ECLI:NL:PHR:2023:916

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2023
Publicatiedatum
13 oktober 2023
Zaaknummer
23/03334
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:6 WvggzArt. 1:7 lid 1 WvggzArt. 1:7 lid 3 WvggzArt. 10:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking crisismaatregel wegens onvoldoende onderzoek naar afstand van rechtsbijstand

In deze zaak ging het om een beroep van betrokkene tegen een crisismaatregel die door de burgemeester van Amstelveen was opgelegd op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan geen advocaat te willen en zelf zijn verdediging te voeren. De rechtbank nam dit als afstand van het recht op rechtsbijstand.

De Hoge Raad stelde echter vast dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste, terwijl dit op grond van vaste rechtspraak en wettelijke bepalingen vereist is. Uit het proces-verbaal bleek dat betrokkene weliswaar de toegevoegde advocaat weigerde, maar niet per se wilde afzien van alle rechtsbijstand, aangezien hij een eigen advocaat probeerde te regelen.

De Hoge Raad concludeerde dat het onbegrijpelijk was dat de rechtbank aannam dat betrokkene afstand had gedaan van zijn recht op rechtsbijstand zonder het vereiste onderzoek. Daarom werd de beschikking van 25 mei 2023 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van het recht op rechtsbijstand in procedures rondom crisismaatregelen onder de Wvggz, waarbij de kwetsbare positie van betrokkene centraal staat.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende onderzoek naar de afstand van het recht op rechtsbijstand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/03334
Zitting16 oktober 2023
CONCLUSIE
M.L.C.C. Lückers
In de zaak
[betrokkene],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. F.W.E. Eijsvogels,
tegen
De burgemeester van de gemeente Amstelveen,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
Partijen worden hierna verkort aangeduid als betrokkene respectievelijk de burgemeester.

1.Inleiding en samenvatting

1.1
In deze Wvggz-zaak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen de crisismaatregel ongegrond verklaard. In cassatie gaat het over de vraag of betrokkene op de zitting waarop het beroep werd behandeld afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand.

2.Feiten en procesverloop

2.1
Op 26 april 2023 om 18:43 uur heeft de burgemeester van de gemeente Amstelveen op grond van art. 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel genomen. Met de uitvoering van de crisismaatregel is zorgaanbieder Stichting GGZ inGeest belast. In zijn beschikking verwijst de burgemeester naar een op dezelfde dag uitgebrachte medische verklaring van [de psychiater]. De burgemeester vermeldt, in overeenstemming met rubriek 4.d in die verklaring, als zorg die noodzakelijk is om de crisissituatie af te wenden:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beinvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beinvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
2.2
Bij verzoekschrift, bij de griffie van de rechtbank Amsterdam ingekomen op 27 april 2023, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van Amstelveen opgelegde crisismaatregel van 26 april 2023 en heeft betrokkene op grond van art. 10:12 Wvggz Pro verzocht om een schadevergoeding. Het beroep is ingediend door mr. Gaasbeek.
2.3
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 mei 2023. Gehoord zijn: betrokkene, bijgestaan door een tolk, een vertegenwoordiger van de burgemeester/ gemeente Amstelveen en de behandelend arts.
2.4
De advocaat van betrokkene mr. Lettinga die als vervanger van mr. Gaasbeek ter zitting zou verschijnen, had laten weten in de file te staan. Ter zitting is er telefonisch contact geweest met de vervanger. In het proces-verbaal staat hierover het volgende opgenomen:
“Betrokkene:
Ik wil geen advocaat. Ik zal mijzelf verdedigen. Ik wil niet dat mr. Lettinga bij de zitting betrokken is. Onder geen omstandigheden, mr. Gaasbeek is niet mijn advocaat en mr. Lettinga vertegenwoordigt hem. Mr. Gaasbeek is nooit bereikbaar en altijd op vakantie. Hij is een ‘crook’. Ik krijg alleen een door de Staat toegevoegde advocaat, terwijl ik een eigen advocaat probeer te regelen. Ik wil in cassatie tegen de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.
mr. M.P. Lettinga:
U vraagt mij of er cassatie is ingesteld tegen de verleende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Dat is niet het geval.
Gelet op de stelligheid waarmee betrokkene afstand doet van zijn advocaat en diens vervanger, is mr. Lettinga niet verder (telefonisch) aanwezig geweest bij de mondelinge behandeling om hier als toehoorder bij aanwezig te zijn.”
2.5
Aan het slot van de mondelinge behandeling heeft de rechter het volgende opgemerkt:
“Ik wil over de zaak nadenken. U kunt niet bij mij terecht om de beslissing ten aanzien van de drie weken te herzien. Daarvoor moet u naar de Hoge Raad en ik kan uw beroep daar niet instellen. Ik kan een nieuwe advocaat aan u toevoegen, maar die moet u dan niet ook wegsturen. Ik zal deze advocaat vragen zo spoedig mogelijk contact met u op te nemen. Ondertussen staat het u vrij om een eigen advocaat te vinden.”
2.6
Bij beschikking van 25 mei 2023 [1] heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen de crisismaatregel ongegrond verklaard en het beroep om schadevergoeding afgewezen. In de beschikking staat over de bijstand van de advocaat het volgende opgenomen:
“Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk afstand gedaan van zijn recht om te worden bijgestaan door een advocaat. Betrokkene heeft zowel ten aanzien van mr, J.K. Gaasbeek, als mr, M.P. Lettinga die als vervanging voor mr, J.K. Gaasbeek zou verschijnen afstand gedaan. Verzoeker wil zijn eigen verdediging voeren.”
2.7
Namens betrokkene is – tijdig – beroep in cassatie ingesteld. Namens de burgemeester is geen verweerschrift ingediend.

