Conclusie
adv.: mr. P.A. Fruytier
adv.: mr. J. Streefkerk
1.Inleiding en samenvatting
Dennestaete) als beslaglegger en eiser tot cassatie (hierna:
[eiser]) als derde-beslagene. Het hof is van oordeel dat [eiser] verklaring dat de beslagene niets van hem te vorderen heeft onvoldoende is gestaafd met gegevens en bescheiden, waardoor deze niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt (art. 476a lid 2 en 476b lid 2 Rv) en heeft [eiser] daarom veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 266.660,- aan Dennestaete. In cassatie komt [eiser] met meerdere rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel dat [eiser] de door hem gestelde tegenvordering niet aannemelijk heeft gemaakt. Mijns inziens kan het middel bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.
2.Feiten
- i) Tussen Dennestaete en [betrokkene 1] (hierna:
- ii) Tot de in eerste aanleg overgelegde producties behoort een viertal “overeenkomsten van geldlening"
- vii) Bij vonnissen van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2014 en 4 april 2014 is Dennestaete, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld tot betaling aan [betrokkene 1] van € 230.384,83.
- viii) Op 8 april 2014 heeft [betrokkene 1] executoriaal derdenbeslag gelegd onder de bank. Op 11 augustus 2014 heeft [betrokkene 1] de bankgaranties geretourneerd, waarna de bank € 266.660,- onder het executoriaal derdenbeslag heeft afgedragen ten behoeve van [betrokkene 1] . Dit bedrag is door de bank gestort op de bankrekening van [eiser] .
- ix) Bij arrest van 9 februari 2016 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 april 2014 vernietigd en is [betrokkene 1] veroordeeld tot terugbetaling van al hetgeen Dennestaete ter uitvoering van het bestreden vonnis (al dan niet door middel van executie) aan haar had voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van voldoening (executie) tot aan de dag van terugbetaling, met veroordeling van [betrokkene 1] in de proceskosten. [betrokkene 1] heeft aan die veroordeling niet voldaan.
- x) [eiser] is sinds 16 februari 2016 enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Esan Holding BV (hierna:
- xi) Op 17 februari 2016 heeft [betrokkene 1] het eigen faillissement aangevraagd, welke aanvraag is ingekomen ter griffie van de rechtbank Den Haag op 18 februari 2016.
- xii) Op 23 februari 2016 is [betrokkene 1] door genoemde rechtbank failliet verklaard, met benoeming van mr. Libosan als curator.
- xiii) [betrokkene 1] heeft bij e-mail van 28 februari 2016 aan mr. Libosan meegedeeld:
- xv) Het faillissement van [betrokkene 1] is op 10 maart 2017 opgeheven wegens gebrek aan baten.
- xvi) Bij e-mail van 28 september 2017 heeft mr. Libosan aan de advocaat van [betrokkene 1] (met een cc aan de advocaat van Dennestaete) meegedeeld (voor zover van belang):
- xvii) Dennestaete heeft [betrokkene 1] in kort geding gedagvaard en op de voet van artikel 475g Rv gevorderd dat [betrokkene 1] - kort gezegd - opgave verstrekt van haar inkomens- en vermogenspositie. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 6 november 2017 de vorderingen van Dennestaete afgewezen, daartoe overwegende dat [betrokkene 1] voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij reeds volledige openheid van zaken had gegeven over haar bronnen van inkomsten.
- xviii) Dennestaete heeft op 14 augustus 2018 (hierna:
- xix) [eiser] heeft op 30 augustus 2018 de verklaring derdenbeslag
3.Procesverloop
Bewijskracht leningen 1-4
Afspraak tot indirecte verrekening in rekening-courant?
Facturen Vlaskamp Advocaten
4.Bespreking van het cassatiemiddel
tegenvorderingmet gegevens en bescheiden heeft gestaafd. Het hof is – samengevat – tot het oordeel gekomen dat uit de door [eiser] overgelegde gegevens en bescheiden niet is gebleken dat de betalingen in een schuld van [betrokkene 1] aan [eiser] hebben geresulteerd.
geen verrekeningvan de vorderingen heeft plaatsgevonden. [21]