ECLI:NL:PHR:2023:414

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
21/03611
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 36f SrArt. 38v SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak cassatie bij evidente misslag contactverbod zonder locatieverbod in belagingzaak

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens belaging, met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en een contactverbod gericht op het voorkomen van nieuwe strafbare feiten jegens de aangeefster. Het hof legde tevens een vrijheidsbeperkende maatregel op die inhield dat de verdachte geen contact mocht opnemen met de aangeefster gedurende drie jaar.

In het dictum van het arrest werd abusievelijk vermeld dat de politie toezicht hield op de handhaving van een locatieverbod, terwijl uit de strafmotivering bleek dat het hof uitsluitend een contactverbod had bedoeld. Dit was een evidente misslag.

De advocaat van de verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze onjuiste formulering. De Procureur-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad deze misslag zelf kan herstellen, waardoor de grondslag van het middel komt te vervallen.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep ongegrond is en verwerpt het. Er is geen aanleiding om ambtshalve het arrest te vernietigen. De locatieverbodsvordering was ook praktisch niet uitvoerbaar omdat verdachte en aangeefster in dezelfde straat wonen.

Deze uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad corrigeert waar sprake is van evidente fouten in het arrest zonder dat dit gevolgen heeft voor de inhoudelijke veroordeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de evidente misslag in het arrest wordt hersteld.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/03611
Zitting18 april 2023
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940,
hierna: de verdachte
I.
Inleiding
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 11 augustus 2021 wegens "belaging", veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand (met een proeftijd van drie jaren) en een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. Het hof heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 500,-. Daarnaast heeft het hof twee maatregelen opgelegd: (i) de schadevergoedingmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr ten behoeve van de benadeelde partij en (ii) de vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende dat de verdachte (als veroordeelde) voor de duur van drie jaren “op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met mevrouw [aangeefster] , wonend aan de [a-straat 1] , [plaats] ”, subsidiair 5 dagen hechtenis voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
Namens de verdachte heeft J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, één middel van cassatie voorgesteld.
II.
Het middel en de beoordeling daarvan
3. Het middel klaagt over de inhoud van de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, meer in het bijzonder over de opdracht aan de politie om toe te zien op de handhaving van het ‘locatieverbod’, althans over de motivering daarvan.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 1 juli 2017 tot en met 2 april 2020 te [plaats] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander, te weten die van [aangeefster] , door
- veelvuldig brieven te schrijven (onder andere brieven met seksueel getinte teksten) en vervolgens achter te laten bij deze [aangeefster]
met het oogmerk die [aangeefster] te dwingen iets te doen.”
5. Ten aanzien van de strafoplegging heeft het hof, voor zover hier relevant, in het bestreden arrest het volgende overwogen:
“Daarnaast zal het hof- mede gelet op het reclasseringsadvies - aan verdachte een maatregel opleggen, om te voorkomen dat hij opnieuw de fout in gaat jegens aangeefster. Mede door zijn uitlatingen ter zitting in eerste aanleg als in hoger beroep is het hof er niet van overtuigd dat verdachte van het verkeerde van zijn gedrag doordrongen is. Ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten zal verdachte worden verboden contact met aangeefster op te nemen.”
6. Het dictum van dat arrest houdt onder meer in:
“Het hof:
[…]
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , wonend aan de [a-straat 1] , [plaats] . De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod.”
7. De verdachte, woonachtig in dezelfde straat als de aangeefster, is veroordeeld wegens belaging van de aangeefster omdat hij veelvuldig (seksueel getinte) brieven bij haar in de brievenbus had gedaan. Uit de strafmotivering volgt dat het hof in het kader van de vrijheidsbeperkende maatregel aan de verdachte enkel een contactverbod heeft willen opleggen om nieuwe strafbare feiten te voorkomen. Dit contactverbod is (uiteraard) opgenomen in het dictum. In het dictum staat echter ook vermeld dat de politie toezicht houdt op het
locatieverbod. Ik meen dat het hier om een evidente misslag gaat, nu nergens uit blijkt dat het hof (ook) bedoeld heeft een locatieverbod op te leggen. [1] De Hoge Raad kan deze misslag zelf herstellen. Alsdan komt de feitelijke grondslag aan het middel te ontvallen.
III.
Slotsom
8. Het middel is tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Een locatieverbod is wel door het openbaar ministerie gevorderd, maar niet of nauwelijks uitvoerbaar nu de verdachte en de aangeefster in dezelfde straat wonen.