ECLI:NL:PHR:2023:415

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
22/02254
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:19 Wetboek van Strafrecht CuraçaoArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden wegens strijd met Curaçaos strafrecht

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft verdachte veroordeeld voor afpersing gepleegd door meerdere personen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, met een proeftijd van twee jaar, naast een taakstraf. Deze straf is in strijd met artikel 1:19 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, dat een maximale duur van twee jaar voor een voorwaardelijke gevangenisstraf voorschrijft.

Namens het openbaar ministerie heeft de plaatsvervangend procureur-generaal bij het parket Curaçao een cassatiemiddel ingediend tegen deze strafoplegging. De Hoge Raad concludeert dat het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof niet in stand kan blijven voor zover het de voorwaardelijke gevangenisstraf betreft en beveelt vernietiging van dat onderdeel.

De Hoge Raad overweegt dat de strafoplegging verder ongewijzigd kan blijven, maar dat de voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden teruggebracht tot de wettelijke maximumduur van twee jaar. Het arrest benadrukt ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar motivatie voor het gepleegde feit en haar rol als alleenstaande moeder, die het Hof strafverminderend heeft meegewogen.

De Hoge Raad stelt vast dat er geen gronden zijn om ambtshalve verder te vernietigen en beperkt de vernietiging tot de strafoplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf. De uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof wordt zodoende aangepast aan de wettelijke voorschriften van Curaçao.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden en bepaalt een passende beslissing conform art. 440 Sv.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02254 C
Zitting18 april 2023
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte
I.
Inleiding
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Gemeenschappelijk Hof) heeft bij vonnis van 28 september 2021 het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 31 maart 2021 bevestigd met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde straf. Daarnaast heeft het Gemeenschappelijk Hof de gronden verbeterd en aangevuld met betrekking tot de bewijsoverweging, de motivering van de op te leggen straf en de motivering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Dat brengt mee dat de verdachte door het Gemeenschappelijk Hof wegens “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden (met een proeftijd van twee jaren) en een taakstraf voor de duur van 240 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis (met aftrek van voorarrest).
Namens het openbaar ministerie heeft M.L.A. Angela, plaatsvervangend procureur-generaal bij het parket Curaçao, één cassatiemiddel voorgesteld.
II.
Het middel en de bespreking daarvan
3. Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat de door het Gemeenschappelijk Hof opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden (met een proeftijd van 2 jaren) wettelijke grondslag mist en daarom niet in stand kan blijven.
4. Het bestreden vonnis van het Gemeenschappelijk Hof houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

Aanvulling strafmotivering
[…]
Het Hof rekent het de verdachte zwaar aan dat zij getracht heeft het haar aangedane leed te vergelden door middel van een beroving met een vuurwapen. Dat is een ernstig feit, waarvoor in de regel een gevangenisstraf van geruime duur wordt opgelegd.
Het Hof ziet echter ook onder ogen dat het de verdachte er blijkens de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet om te doen was een gewapende beroving te plegen voor financieel gewin. Zij heeft ook niet meegedeeld in de buit. Haar intentie was om wraak te nemen op haar vriend [betrokkene 1] , omdat hij intieme videobeelden van hen beiden zonder haar instemming in de openbaarheid had gebracht. Dit handelen van het slachtoffer heeft diep ingegrepen in het persoonlijke leven van de verdachte, die als jonge moeder van twee kinderen geconfronteerd werd met de afkeuring en veroordeling door haar omgeving. De beroving kan dan ook in zoverre niet worden geduid als een standaard 'atrako' waar de oriëntatiepunten voor straftoemeting betrekking op hebben.
Voorts houdt het Hof er in strafmatigende zin rekening mee dat zij als jonge alleenstaande moeder de verantwoordelijkheid draagt voor de verzorging en opvoeding twee kleine kinderen. Het Hof weegt tot slot mee dat de reclassering tot de conclusie komt dat de kans op recidive laag is.
Alles afwegend ziet het Hof in de achtergrond van de beroving, de intentie van de verdachte bij die beroving en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om in afwijking van het oordeel van het Gerecht in eerste aanleg een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, in combinatie met een werkstraf en begeleiding van de reclassering zoals door de reclassering geadviseerd. De verdachte zal hiertoe worden veroordeeld.
[…]
BESLISSING
Het Hof:
- vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg voor wat betreft de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
- gelast dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
[…]”
5. Art. 1:19 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Curaçao [1] bepaalt, voor zover hier relevant:
“1. In geval van veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, tot werkstraf of tot geldboete, kan de rechter bepalen dat de straf of een gedeelte daarvan niet zal worden ten uitvoer gelegd.
2. In geval van een veroordeling tot gevangenisstraf van meer dan twee jaren en ten hoogste vier jaren kan de rechter bepalen dat een gedeelte van de straf, tot ten hoogste twee jaren, niet zal worden ten uitvoer gelegd.”
6. Het Gemeenschappelijk Hof heeft de verdachte onder meer veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Dat is een straf die het Wetboek van Strafrecht van Curaçao niet toelaat; ingevolge voormeld art. 1:19 ligt Pro de bovengrens immers bij twee jaren. [2] Het bestreden arrest kan in zoverre niet in stand blijven.
7. In de schriftuur lees ik het voorstel aan de Hoge Raad om het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof te vernietigen ten aanzien van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en deze te vervangen door een voorwaardelijke gevangenisstraf die de maximale duur daarvan niet te boven gaat. Ik meen dat in deze specifieke zaak daarvoor wel wat te zeggen valt en geef de Hoge Raad in overweging de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in zoverre te vernietigen en te komen tot een zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. Mogelijk kan de strafoplegging daarbij verder ongewijzigd blijven.
8. Het middel slaagt.
III.
Slotsom
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, en tot een zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De schriftuur rept van NASr. Ik ga er vanuit dat dit een misslag is.
2.Uit de memorie van toelichting bij het Wetboek van Strafrecht van Curaçao (opgenomen in H. de Doelder, e.a.,