in rov. 4.11, vierde zin [16] alsmede zevende t/m negende zin [17] en in rov. 4.12, eerste t/m derde zin. [18] Daartoe voert het subonderdeel aan dat deze oordelen [19] zich niet verdragen met rov. 5.12 van het eindvonnis. Daar heeft de rechtbank onder andere overwogen:
derde subonderdeel(sub c) bestrijdt vooreerst als onvoldoende begrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd ’s hofs overweging in rov. 4.12, derde zin, [20] als daarin besloten zou liggen het oordeel van het hof dat voor het verschuldigd zijn van de contractuele boete door [eisers] een nieuwe ingebrekestelling niet nodig was omdat het voor [eisers] evident was dat [verweerders] haar hield aan haar uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen en aanspraak bleven maken op de contractuele boete. Daartoe voert het subonderdeel aan dat uit art. VI lid 2 van de algemene bepalingen bij de koopovereenkomst volgt dat voor het verschuldigd zijn van de contractuele boete een ingebrekestelling (bij deurwaardersexploot), gevolgd door een gedurende acht dagen tekortschieten in de nakoming van één of meer verplichtingen uit de koopovereenkomst, vereist is. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien dat dit vereiste niet zou gelden omdat - naar het oordeel van het hof - het van begin af aan voor [eisers] evident was dat [verweerders] haar hield aan haar uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen en aanspraak bleef maken op de contractuele boete, waarbij van belang is dat [eisers] zich uitdrukkelijk op dit vereiste heeft beroepen en [verweerders] dit vereiste niet heeft weersproken, sterker nog, dit vereiste zelf ook heeft benoemd. [21] Daaraan voegt het subonderdeel nog toe dat het hof in zoverre, mocht dit oordeel in voornoemde overweging besloten liggen, met zijn oordeel ook in strijd met art. 24 Rv Pro buiten de rechtsstrijd tussen partijen zou zijn getreden.
vierde subonderdeelbevat een voortbouwklacht, gericht tegen ’s hofs volgende “overwegingen en beslissingen” in rov. 4.15, eerste en tweede zin:
vijfde subonderdeelbevat ook een voortbouwklacht, gericht tegen ’s hofs “overwegingen en beslissingen” in rov. 4.13 en 4.15-4.19. Het subonderdeel voert aan dat dit onderdeel doorwerkt in genoemde overwegingen en beslissingen, dat bij gegrondbevinding van dit onderdeel ook deze overwegingen en beslissingen niet in stand kunnen blijven.
eerste subonderdeel(sub a).
in de periode 23 december 2016 tot 16 januari 2017
behoorlijke nakomingbevatte. [27] Dat volgens [verweerders] van een dergelijk aanbod geen sprake was, strookt ook met haar toelichting op grief 3. Daarin schrijft zij ten aanzien van die brief onder meer: [28]
Nog daargelaten dat, zou het gestelde in de brief wel zo moeten worden begrepen dat de notaris de opdracht is gegeven om per onmiddellijk het pand in appartementsrechten te splitsen en te leveren, er voor het daadwerkelijk in appartementsrechten kunnen splitsen nog verschillende handelingen moeten worden verricht, verwezen wordt naar de als productie 6 bij voormelde akte in het geding gebrachte brief van [de notaris] d.d. 3 januari 2017. Deze handelingen en de hiermee gemoeide tijd staan er aan in de weg om te kunnen oordelen dat er op 23 december 2016 is voldaan aan de sommatie tot nakoming van de koopovereenkomst; er was op die datum nog niet gesplitst, er kon dus nog niet juridisch geleverd worden en het pand en met name de begane grond was nog een grote bouwput.”
tweede subonderdeel(sub b).
in de periode 17 november 2016 tot en met 22 december 2016
[verweerders] heeft niettemin, overeenkomstig het bepaalde in het voormelde artikel VI, tweede lid, van de Algemene bepalingen, [eisers] bij deurwaardersexploot van 29 november 2016, onder verwijzing naar artikel 6:80 BW Pro, een termijn van acht dagen gegeven om aan de verplichtingen uit de koopovereenkomst te voldoen, en dus terug te komen op de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst.[eisers] heeft die termijn ongebruikt laten verstrijken. Nu hiervoor in reconventie is geoordeeld dat [eisers] onvoldoende heeft onderbouwd dat er bij het sluiten van de koopovereenkomst sprake is geweest van wederzijdse dwaling en gelet op het bepaalde in artikel 6:80, eerste lid, aanhef en sub c, BW, gezien in samenhang met artikel VI, tweede lid, onder a, van de Algemene bepalingen, is daarmee de contractuele boete, die hier primair de functie heeft van prikkel tot nakoming van de overeenkomst, reeds op 7 december 2016, dus reeds vooraf aan de leveringsdatum van 16 januari 2017, door [eisers] aan [verweerders] verschuldigd.”
derde subonderdeel(sub c).
vierde en vijfde subonderdeel, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling.
vierdesubonderdeel bouwt voort op de eerste drie subonderdelen (sub a t/m c), die falen, en deelt in dat lot. Zie onder 3.6-3.8.1 hiervoor. Dit behoeft geen verdere toelichting.
vijfdesubonderdeel bouwt voort op de eerste vier subonderdelen, die falen, en deelt in dat lot. Zie onder 3.6-3.9.1 hiervoor. Dit behoeft evenmin verdere toelichting.
De contractuele boete is verschuldigd over de periode 7 december 2016-22 oktober 2019. Grieven [verweerders]
in de periode na 30 mei 2018
tot conforme levering, zodat het verzuim en de contractuele boete nadien hebben voortgeduurd.