Conclusie
Nummer21/03085
Inleiding
Het eerste en het tweede middel
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 13 september 2019.
verklaring van [slachtoffer](hierna steeds: ‘[slachtoffer]’):
verklaring van [slachtoffer]:
verklaring van [slachtoffer]:
mededeling van de verbalisant:
mededeling van de verbalisant:
eerste middel. Volgens de steller van het middel zou het hof onvoldoende gemotiveerd voorbij zijn gegaan aan het verweer dat de verklaringen van [slachtoffer] onbetrouwbaar zijn. Daartoe wijst hij in het bijzonder op de volgende passage uit de pleitnota:
tweede middel. Dit behelst de klacht dat het hof het bewijsminimumvoorschrift als bedoeld in art. 342 lid 2 Sv Pro zou hebben geschonden. In de toelichting op het middel wordt een en ander nog in de sleutel gezet van een daaromtrent ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, waarop het hof – volgens de steller van het middel – beter had moeten reageren (randnummer 4.4-4.5 van de schriftuur) en wordt een en ander in het licht geplaatst van een “alternatieve lezing” van de verdachte (randnummer 4.6).