ECLI:NL:PHR:2023:915
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging beroepsontzetting wegens te ruime formulering
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 13 maanden gevangenisstraf en een bijkomende straf van ontzetting uit het recht tot uitoefening van diverse functies binnen het notariaat voor vijf jaar, vanwege medeplegen van opzettelijk gebruik van vervalst geschrift en valsheid in geschrift.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie van 31 oktober 2023 het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld. Het middel richt zich op de omvang van de opgelegde beroepsontzetting, die volgens de conclusie te ruim is geformuleerd omdat deze alle werkzaamheden op een notariskantoor omvat, ook functies zonder verband met het strafbare feit.
De conclusie stelt dat de ontzetting moet worden beperkt tot het recht tot uitoefening van het beroep van kandidaat-notaris, notarisklerk, notarieel medewerker of daarmee vergelijkbare werkzaamheden in de notariële adviespraktijk. Dit volgt uit de wettelijke vereiste dat het ontzettingsbesluit moet aansluiten bij het beroep waarin het strafbare feit is gepleegd.
De conclusie adviseert de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen voor zover het beroepsverbod verder strekt dan deze functies en het verbod dienovereenkomstig te herstellen. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Tevens wordt opgemerkt dat de vermelding van art. 325 Sr Pro door de rechtbank een kennelijke fout is, die door het hof is gecorrigeerd naar art. 235 Sr Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wordt geadviseerd het beroepsontzettingsbesluit te vernietigen voor zover het te ruim is geformuleerd en te herstellen tot ontzetting beperkt tot notariële functies gerelateerd aan het strafbare feit.