ECLI:NL:PHR:2023:471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het hoger beroep ondanks ontbreken originele appelakte
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal met verbreking, nadat hij in eerste aanleg door de politierechter was vrijgesproken. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in, maar de originele appelakte raakte zoek bij de strafgriffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De verdediging voerde daarom aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden in het hoger beroep.
Het hof oordeelde echter dat het ontbreken van de appelakte niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid, omdat uit twee GPS-schermafdrukken, een aanzegging van hoger beroep en een appelschriftuur blijkt dat het hoger beroep daadwerkelijk en in persoon door de officier van justitie is ingesteld. De verdediging betwistte dit, maar het hof vond het oordeel niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Ook het middel dat het arrest nietig zou zijn wegens onjuiste beëdiging van raadsheren faalt op basis van recente jurisprudentie. De Hoge Raad concludeert dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in het hoger beroep en dat het ontbreken van de originele appelakte niet tot vernietiging leidt.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep ondanks het ontbreken van de originele appelakte.