3.4.De pleitnota van de raadsvrouw van de verdachte van de terechtzitting in hoger beroep houdt in:
“Verweer
Verzoek u het vonnis van de politierechter te vernietigen en cliënt integraal vrij te spreken. Geen wettig en overtuigend bewijs dat cliënt zich aan beide feiten schuldig heeft gemaakt.
Feit 1
Primair
De datum 16 juni 2015 is de dag waarop is binnengetreden in de woning aan [a-straat 1] . Cliënt is niet bij of in die woning aanwezig, laat staan dat cliënt zich op die desbetreffende dag, de dag waar de tenlastelegging over spreekt, heeft beziggehouden met hetgeen is tenlastegelegd.
Aanleiding verdenking cliënt: Er wordt een kwekerij ontdekt in de woning aan [a-straat 1] . Die woning wordt gehuurd door [betrokkene 1] . Zij staat daar ook ingeschreven. Zij heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat zij op vakantie was en de woning heeft onderverhuurd aan haar schoonzoon, te weten cliënt.
Cliënt ontkent dit. Hij ontkent bij [betrokkene 1] een kamer te hebben gehuurd en hij ontkent een kwekerij in de woning aan de [a-straat] te hebben opgezet en te hebben onderhouden.
Ik verzoek u de verklaring van mijn cliënt als uitgangspunt te nemen en hem vrij te spreken. Waarom? Zijn ontkenning wordt niet weerlegd door het dossier.
1. [betrokkene 1] :
Zoals gezegd heeft zij bij de politie de schuld in de schoenen van mijn cliënt proberen te schuiven. In eerste aanleg is echter een verklaring van [betrokkene 1] overgelegd. Daarin staat vermeld dat zij de woning niet aan mijn cliënt heeft verhuurd, maar aan ene [betrokkene 3] . Omdat zij niet op goede voet met cliënt stond en niet zelf voor de kwekerij wilde opdraaien, heeft zij de naam van cliënt doorgegeven.
[betrokkene 1] is daarna door de raadsheer-commissaris gehoord: daar heeft zij onder ede verklaard dat zij de woning niet aan cliënt heeft verhuurd maar aan [betrokkene 3] . Dat cliënt geen kwekerij in haar woning heeft geplaatst.
Welke verklaring van [betrokkene 1] is betrouwbaar? Eén verklaring moet onbetrouwbaar zijn. Dat is de verklaring die zij heeft gedaan bij de politie.
Ten eerste heeft zij daar niet onder ede verklaard en was zij zelf verdachte.
Daarnaast is de verklaring van [betrokkene 1] gedaan bij de politie onvoldoende overtuigend:
Zou de woning onderverhuren aan cliënt: Geen huurovereenkomst overgelegd waar dat uit blijkt. Geen overige stukken, bijvoorbeeld e-mailverkeer, berichtverkeer etc. waar dit uit blijkt.
Er zou € 1.000, - aan huur zijn betaald: Ik tref geen betalingsbewijzen aan in het dossier.
Geen bewijsstukken van haar vakantie.
Zij heeft verklaard dat ze het zou brengen. Tot op heden niet gebeurd.
Kortom: verklaring die zij heeft gedaan bij de politie heeft zij op geen enkele manier met stukken kunnen bevestigen.
En ja; onder ede. Het is haar vaak door de raadsheer-commissaris gezegd: je moet de waarheid spreken. Zij is bij haar verklaring gebleven dat cliënt niet in haar woning woonde.
Bovendien is zij zelf veroordeeld.
Verklaring cliënt wordt ook niet weerlegd door de verklaringen van de getuigen in het dossier.
2. Getuigenverklaringen:
Getuige [betrokkene 2] verklaart op 16-6-15 over de ex-schoonzoon van [betrokkene 1] , die zij regelmatig naar binnen heeft zien gaan. Zij geeft een signalement. Zij ziet hem dan met een Marokkaanse jongen. Zij zouden rijden in een witte Mercedes Benz.
Bij de RHC heeft zij heel veel verklaard. Echter ten eerste geen betrouwbare verklaring en ten tweede, mocht u het wel betrouwbaar vinden, dan zegt het nog niets over eventuele betrokkenheid van cliënt bij de kwekerij.
