Conclusie
[eiser]respectievelijk
De Goudse.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
hof).
met recht op aandeel in de winst'.
Winstgarantie.
3.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank). [eiser] vordert dat de rechtbank – zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – De Goudse veroordeelt tot betaling van (i) een bedrag van € 58.991,--, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 17 mei 2017, althans de datum van de dagvaarding, (ii) een bedrag van € 1.649,90 ter zake van incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag van de dagvaarding, met (iii) veroordeling van De Goudse in de proceskosten. Hieraan legt [eiser] het volgende ten grondslag.
vonnis). De rechtbank wees de vorderingen van [eiser] af en veroordeelde hem, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten. Hiertoe overwoog de rechtbank samengevat dat, nu partijen van mening verschillen over de inhoud van de verzekeringsovereenkomst, deze overeenkomst moet worden uitgelegd. Aangezien het in deze zaak draait om polisvoorwaarden waarover partijen niet hebben onderhandeld, is de uitleg met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. Uitleg conform deze maatstaf is niet ondersteunend aan [eiser] standpunt. De polis en de toelichting op de aanbieding bepalen immers dat twee kapitalen worden verzekerd: het ene kapitaal wordt uitgekeerd bij leven en het andere bij overlijden. Nu [eiser] op 1 juni 2017 in leven was, volgt uit de letterlijke tekst van de polis, algemene voorwaarden en toelichting op de aanbieding dat het kapitaal bij overlijden niet wordt uitgekeerd (r.o. 4.2). De stellingen die [eiser] aandraagt om een andere uitleg te rechtvaardigen wijst de rechtbank af (r.o. 4.3 t/m 4.13). De rechtbank overweegt verder dat bij de uitleg van artikel 14 van Pro de algemene voorwaarden, in samenhang met de toelichting, de rechtbank niet zodanige onduidelijkheid of onbegrijpelijkheid is gebleken dat aanleiding bestaat toepassing te geven aan de
contra proferentem-regel in art. 6:238 lid 2 BW Pro (r.o. 4.9).
contra proferentem-regel in art. 6:238 lid 2 BW Pro toepaste. Verder vermeerdert [eiser] in appel zijn eis omdat hij tevens recht stelt te hebben op een bedrag van € 9.489,--, dat De Goudse tot en met 2015 ten onrechte zou hebben ingezet als winstbijschrijvingen ten behoeve van het uit te keren kapitaal bij in leven blijven. Dit bedrag, en eventueel onterecht bijgeschreven winstdelen na 2015, dienen te worden bijgeschreven op het uit te keren kapitaal bij overlijden, op uitkering waarvan [eiser] recht meent te hebben. [3] In appel vordert [eiser] , na deze eisvermeerdering, dat De Goudse wordt veroordeeld, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van (i) een bedrag van € 58.991,--, te vermeerderen met wettelijke rente per 1 juni 2017, (ii) een bedrag van € 9.489,--, zijnde de winstbijschrijvingen binnen het gegarandeerde gedeelte van 2015, te vermeerderen met de winstbijschrijvingen binnen het gegarandeerde gedeelte van de jaren 2016 en 2017, alles te vermeerderen met wettelijke rente per 1 juni 2017, met (iii) veroordeling van De Goudse om de winstbijschrijvingen binnen het gegarandeerde gedeelte van de jaren 2016 en 2017 aan [eiser] mee te delen binnen twee weken na betekening van het te wijzen arrest, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat De Goudse daarmee in gebreke blijft, en (iv) een bedrag van € 1.649,90, althans een door het hof in goede justitie vast te stellen bedrag, ter zake van incassokosten, met (v) veroordeling van De Goudse in de proceskosten in beide instanties.
