ECLI:NL:PHR:2023:523
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beklag tegen inbeslagname computer en crypto wallets in Amerikaans moordonderzoek
De zaak betreft een beklag van een klager tegen de inbeslagname van een computer en twee crypto wallets, die in het kader van een Amerikaans rechtshulpverzoek in beslag zijn genomen. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beklag ongegrond, omdat de inbeslaggenomen goederen relevant kunnen zijn voor het strafrechtelijk onderzoek naar een moordzaak.
De klager voerde aan dat de computer niet zijn eigendom was en alleen voor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt, en dat de crypto wallets geen relevantie hadden voor het onderzoek omdat de moord uit 1992 dateert, vóór het bestaan van cryptovaluta. De officier van justitie stelde dat de computer vermoedelijk door de klager werd gebruikt en dat crypto wallets meerdere functies hebben die relevant kunnen zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat het rechtshulpverzoek en de Nederlandse wetgeving (artikel 94 juncto Pro 95 Sv) de inbeslagname rechtvaardigen, mede omdat de waarheidsvinding centraal staat. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft gehanteerd en voldoende heeft gemotiveerd waarom het beklag ongegrond is verklaard. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beklag tegen de inbeslagname van de computer en crypto wallets wordt ongegrond verklaard.