ECLI:NL:PHR:2023:431

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
21/02675
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen van cassatie

Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene een bedrag van €1.500,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel moet betalen aan de staat. Betrokkene heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Echter heeft betrokkene niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kan betrokkene volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Er is sprake van samenhang met meerdere andere zaken waarin ook conclusies worden genomen. De conclusie is dat het cassatieberoep van betrokkene niet ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van de vereiste schriftelijke middelen van cassatie binnen de termijn.

Deze procedure betreft een zuiver formele toetsing van ontvankelijkheid en niet de inhoudelijke behandeling van het cassatieberoep. De beslissing voorkomt dat een niet-ordentelijke procedure wordt voortgezet zonder de noodzakelijke processtukken.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/02675 P
Zitting7 maart 2023

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de betrokkene
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 25 juni 2021 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 1.500,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
Er bestaat samenhang met de zaken 21/02662, 21/02661, 21/02787, 21/02784, 21/02851, 21/02907, 21/02885, 21/02886, 21/02673, 21/02686, 21/02767 en 21/02768. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG