Conclusie
eerstemiddel richt zich tegen ’s hof oordeel dat de rechtbank ter terechtzitting van 13 december 2019 impliciet heeft beslist tot wijziging van de tenlastelegging. Het
tweedeen het
derdemiddel richten zich tegen de bewijsvoering van feit 1. Alvorens ik de middelen bespreek, geef ik eerst de bewezenverklaring van feit 1, delen van de bewijsvoering, het procesverloop in eerste aanleg en hoger beroep, een passage uit een opgemaakt proces-verbaal alsmede passages uit de pleitnota weer.
23 augustus 2018:
2. Feitelijke vaststellingen onderzoek TULIPA in de periode van 15 januari 2016 tot 30 januari 2019
3.Feitelijke vaststellingen onderzoek vanaf 30 januari 2019
4.Verklaringen verdachte
5.Beoordeling verklaringen verdachte
7.Overwegingen met betrekking tot feiten 4, 1, 2 en 3
Vordering tot wijziging van de tenlastelegging
officier van justitiedraagt de ontnemingsvordering voor en is, zoals aangekondigd, van oordeel dat de omschrijving van de tenlastelegging dient te worden gewijzigd. De officier van justitie legt de inhoud van de door hem noodzakelijk geachte wijziging in de tenlastelegging schriftelijk aan de rechtbank over, met vordering die die aanpassing toe te laten.
officier van justitiedraagt de zaak met parketnummer 16/190392-19 voor.
voorzitterdeelt mee dat mr. Stroobach, raadsvrouw van [medeverdachte 1] voorafgaand aan de terechtzitting bij schrijven van 16 september 2019 heeft te kennen gegeven dat de vordering tot aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging die in de zaak van haar cliënt is gedaan, kennelijk is ingegeven door het financiële dossier, dat de verdediging – door het betrekkelijk laat verstrekken – nog niet tot zich heeft kunnen nemen en hierdoor geen standpunt kan innemen ten aanzien van die vordering en ook nog geen onderzoekswensen heeft kunnen formuleren ten aanzien van dit deel van het dossier.
raadsmansluit zich aan bij hetgeen door mr. Breukink, advocaat van [medeverdachte 2] naar voren is gebracht, inhoudende, zakelijk weergegeven:
officier van justitievoert het woord, zakelijk weergegeven:
voorzitterdeelt, nadat de rechtbank zich heeft beraden, als beslissing van de rechtbank het volgende mee.
rechtbankhoudt aan de beslissing omtrent de vordering wijziging tenlastelegging tot een eerstvolgend zittingsmoment, zodat de verdediging de kans wordt geboden het financiële dossier (nader) te bestuderen en te bespreken met verdachte. De terechtzitting zal doorgaan op basis van de tenlastelegging die al voorlag. Ten aanzien van het financieel dossier dient de raadsman zes weken na afloop van deze terechtzitting zijn onderzoekswensen schriftelijk in te dienen bij de rechtbank, met kopie aan de officier van justitie. De officier van justitie wordt verzocht zijn reactie daarop twee weken later kenbaar te maken aan de rechtbank, met kopie aan de raadsman. Indien partijen het met elkaar eens zijn omtrent de onderzoekswensen, zal kunnen worden volstaan met een voorzittersbeslissing. Indien er geschilpunten bestaan, zal daarop op een eerstvolgend zittingsmoment moeten worden beslist.
voorzitterdeelt mee dat het onderzoek wordt onderbroken tot 19 september 2019 om 12.00 uur, waarna de overwegingen en beslissingen van de rechtbank zullen worden gegeven en het onderzoek zal worden geschorst tot de terechtzitting van 13 december 2019 om 09.00 uur. Op die dag zal de terechtzitting wederom een regie / pro formakarakter behelzen.’
