ECLI:NL:PHR:2024:1046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs ondanks betwisting bestuurderschap
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en eenvoudige belediging van een ambtenaar. De zaak betreft een incident op 9 mei 2021 waarbij de verdachte een auto bestuurde zonder geldig rijbewijs op de A4 bij Schipluiden.
De verdediging voerde in cassatie aan dat onvoldoende was vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk de auto bestuurde. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van getuigen, waaronder een medewerker van een berger die de bestuurder hoorde zeggen dat hij tijdens het rijden een klap hoorde en stopte, en een telefonische melding waarin de bestuurder toegaf geen rijbewijs te hebben.
Het hof achtte de verklaring van de verdachte, dat hij niet de bestuurder was maar achterbleef, ongeloofwaardig wegens gebrek aan onderbouwing. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatiemiddel faalt. De Hoge Raad wijst tevens op de overschrijding van de behandeltermijn, maar ziet geen aanleiding tot andere maatregelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs blijft gehandhaafd.