3.Bespreking van het cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel bevat twee onderdelen.
Onderdeel Ivoert in de kern aan dat als een betrokkene bij de behandeling van het beroep tegen een crisismaatregel te kennen geeft niet (meer) door de toegevoegde (stam)advocaat (en de vervanger van die advocaat) te willen worden bijgestaan, de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenst en gehouden is om in zijn beschikking blijk te geven van het resultaat van dat onderzoek. Volgens het onderdeel heeft de rechtbank dit miskend. Uit de bestreden beschikking blijkt niet (kenbaar) dat de rechtbank heeft onderzocht of is voldaan aan de genoemde voorwaarden en wat het resultaat is van het onderzoek dat de rechtbank had dienen uit te voeren. Voor zover wordt geoordeeld dat uit de bestreden beschikking wel blijkt dat de rechtbank heeft onderzocht of aan deze voorwaarden is voldaan en wat het resultaat van dat onderzoek is, is de beslissing van de rechtbank dat betrokkene afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.
3.2
Ingevolge art. 1:7 lid Pro 1, aanhef en onder b, Wvggz geeft de rechter, indien betrokkene een beroep tegen de crisismaatregel als bedoeld in art. 7:6 Wvggz Pro instelt, onverwijld aan het bestuur van de raad voor de rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan de betrokkene, indien niet blijkt dat de betrokkene reeds een advocaat heeft. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad [2] dat een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van deze bepaling, in verbinding met art. 1:7 lid 3 Wvggz Pro en art. 44 lid 2 Sv Pro, meebrengt dat indien de betrokkene te kennen geeft niet meer door de toegevoegde advocaat te willen worden bijgestaan, de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere raadsman wenst. De rechter dient in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek te doen blijken. [3]
3.3
Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en uit de bestreden beschikking onder het procesverloop blijkt dat betrokkene juridische bijstand van de aan hem toegevoegde advocaat uitdrukkelijk heeft geweigerd. De rechtbank diende dus te onderzoeken of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste. Uit het proces-verbaal en uit de beschikking blijkt niet dat de rechtbank dit heeft onderzocht. Uit hetgeen betrokkene ter zitting heeft opgemerkt kan ook niet worden afgeleid dat hij zich in het geheel niet wil laten bijstaan door een advocaat. Betrokkene heeft immers opgemerkt dat hij “alleen een door de Staat toegevoegde advocaat krijgt”, terwijl hij een eigen advocaat probeert te regelen. Daarnaast heeft de rechter aan het eind van de mondelinge behandeling nog opgemerkt dat hij aan betrokkene een andere advocaat kan toevoegen, zodat hij cassatieberoep kan instellen tegen de machtiging tot voortzetting van de crisismachtiging en dat het hem ondertussen vrijstaat om een eigen advocaat te vinden. In het licht daarvan is het onbegrijpelijk dat de rechtbank heeft aangenomen dat betrokkene afstand heeft gedaan van het recht op rechtsbijstand. Het onderdeel slaagt.
3.4
Onderdeel IIbevat een voortbouwklacht inhoudende dat door het in onderdeel 1 aangevoerde de rechtbank niet tot het oordeel had kunnen komen dat het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond is. Ook dit onderdeel slaagt.

4.Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van 25 mei 2023 en tot terugwijzing.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

2.Zie HR 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1214, NJ 2022/307; HR 9 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1837, NJ 2023/7.
3.HR 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1214, NJ 2022/307 rov. 3.2.