ECLI:NL:PHR:2023:957

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2023
Publicatiedatum
26 oktober 2023
Zaaknummer
23/03697
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 lid 3 WvggzArt. 2:1 lid 6 WvggzArt. 6:2 lid 4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking voortzetting crisismaatregel wegens onjuiste beoordeling wilsbekwaamheid

In deze zaak ging het om een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank Rotterdam verleende de machtiging tot voortzetting ondanks dat betrokkene wilsbekwaam verzet maakte tegen de verplichte zorg. De rechtbank besloot zonder een deskundigenverklaring dat betrokkene niet in staat was tot een redelijke waardering van zijn belangen, mede vanwege spoedeisendheid en korte beslistermijn.

De advocaat van betrokkene stelde in cassatie dat dit oordeel onjuist en onbegrijpelijk was, omdat de rechtbank niet bevoegd is zelf de wilsbekwaamheid te beoordelen zonder onafhankelijke arts of klinisch psycholoog. De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank in beginsel een deskundigenverklaring moet vragen indien de medische verklaring hierover niets vermeldt en dat de spoedeisendheid geen vrijbrief is om daarvan af te wijken.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld en vernietigde de beschikking. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de juiste procedure. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke medische verklaring over wilsbekwaamheid in crisismaatregelen en de noodzaak van deskundigenadvies bij wilsbekwaam verzet.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste beoordeling van wilsbekwaamheid zonder deskundigenverklaring.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/03697
Zitting27 oktober 2023
CONCLUSIE
M.L.C.C. Lückers
In de zaak
[betrokkene] ,
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
De Officier van Justitie in het arrondissement Rotterdam,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
Partijen worden hierna verkort aangeduid als betrokkene respectievelijk officier van justitie.

1.Inleiding en samenvatting

1.1
In deze Wvggz-zaak over een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel heeft de advocaat van betrokkene ter zitting een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet van betrokkene tegen de verplichte zorg. De rechtbank is gelet op de spoedeisendheid en de korte beslistermijn van art. 7:8 Wvggz Pro aan het verweer voorbij gegaan zonder dat uit de medische verklaring volgt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is en een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog zich daarover heeft uitgelaten. In cassatie wordt geklaagd dat dit oordeel onjuist en onbegrijpelijk is.

2.Feiten en procesverloop

2.1
Op 17 juni 2023 heeft de burgemeester van de gemeente Sliedrecht op grond van art. 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel genomen ten aanzien van betrokkene. Met de uitvoering van de maatregel is Stichting Yulius belast. In zijn beschikking verwijst de burgemeester naar een op dezelfde dag uitgebrachte medische verklaring van de onafhankelijk [psychiater] . De burgemeester vermeldt, in overeenstemming met rubriek 4.d van de medische verklaring, als vormen van zorg die noodzakelijk zijn om de crisissituatie af te wenden:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.2
Bij verzoekschrift, bij de rechtbank Rotterdam ingekomen op 19 juni 2023, heeft de officier van justitie aan de rechtbank verzocht een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen voor de vormen van zorg zoals die ook al in de crisismaatregel worden genoemd.
2.3
Op 22 juni 2023 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. De rechtbank heeft gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, de verpleegkundig specialist, de verpleegkundige, de ambulant behandelaar en de ouders van betrokkene.
2.4
De advocaat van betrokkene heeft verzocht het verzoek af te wijzen, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg.
2.5
Bij mondelinge uitspraak van 22 juni 2023 [1] heeft de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 juli 2023. De rechtbank gaat voorbij aan het beroep van de advocaat op wilsbekwaam verzet en overweegt het volgende:
“2.7. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg, nu niet uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) dient de rechter de wilsbekwaamheid te beoordelen in het geval dat een betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg én zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz voordoen. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar tegen de verzochte vormen van verplichte zorg. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, of dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de medische verklaring blijkt niet of betrokkene al dan niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg. De rechtbank gaat echter, gelet op de spoedeisendheid van de zaak, voorbij aan het verweer. De rechtbank dient op grond van artikel 7:8 lid 3 Wvggz Pro binnen drie dagen op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel te beslissen. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om binnen de beslistermijn de zaak aan te houden om de wilsbekwaamheid van betrokkene te laten beoordelen door een onafhankelijke psychiater. In afwijking van de wettelijke bepalingen die gelden voor een zorgmachtiging, bepaalt de Wvggz niet dat de beslistermijn van drie dagen bij een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel wordt verlengd als de rechter een deskundigenonderzoek gelast. Hiervoor is al overwogen dat en waarom betrokkene met spoed verplichte zorg nodig heeft. Die omstandigheid en het feit dat de rechtbank op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie komt dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van die toe te wijzen (vormen van) verplichte zorg, maken dat de rechtbank het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg volgt om in een geval als dit een uitzondering te maken en inhoudelijk te beslissen op het verzoek zonder te beschikken over een aanvullende medische verklaring met betrekking tot de wilsbekwaamheid.”
2.6
Namens betrokkene is – tijdig – beroep in cassatie ingesteld. In cassatie is geen verweerschrift ingediend.

