De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens belaging, met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en een contactverbod gericht op het voorkomen van nieuwe strafbare feiten jegens de aangeefster. Het hof legde tevens een vrijheidsbeperkende maatregel op die inhield dat de verdachte geen contact mocht opnemen met de aangeefster gedurende drie jaar.
In het dictum van het arrest werd abusievelijk vermeld dat de politie toezicht hield op de handhaving van een locatieverbod, terwijl uit de strafmotivering bleek dat het hof uitsluitend een contactverbod had bedoeld. Dit was een evidente misslag.
De advocaat van de verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze onjuiste formulering. De Procureur-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad deze misslag zelf kan herstellen, waardoor de grondslag van het middel komt te vervallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep ongegrond is en verwerpt het. Er is geen aanleiding om ambtshalve het arrest te vernietigen. De locatieverbodsvordering was ook praktisch niet uitvoerbaar omdat verdachte en aangeefster in dezelfde straat wonen.
Deze uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad corrigeert waar sprake is van evidente fouten in het arrest zonder dat dit gevolgen heeft voor de inhoudelijke veroordeling.