ECLI:NL:PHR:2023:947
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling wegens smaadschrift ondanks beroep op vrijheid van meningsuiting
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens smaadschrift, gepleegd door het verspreiden van lasterlijke berichten op Facebook over een oud-politicus en voormalig verkoper van een perceel grond met verontreinigingen. De berichten bevatten beschuldigingen van strafbare feiten zoals valsheid in geschrifte, fraude en milieucriminaliteit, en werden openbaar gemaakt met het doel ruchtbaarheid te geven.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onjuist was, dat de uitlatingen beschermd werden door het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM Pro) en dat zij te goeder trouw handelde in het algemeen belang (art. 261 lid 3 Sr Pro). De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht oordeelde dat de uitlatingen smadelijk zijn en dat de bescherming van de privacy en reputatie van de aangever zwaarder weegt dan het recht op vrijheid van meningsuiting, mede vanwege de hardnekkigheid en herhaling van de beschuldigingen over meerdere jaren.
Ook het beroep op de strafuitsluitingsgrond faalt omdat de verdachte niet te goeder trouw kon aannemen dat het algemeen belang de telastlegging eiste. Het hof motiveerde dat minder vergaande middelen beschikbaar waren om misstanden aan de kaak te stellen zonder de eer en goede naam van de aangever te schaden. De Hoge Raad vindt geen aanleiding tot vernietiging en verwerpt het cassatieberoep.
Deze uitspraak bevestigt dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt geldt en dat herhaalde smaadschriftelijke uitingen die de reputatie van een persoon schaden, ondanks maatschappelijke discussie, strafbaar kunnen zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens smaadschrift blijft in stand.