15 mei 2017tot en met 30 januari 2019 te [plaats], althans in Nederland,
15 mei 2017tot en met 30 januari 2019 te [plaats], althans in Nederland,
en/of (inkt)cartridges en/of vijf, althans een of meerdere vellen papier met een watermerk sterk gelijkend op een watermerk van een 50 Euro biljet,
15 mei 2017tot en met 30 januari 2019 te [plaats], althans in Nederland,
en/of [medeverdachte 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit het vervaardigen en/of in omloop brengen van valse bankbiljetten;
voorzitterdeelt mee dat op 17 september 2019 door de rechtbank is beslist dat de beslissing omtrent de vordering tot wijziging van de tenlastelegging tot een eerstvolgend zittingsmoment zou worden aangehouden, om de verdediging in de gelegenheid te stellen het financiële dossier te bestuderen, te bespreken met verdachte en eventueel onderzoekswensen in te dienen. De voorzitter stelt de raadsvrouw in de gelegenheid haar standpunt omtrent de vordering tot wijziging van de tenlastelegging kenbaar te maken.
raadsvrouwdeelt mee geen inhoudelijke opmerkingen te hebben en dat het onderzoek ter terechtzitting direct kan worden voortgezet.
voorzitterdeelt mee dat de rechtbank de voeging beveelt van de strafbare feiten aangebracht met parketnummers 16/025401-19 en 16/190392-19 omdat dit in het belang van het onderzoek is’
Standpunten
officier van justitieheeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir. Het op schrift gestelde requisitoir is als bijlage aan dit proces-verbaal gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
raadsmanvoert het woord tot verdediging overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota. Deze is aan dit proces-verbaal gehecht en de inhoud ervan geldt als hier ingevoegd.’
feit 1verzoek ik uw College cliënt partieel vrij te spreken van de tenlastegelegde periode 15 mei 2017 tot 15 november 2018. Met betrekking tot
feit 2verzoek ik uw College cliënt partieel vrij te spreken van de tenlastegelegde periode 15 mei 2017 tot oktober 2018 en van de tenlastegelegde handelingen ‘invoeren/doorvoeren/uitvoeren’. Over
feit 3heb ik geen opmerkingen. Ten aanzien van
feit 4verzoek ik uw College cliënt vrij te spreken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat cliënt heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.
primairvrij te spreken van dit feit,
subsidiairpartieel vrij te spreken van een deel van de tenlastegelegde periode’
Parketnummer 16/025401-19:
raadsvrouwsluit zich aan bij het verzoek van de raadsman van medebetrokkene [medeverdachte 4] om een verkort proces-verbaal te laten opmaken met daarin de verklaring van [medeverdachte 2] zoals hij die vandaag heeft afgelegd over het productieproces. De raadsvrouw verzoekt dit proces-verbaal te laten voegen in het dossier van betrokkene.
advocaat-generaaldeelt mede dat hij hiertegen geen bezwaar heeft.
voorzittermede dat het verzoek van de raadsvrouw om een verkort proces-verbaal op te maken omtrent de vandaag afgelegde verklaring van medebetrokkene [medeverdachte 2], afgelegd in zijn eigen zaak, over de stappen in het productieproces wordt toegewezen. Dit verkorte proces-verbaal zal in alle dossiers worden gevoegd
advocaat-generaalvoert het woord, overeenkomstig de op schrift gestelde aantekeningen, leest de vordering voor, strekkende tot bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4 en oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De advocaat-generaal legt die op schrift gestelde aantekeningen aan het hof over.
11 maart 2022 om 09:00 uur.
raadsvrouwvoert het woord tot verdediging overeenkomstig haar pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht. In aanvulling op haar pleitnota deelt zij nog mede:
voorzittervraagt de raadsvrouw of de verdediging in eerste aanleg de oude of de nieuwe tenlastelegging als uitgangspunt heeft genomen in het pleidooi.
raadsvrouwdeelt mede dat zij verdachte in eerste aanleg niet bijstond maar dat zij medeverdachte [medeverdachte 1] in eerste aanleg bijstond. Zij deelt verder mede dat mr. Van Schaik verdachte in eerste aanleg bijstond.
advocaat-generaalrepliceert:
betrokkeneverklaart:
Tenlastelegging
Het verweer