ECLI:NL:PHR:2024:1028

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
22/01882
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511h SvArt. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had vastgesteld dat betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel van €36.870,97 aan de Staat moest betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 737 dagen. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 20 september 2022 persoonlijk betekend. Echter, betrokkene heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zestig dagen na aanzegging schriftelijk middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet ontvankelijk in zijn cassatieberoep volgens de artikelen 511h en 437 Sv. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/01882 P
Zitting25 juni 2024

CONCLUSIE

B.F. Keulen
In de zaak
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de betrokkene
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 mei 2022 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 36.870,97 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 737 dagen.
Er bestaat samenhang met de zaken 22/01788, 22/01883, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging ingevolge art. 511h Sv jo. art. 435, eerste lid, Sv is op 20 september 2022 in persoon betekend. Namens de betrokkene is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 511h jo. art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG