4.3Door en namens de verdachte is blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep het volgende aangevoerd, voor zover hier van belang:
“De verdachte geeft op de opgelegde straf te zwaar te achten. Hij licht het volgende toe:
Ik vind de straf te zwaar en in het bijzonder de taakstraf. Ik heb een posttraumatische stressstoornis. Ik ben 100 procent afgekeurd. Ik kan die 100 uren niet werken. Dat is onmogelijk. Ik zit al jarenlang thuis.
U, voorzitter, vraagt mij of ik alle feiten erken. Ik zeg u daarop dat ik inderdaad alle feiten erken.
De raadsvrouw brengt het volgende naar voren:
(…)
Ter zake van feit 3 geeft mijn cliënt aan dat hij niet moedwillig weigerde om mee te werken. Zijn geestelijke toestand liet het niet toe om mee te werken. Wat betreft de straf richt het hoger beroep zich tegen de opgelegde werkstraf.
Op vragen van de voorzitter verklaart de verdachte het volgende:
U houdt mij voor dat uit het proces-verbaal van de politieagenten op dossierpagina 48 blijkt dat ze twee keer netjes aan mij hebben gevraagd of ik wilde blazen en dat ik twee keer heb geweigerd, waarbij ik op een gegeven moment ook mensen bedreigde.
U houdt mij verder voor dat ik vervolgens, aldus dit proces-verbaal, nog andere bedreigingen heb geuit, te weten: “Ik schiet je kapot”, waarop ik naar het politiebureau in Helmond ben gebracht en ik tijdens die rit, waarbij ze nog om een ademtest hebben gevraagd blijkens dossierpagina 28, heb gezegd: “Fuck you”.
U houdt mij ten slotte voor dat ik op het politiebureau ben uitgenodigd voor een echte ademanalyse en toen zei ik - blijkens pagina 28 en 30 van het procesdossier - opnieuw “Fuck you”.
U vraagt mij hoe dit komt. Ik zeg u daarop het volgende. Ik was in die tijd mijn zaak kwijtgeraakt. Ik was gescheiden en ik was mijn huis kwijt. Ik zag mijn kinderen niet meer door mijn PTSS. Ik was alles kwijt. Toen gebeurde dit. Ik ben helemaal doorgedraaid. Ik was boos op de hele wereld en ik heb iedereen uitgescholden. Het werd mij gewoon te veel. Ik zag de agenten met revolvers en ik kreeg flashbacks. Ik werd daar bang van dus ik heb ze bedreigd.
(…)
U houdt mij voor dat ik vervolgens niet geblazen heb. Ik zeg u daarop dat ik niet heb geblazen omdat ik boos was op de hele wereld. Ze vroegen aan mij: “Kunt u blazen?” Maar dat kon ik niet. Ik had pijn en ik wilde lucht. Ik zei: “Even niet”. Daarbij heb ik inderdaad ook “Fuck you” gezegd.
(…)
De raadsvrouw brengt het volgende naar voren:
Mijn cliënt kan niet tegen prikkels. Hij zou vandaag eigenlijk met de trein komen maar deze bleek niet te rijden. Dat is voor hem al erg moeilijk. Hij trekt zichzelf terug of gaat wandelen in de natuur. Hij kan weinig van andere mensen hebben omdat die prikkels en onverwachte situaties erg moeilijk voor hem zijn.
(…)
Op vragen van de jongste raadsheer verklaart de verdachte het volgende:
U houdt mij voor dat mijn PTSS reeds in 2015 geconstateerd is. U vraagt mij of EMDR-therapie ook onderdeel was van de behandeling. Ik zeg u dat dat klopt. Ik heb EMDR-therapie meerdere malen geprobeerd maar daar heb ik niets aan gehad.
Gelukkig betaalt het ministerie van Defensie alles. Zij hebben ook erkend dat ik een PTSS heb. Ik heb anderhalf jaar iedere week bij een psycholoog gelopen – bij [betrokkene 1] -maar het houdt een keer op. Ik zal met de restklachten moeten leren leven.
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging:
(…)
Ten aanzien van feit 3 zegt mijn cliënt: “Ik ben in het verleden uitgezonden geweest en daarom kamp ik nu met een PTSS.” We hebben stukken waaruit blijkt dat die PTSS ook daadwerkelijk is vastgesteld. Er heeft een behandeltraject plaatsgevonden bij [betrokkene 1] met onder meer EMDR-therapie en medicatie. De situatie van mijn cliënt is sindsdien wel verbeterd maar hij kan niet normaal functioneren in de maatschappij. De beperkingen waar hij mee kampt, leiden er bij hem toe dat hij traumatische ervaringen heeft en dat hij heftig kan reageren op omstandigheden die hem prikkelen - ook vanwege de pistolen van de verbalisanten. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. De deskundigen geven aan dat dit bij iemand die in een dergelijke situatie terechtkomt en met een mogelijke bedreiging geconfronteerd wordt, heftige emoties kan oproepen en dat die emoties zich ook kunnen uiten. Ik verwijs in dat verband graag naar een artikel van mevrouw Stam en meneer Ten Voorde, getiteld: “Getraumatiseerde veteranen in het strafrecht. Over de doorwerking van posttraumatische stressstoornis bij veteranen in enkele schulduitsluitingsgronden”. Er wordt met enige regelmaat aangenomen dat sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid of psychische overmacht. Ik breng het naar voren opdat uw hof daar wel een beslissing over neemt omdat met name feit 3 nogal vergaande consequenties heeft, te weten een tweede strafpunt in de zin van artikel 123 b van de Wegenverkeerswet 1994. Mijn cliënt zegt: “Ik was dusdanig in het nauw gedreven”. Normaal is hij een aardig persoon. Dat blijkt ook uit zijn strafblad. Die dag kwam echter alles weer boven. Meneer heeft klappen gehad zoals u ook op de foto’s hebt kunnen zien. Meneer zegt ook: “Ik had het gevoel dat ik geen lucht meer kreeg en ik heb meer gezegd dan “Fuck you” maar dat kan ik helaas niet terugvinden in het dossier.” Hij geeft echter ook voortdurend aan dat hij probeert te zoeken naar een oplossing om het op te lossen.
Uiteindelijk is er niet geblazen. De vraag is of dat mijn cliënt valt aan te rekenen of dat sprake is van een schulduitsluitingsgrond. Op basis van de bij hem vastgestelde PTSS en op basis van hoe hij daarover verklaard heeft, acht ik een strafuitsluitingsgrond, met name ontoerekeningsvatbaarheid of psychische overmacht, aanwezig.”