3.Bespreking van het cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel is gericht tegen rov. 2.7 en klaagt dat de rechtbank ten onrechte aannemelijk heeft geacht dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, althans is het oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk. Volgens het middel is de rechtbank niet de instantie die moet beoordelen of iemand in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de rechtbank zonder een oordeel van een deskundige er van uitgaat dat aannemelijk is dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat wordt geacht. Het feit dat de rechtbank binnen drie dagen moet beslissen op een verzoek tot voortzegging van de crisismaatregel doet daaraan niet af, aldus het middel. Volgens het middel is er geen reden om de rechtbank zelf maar te laten beoordelen of verzoeker tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is.
3.2
Art. 2:1 lid 6 Wvggz Pro bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:
- a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of
- b. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.3
In de beschikking van 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123 oordeelde de Hoge Raad in rov. 3.1.3 dat art. 2:1 lid 6 Wvggz Pro ook van toepassing is in de fase van de afgifte van een crisismaatregel of van een zorgmachtiging. De honorering van wilsbekwaam verzet geldt voor zowel de voorbereiding, de afgifte, de uitvoering als de beëindiging van de crisismaatregel of de zorgmachtiging, dus gedurende de gehele procedure. De Hoge Raad vervolgde in rov. 3.1.5 dat:
“(…) indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe dient, indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden. In het geval dat uit de medische verklaring of uit de hiervoor bedoelde verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog blijkt dat de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, dient diens bezwaar tegen de verplichte zorg te worden gehonoreerd.” [2]
3.4
In de onderhavige zaak heeft de rechtbank geoordeeld dat betrokkene een voldoende toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en is niet komen vast te staan dat zich een situatie als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz zich voordoet.
3.5
De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie kon worden gekomen dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. De rechter heeft dit ter zitting als volgt gemotiveerd:
“Genoeg informatie. Ga beslissen. Juridisch verweer gevoerd dat in zekere zin hou[d]t snijdt. Gelet op informatie die ik gekregen heb kan ik niet vaststellen dat er een groot risico voor andere mensen bestaat. Is nodig als de onafhankelijk psychiater niets heeft gezegd over wilsbekwaamheid. Is eigenlijk een belemmering voor mij om de machtiging nu al te verlenen. Wat ik in de meeste zaken kan doen is de zaak aanhouden en de onafhankelijk psychiater vragen om op dat punt informatie te geven. Kan niet in deze zaak. Spoedprocedure. Voortzetting crisismaatregel moet ik binnen drie dagen op beslissen. Dit is de laatste dag. Geen tijd meer. Landelijk is er overleg gevoerd over deze situatie. Advies, en daar hou ik me aan, is dat als zaak zo spoedeisend is dat ik dan voorbij kan gaan aan het wilsbekwaam verzet in die zin dat ik niet ga aanhouden en psychiater ga vragen om nadere beoordeling. Gelet daarop en op aanwijzingen, gezien beeld in medische verklaring en op zitting, dat u wilsonbekwaam bent. Kan zijn dat Hoge Raad dat anders vindt. Ik verwerp het verweer en ga dat op papier zetten. Spoedeisende zaak. Goed luisteren naar wat iedereen heeft gezegd, naar wat u heeft gezegd, en hoe, zit ongelofelijke ‘lading’ in uw houding.” [3]
