Conclusie
Nummer21/03306
Inleiding
Het middel
NJ1992, 60, m.nt. Th.W. van Veen).
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarbij de verdachte werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en andere feiten. Het hof verwierp het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer omdat vaststond dat sprake was van een rechtmatige burgeraanhouding.
De verdediging stelde dat de verdachte zich mocht verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, onder meer omdat de toegangspoort werd gesloten en de handrem van de auto werd aangetrokken. Ook werd aangevoerd dat verdachte in paniek was geraakt en dat hij redelijkerwijs mocht menen dat hij zich moest verdedigen (putatief noodweer).
De rechtbank en het hof oordeelden echter dat de handelingen van betrokkenen gericht waren op het voorkomen dat verdachte zich aan zijn aanhouding zou onttrekken en dat deze aanhouding rechtmatig was. Er was geen sprake van een wederrechtelijke aanranding en dus ook niet van een noodweersituatie. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, omdat het middel faalt en de motivering van het hof begrijpelijk en voldoende is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer faalt wegens rechtmatige burgeraanhouding.