arrest) gewezen, waarin het hof het vonnis heeft bekrachtigd en [eiser] , uitvoerbaar bij voorraad, heeft veroordeeld in de proceskosten in appel en de nakosten. [4]
Beoordeling in hoger beroep
volledig geleende bedrag’, zoals [eiser] in hoger beroep heeft aangevoerd, is juist maar leidt niet tot een ander oordeel. Weliswaar bedroeg het volledige geleende bedrag ƒ 325.000,-, bij vroegtijdig overlijden was echter naast het jaarlijks dalende verzekerde bedrag van aanvankelijk ƒ 130.000,- ook een gegarandeerd bedrag van ƒ 195.000,- verzekerd. Met die beide bedragen zou naar verwachting, rekening houdend met winstbijschrijvingen, bij vroegtijdig overlijden aflossing van de gehele hypotheekschuld mogelijk zijn geweest. De winstuitkering werd immers in de eerste plaats daarvoor gebruikt. Gelet daarop en op de overige bewoordingen van de polis, de algemene voorwaarden en de toelichting in onderling verband beschouwd kan de in de toelichting genoemde aanvulling tot het ‘
volledig geleende bedrag’ niet anders worden uitgelegd dan als aanvulling tot een bedrag van ƒ 130.000,- naast het bedrag van € [bedoeld zal zijn: ƒ, A-G] 195.000,- bij voortijdig overlijden. Slechts het daarna resterende deel van de jaarlijkse winstbijschrijving zou steeds worden aangewend voor verhoging van de uitkering die zou plaatsvinden indien [eiser] op de einddatum nog in leven zou zijn. Omdat ten behoeve van de verzekering van [eiser] bij in leven zijn op de einddatum niet meer dan het gegarandeerde bedrag van ƒ 27.300,- aan winst beschikbaar is gekomen, heeft De Goudse op de einddatum kunnen volstaan met uitbetaling aan [eiser] van dat gegarandeerde bedrag.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
DSM/ […]overwoog de Uw Raad dat en waarom tussen de Haviltex-norm en de CAO-norm geen tegenstelling maar een vloeiende overgang bestaat:
Chubb/Dagenstaed:
NJ2008/284 (
Chubb/Dagenstaed) vooropgesteld. Dat is (een geobjectiveerde variant van) de Haviltexnorm, die blijkens de woorden ‘met name’ meer ruimte biedt voor subjectivering dan de CAO-norm. Het (sub)onderdeel gaat dus uit van een onjuiste lezing van het arrest en faalt daarom. Uit r.o. 4.10 t/m 4.13 van het vonnis (die het hof in r.o. 6.8 van het arrest tot de zijne maakte) volgt overigens dat wel andere omstandigheden die niet volgen uit de tekst van de overeenkomst zijn meegewogen. Ook om die reden gaat het (sub)onderdeel onder 1.5-1.12 uit van een onjuiste lezing van het arrest.
gegarandeerdzou hebben dat [eiser] zijn hypotheekschuld kon aflossen en geld zou overhouden, maar dat hij dit standpunt in appel heeft verlaten voor het standpunt dat de verzekering
ertoe diende het mogelijk te makenhet geleende bedrag volledig af te lossen en zelfs geld over te houden. Tegen deze gewijzigde stellingname zou De Goudse geen verweer hebben gevoerd, aldus [eiser] .
Eenmaal bijschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum(…)” ten onrechte niet weergegeven, [20] (ii) voor zover het hof deze volzin als grondslag voor de uitleg door [eiser] van de hand heeft gewezen, ontbreekt een motivering terzake, [21] (iii) het hof heeft in r.o. 6.9 de verzekeringsovereenkomst onjuist uitgelegd, [22] en (iv) het oordeel van het hof in r.o. 6.10 dat geen aanleiding bestaat toepassing te geven aan de
contra proferentem-regel van art. 6:238 lid 2 BW Pro en dat hierom grieven 1 t/m 9 falen kan niet overeind blijven. [23]
De winstbijschrijvingen worden in de eerste plaats gebruikt om het dalende verzekerde bedrag bij overlijden aan te vullen tot het volledige geleende bedrag”. [eiser] meent dat dit betekent dat, omdat de verzekering op volledige aflossing van de geldlening was gericht, de winst die De Goudse gebruikte om het jaarlijks dalende verzekerde bedrag van ƒ 130.000,- bij voortijdig overlijden aan te vullen, op de einddatum van de verzekering aan [eiser] moet worden uitgekeerd, zowel bij in leven zijn als bij voortijdig overlijden. [eiser] stelt dat dit volgt uit de door hem gestelde samenhang, die is gebaseerd op de in het gesprek met [betrokkene 1] ontstane verwachtingen en op een samenhangende beschouwing van de letterlijke tekst van de polisvoorwaarden. [26]
contra proferentem-regel in art. 6:238 lid 2 BW Pro, en dat hierom de grieven 1 t/m 9 falen, op grond van de voorgaande klachten niet overeind kan blijven.
