Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
ongegrondverklaard te worden.”
2. De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift ex artikel 552a Sv tegen het beslag op een camper die aan de klager toebehoort en waarin hij feitelijk woont. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het klaagschrift ongegrond, stellende dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring van het voertuig zal bevelen vanwege recidive in het rijden zonder geldig rijbewijs.
De klager voerde aan dat hij dakloos is en de camper zijn woning is, waardoor de belangenafweging in zijn voordeel uit zou moeten vallen. De rechtbank ging echter niet expliciet in op de proportionaliteit en subsidiariteit van het voortduren van het beslag.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank wel degelijk blijk had moeten geven van een onderzoek naar deze aspecten, omdat de klager zwaarwegende persoonlijke belangen heeft aangevoerd. Het ontbreken van een dergelijk onderzoek maakt de motivering van de rechtbank onvolledig. Daarom wordt de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
De conclusie benadrukt dat bij beslaglegging op woonruimte een zorgvuldige belangenafweging vereist is, waarbij het persoonlijke belang van de beslagene zwaar kan wegen, zeker bij langdurig beslag en ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met onderzoek naar proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.