3.6
Hieruit volgt dat de rechter de verwerping van het beroep op wilsbekwaam verzet baseert op het beeld in de medische verklaring en hetgeen ter zitting gezegd is en hoe en wat betrokkene heeft gezegd. Volgens de rechter zit er een ‘ongelofelijke lading’ in de houding van betrokkene. Het enkele feit dat betrokkene continu in conflict is met zijn omgeving wil volgens mij echter nog niet zeggen dat betrokkene wilsonbekwaam is. Ook uit de medische verklaring is niet duidelijk af te leiden dat betrokkene niet tot een redelijke waardering in staat is.
3.7
De rechtbank wordt hier geconfronteerd met een dilemma. Het gaat hier om een machtiging voortzetting crisismaatregel waarop volgens art. 7:8 lid 3 Wvggz Pro binnen drie dagen na ontvangst van het verzoekschrift moet worden beslist. In dit geval moest reeds op de dag van de mondelinge behandeling beslist worden. Ter zitting wordt een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet. De medische verklaring houdt niets in over de wilsbekwaamheid. In lijn met de uitspraak van 4 februari 2022 had de rechtbank in dat geval een verklaring van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog moeten vragen, waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Als het een verzoek tot verlening van een zorgmachtiging zou zijn geweest dan had op grond van art. 6:2 lid 4 jo Pro. 6:1 lid 5 Wvggz de beslistermijn van de rechter met drie weken kunnen worden verlengd. Die verlengingsmogelijkheid biedt de Wvggz echter niet in het geval van een verzoek om voortzetting van een crisismaatregel. Analoge toepassing van art. 6:2 lid 4 Wvggz Pro lijkt mij niet mogelijk ook al lijkt er sprake van een leemte in de wet. Koelewijn en Van de Velde bepleiten in hun annotatie bij de bestreden beschikking dat de wetgever het mogelijk maakt ook bij een voortzetting crisismaatregel de beslistermijn kort (maximaal drie dagen) te verlengen indien een deskundige moet worden ingeschakeld. [4]
3.8
De rechtbank beoordeelt in deze crisissituatie nu zelf de wilsbekwaamheid van betrokkene. Dat is in tegenspraak met de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022. De rechter is immers niet deskundig op dit gebied en dient een verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog te vragen waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Ook al is de beslistermijn bij een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel kort en aanhouding van de beslissing om die reden niet mogelijk, er zijn wel mogelijkheden voor de rechtbank om zich nader te laten voorlichten over de wilsbekwaamheid van betrokkene. De rechter had bijvoorbeeld ter zitting telefonisch contact op kunnen nemen met de psychiater die enkele dagen voor de zitting de medische verklaring heeft afgegeven. Door echter zonder een verklaring van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog te beslissen dat aannemelijk is dat betrokkene wilsonbekwaam is, is het oordeel onjuist dan wel onbegrijpelijk. Het middel slaagt dan ook.
Deze zaak illustreert eens te meer hoe belangrijk het is dat in de medische verklaring aandacht wordt besteed aan de wilsbekwaamheid van betrokkene.

4.Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023 en tot terugwijzing.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.ECLI:NL:RBROT:2023:5909. De beschikking is op 5 juli 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
2.De voetnoten zijn weggelaten.
3.Zie proces-verbaal rechtbank p. 13/14.
4.S. Koelewijn en M. van de Velde, annotatie bij rechtbank Rotterdam 22 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5909, JGr 2023/52.