[betrokkene 2] heeft verklaard dat zij cliënt meerdere malen per dag iedere dag zag. 1 keer samen met iemand met sporttas. Cliënt had die tas niet vast. Daarnaast: niet gezien wat erin zat. Niet met andere goederen gezien. Zo vaak gezien; nooit met verdachte spullen. Omdat hij enkel daar kwam voor dochter.
Daarnaast: zag hem iedere dag. 2 keer zelfs per dag. Maar doorvragen -> werkte ook parttime en de frequentie van hoe vaak zij cliënt zag ging toen van 2 keren per dag iedere dag naar ‘regelmatig’. Ja, omdat hij daar kwam voor zijn dochter.
Man met de meterkast bezig; niet cliënt.
Verklaarde dat zij het huis van cliënt ( [b-straat] ) zag iedere dag als zij van haar huis naar de supermarkt ging. Cliënt heeft die route afgelegd. Filmpje gemaild. Als zij van haar woning naar de Jumbo gaat, komt zij niet langs het huis van mijn cliënt aan [b-straat] . Zij moet veel eerder afslaan naar de Jumbo. Hiermee wil cliënt aangeven dat haar verklaring op een aantal punten onjuist is en dus niet betrouwbaar.
Mocht u menen dat deze verklaring betrouwbaar is en dat cliënt inderdaad regelmatig in die woning kwam, dan nog: De enkele aanwezigheid van cliënt bij de woning is onvoldoende om aan te tonen dat hij zich aldus schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde handelingen, al dan niet in medeplegen verband. [betrokkene 2] verklaart niet over andere handelingen. Het is niet zo dat zij hem met hennep gerelateerde goederen heeft zien sjouwen, zij ziet hem slechts naar binnen/buiten gaan. Bovendien is het goed mogelijk dat [betrokkene 2] cliënt wel eens bij de woning heeft gezien, nu zijn ex schoonmoeder op zijn kind paste en hij zijn kind daar afzette of ophaalde.
Vader van cliënt: bij RHC verklaard dat cliënt geen kamer huurde en altijd aan [b-straat] in [plaats] woonde in 2015. Heeft verklaard dat zijn kleinkind bij [betrokkene 1] woonde in 2015 en dat cliënt, maar ook hijzelf, het kleinkind ophaalde bij en wegbracht naar [betrokkene 1] . Hij heeft verklaard dat hij weleens een Afrikaanse/donkere man bij [betrokkene 1] heeft gezien. Ondersteund verklaring van [betrokkene 1] bij de RHC.
Moeder van cliënt: Bij de RHC verklaard dat haar kleinkind in 2015 bij [betrokkene 1] woonde en dat cliënt haar daar weleens ophaalde en naartoe bracht. Woonde aan [b-straat] en huurde geen woning bij [betrokkene 1] .
[betrokkene 4] : verklaarde ook dat dochter cliënt bij [betrokkene 1] woonde in 2015 en dat cliënt zijn dochter bracht en haalde. Dat hij geen woning huurde bij [betrokkene 1] .
Verklaring [betrokkene 5] : verklaart dat [betrokkene 1] in de periode van de tenlastelegging woonde aan de [a-straat] en dat cliënt daar niet woonachtig was. Hij verklaart dat hij [betrokkene 1] regelmatig naar de woning aan de [a-straat] zag lopen, geregeld met een donkere man. Hij verklaart voorts dat hij weleens met cliënt de dochter van cliënt naar de woning aan de [a-straat] bracht en daar ophaalde.
Getuige [betrokkene 6] verklaart niets belastend over cliënt.
3. Doorzoeking [a-straat 1] :
Geen spoor van cliënt.
Wel: DNA van [betrokkene 6] , die daar vervolgens geen aannemelijke verklaring voor heeft.
4. Objectieve gegevens:
[betrokkene 1] staat hier ingeschreven, niet cliënt.
Cliënt woont en staat ingeschreven op het adres aan [b-straat 1] te [plaats] .
Deze adressen liggen 400 m / 3 straten van elkaar vandaan.
Conclusie. De verklaring van cliënt waarin hij ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan het hem ten laste gelegde wordt niet weerlegd door de overige bewijsmiddelen in het dossier. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat cliënt, zich al dan niet vereniging, schuldig heeft gemaakt aan ten laste gelegde.”