Conclusie
opgeëiste persoon, ter zitting aanwezig, antwoordt op vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
opgeëiste persoon, ter zitting ondervraagd, verklaart- zakelijk weergegeven - als volgt:
officier van justitievoert het woord
aadsvrouwvoert het woord ter verdediging aan de hand van een overgelegde pleitnota welke als bijlage I aan dit proces-verbaal is gehecht.
officier van justitievoert het woord
voorzittertoont de zich in het dossier bevindende foto's van de opgeëiste persoon (digitale dossierpagina 10 e.v.).
opgeëiste persoongeeft aan dat dit een foto van hem betreft en het aldaar vermelde adres zijn adres is.
opgeëiste persoonvoert het woord.
oudste rechterantwoordt de
opgeëiste persoonals volgt.
raadsvrouwvoert het woord.
opgeëiste persoonvoert het laatste woord.
“de op ['je eigen] identiteitsbewijs genoemde gegevens correct zijn en hij die persoon is"niet betekent dat dit een bevestiging is van hetgeen vermeld wordt in de 'Ordinance of accusation' met betrekking tot diegene wiens uitlevering wordt verzocht” en de rechtbank niet is ingegaan op het verweer dat de gegevens niet afkomstig zijn van de Moldavische, maar van de Roemeense autoriteiten.