Eenmaal bijgeschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum” aan zijn overwegingen ten grondslag te leggen, de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld ten onrechte niet heeft gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. Voor zover het hof de overweging van de rechtbank in r.o. 4.5 van het vonnis omtrent voornoemde contractsbepaling tot de zijne heeft gemaakt, geldt dat de taalkundige uitleg aldaar onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd is, althans zo begrijp ik het subonderdeel. Aangezien het hof de bedoelde rechtsoverweging van de rechtbank inderdaad tot de zijne heeft gemaakt in r.o. 6.8 van het arrest ga ik er in de verdere bespreking van dit subonderdeel van uit dat het een motiveringsklacht richt tegen r.o. 4.5 van het vonnis. [27]
De winstbijschrijvingen worden in de eerste plaats gebruikt om het dalende verzekerde bedrag bij overlijden aan te vullen tot het volledige geleende bedrag” de woorden “
bij overlijden” geen tijdsbepaling vormen, zoals de rechtbank in r.o. 4.5 kennelijk overwoog, maar onderdeel zijn van de persoonsvorm die wordt gevormd door de term “
het dalende verzekerde bedrag bij overlijden”, [28] en (ii) de term “
gegarandeerd tot de einddatum” niet betekent, zoals de rechtbank voorstaat, dat de tot het eventuele vooroverlijden van [eiser] bijgeschreven winsten bij vooroverlijden hadden moeten worden uitgekeerd, aangezien de verplichting tot uitkering van de tot aan het eventuele vooroverlijden van [eiser] gerealiseerde winstbijschrijving al volgt uit de daaraan voorafgaande bepaling: “
De winstbijschrijvingen worden in de eerste plaats gebruikt om het dalende verzekerde bedrag bij overlijden aan te vullen tot het volledige geleende bedrag.” [29] Daarnaast (iii) zou het hof onvoldoende zijn ingegaan op de grief van [eiser] terzake [30] en (iv) zou de vaststelling van het hof in r.o. 6.6 dat ten behoeve van de verzekering van [eiser] niet meer dan het bedrag van ƒ 27.300,-- aan winst beschikbaar is gekomen feitelijk onjuist zijn. [31]
in de eerste plaatsworden gebruikt om het dalende verzekerde bedrag bij overlijden (zoals beschreven in de polis, zie onder 2.3 hiervoor) aan te vullen tot het volledig geleende bedrag. Voor zover er na deze aanvulling een bedrag aan winstdeel resteert, zo bepaalt de toelichting op de aanbieding, wordt dit aangewend voor de verhoging van de uitkering die plaatsvindt bij in leven blijven. Het is niet zo dat winstdelen die zijn bijgeschreven bij het verzekerde kapitaal bij voortijdig overlijden ook gelden voor het verzekerde kapitaal bij in leven blijven. Dit komt overeen met het uitgangspunt dat er twee verschillende verzekerde kapitalen zijn, zoals volgt uit de polis en de algemene voorwaarden (zie onder 2.3, respectievelijk 2.4 hiervoor), waarvan er één tot uitkering komt bij voortijdig overlijden en het andere bij in leven blijven. Er komt dus per definitie altijd een verzekerd kapitaal te vervallen. De zin “
Eenmaal bijgeschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum” heeft de rechtbank dan ook begrijpelijkerwijs zo kunnen opvatten dat een eventueel geleden verlies niet verrekend mag worden met de eerder op een verzekerd kapitaal bijgeschreven winst. Ontoereikend gemotiveerd is het oordeel niet.
bij overlijden” een tijdsaanduiding vormen dan wanneer zij onderdeel zijn van de persoonsvorm “
het dalende verzekerde bedrag bij overlijden”. In beide gevallen is immers helder dat de tekst erop doelt dat winstbijschrijvingen
in de eerste plaatsworden aangewend ten behoeve van het verzekerde kapitaal dat tot uitkering komt bij voortijdig overlijden. Ook stelling (ii) kan [eiser] niet baten. De zin “
Eenmaal bijgeschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum” heeft de rechtbank, zoals hierboven reeds gezegd, in r.o. 4.5 van het vonnis begrijpelijkerwijs zo kunnen opvatten dat eventuele verliezen niet worden verrekend met reeds bijgeschreven winstdelen, en dat de winstdelen die op enig moment zijn bijgeschreven op het bij voortijdig overlijden uit te keren kapitaal aldus hoe dan ook uitgekeerd dienen te worden bij voortijdig overlijden.
Eenmaal bijgeschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum” betoogd dat de rechtbank ten onrechte de woorden “
aan te vullen tot het volledige geleende bedrag”, waarmee volgens [eiser] wordt bedoeld dat de winst bedoeld is om zowel bij voortijdig overlijden als bij in leven blijven de gehele lening te kunnen aflossen, heeft weggelaten. In r.o. 6.9 zou het hof onvoldoende op deze grief hebben gerespondeerd.
aan te vullen tot het volledig geleende bedrag” slechts zien op het uit te keren kapitaal bij overlijden en dat het restant dat daarna eventueel overblijft wordt aangewend ten behoeve van het uit te keren kapitaal bij in leven blijven. Dat deze uitleg de toets der kritiek in cassatie kan doorstaan volgt reeds uit de uiteenzetting onder 4.25 hiervoor. Het hierboven uiteengezette bezwaar van [eiser] maakt dit niet anders, aangezien uit de bewoordingen in de toelichting, alsmede uit het uitgangspunt dat er twee verschillende verzekerde kapitalen zijn, valt op te maken dat de winstdelen in twee tranches worden verdeeld. Ook is voldoende duidelijk dat de volzin “
Eenmaal bijgeschreven winstkapitalen blijven steeds volledig gegarandeerd tot de einddatum” zo is te begrijpen dat eventuele verliezen niet worden verrekend met reeds bijgeschreven winstdelen op het kapitaal dat is verzekerd bij voortijdig overlijden.