II.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 8 juni 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen,
- een mobiele telefoon,
- een hond,
die aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging, met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door;
- Die [slachtoffer] de gang van dé woning in te trekken en/of de centrale hal van het pand in te trekken,
- meerdere messen op die [slachtoffer] te richten,
- die [slachtoffer] eenmaal, met een honkbalknuppel tegen zijn (boven)arm te slaan.”
5. Het hof heeft met betrekking tot het bewijs het volgende overwogen:
“
Standpunt raadsman
De raadsman heeft verzocht om de verdachte integraal vrij te spreken. De verklaringen van aangever [slachtoffer] en [getuige] zouden onbetrouwbaar zijn vanwege inconsistentie en innerlijke tegenstrijdigheden in hun verklaringen en omdat zij beiden onder invloed waren van alcohol en. drugs ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Deze verklaringen kunnen daarom niet tot het bewijs worden gebezigd waardoor er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de tenlastegelegde feiten. [slachtoffer] zou hebben gelogen over het geldbedrag en over de snee dié hij in zijn arm had. Bovendien zijn er geen geweldshandelingen gepleegd en heeft verdachte geen goederen weggenomen van aangever en heeft hij ook geen opzet gehad op het plegen van een diefstal met geweld in vereniging.
Oordeel hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daartoe in het bijzonder het volgende.
Op 8 juni 2020 om 04:10 uur kwam de politie aan de [a-straat 1] in [plaats] ter plaatse en sprak aangever [slachtoffer] . Hij gaf gelijk aan zojuist te zijn beroofd. Hij was bij [getuige] in haar woning toen er drie mannen binnenkwamen en hij herkende twee daarvan als verdachte en [medeverdachte 1] .
Hij verklaarde dat hij door de drie mannen de gang is ingetrokken en dat verdachte en [medeverdachte 1] een mes vasthielden en de derde, voor aangever onbekende, man een honkbalknuppel. Aanvankelijk verklaarde hij dat de mannen naast zijn mobiele telefoon en zijn hond ook 2800 euro hadden meegenomen.
Op dezelfde dag om 07:45 uur werd aangever uitgebreider gehoord en hij kwam bij aanvang van het verhoor uit zichzelf - dus niet naar aanleiding van een vraag daarover - terug op zijn eerdere verklaring dat er € 2.800,- was weggenomen. Hij zou niet weten hoeveel geld er was weggenomen. Vervolgens verklaarde aangever ook nu weer dat er drie mannen binnenkwamen die hem de hal introkken. Aangever noemt opnieuw dat hij verdachte en [medeverdachte 1] herkende en dat zij beiden messen vasthielden en dat de onbekende man een honkbalknuppel vasthield. Aangever verklaarde dat zijn telefoon is meegenomen en dat het mes dreigend voor hem werd gehouden en dat hij met de honkbalknuppel op zijn linkerschouder werd geslagen. Daarna zag aangever dat de onbekende man zijn hond, die al bij de drie verdachten in de hal was, aan de halsband van de trap trok. Aangever ging daarop naar buiten en daar zag hij verdachte met [medeverdachte 1] en de onbekende man staan zonder de hond. De onbekende man kwam weer dreigend op hem af met de honkbalknuppel, waarna aangever weer naar binnen vluchtte.
In het derde verhoor van aangever, wat plaatsvond op 9 juni 2020, herhaalt aangever zijn verklaring dat er drie mannen binnen waren gekomen, dat ze zijn telefoon en hond hebben meegenomen en dat hij daar achteraan wilde, maar dat buiten de man met de honkbalknuppel op hem af kwam. Aangever verklaart dat een persoon genaamd [medeverdachte 2] ook buiten stond. In het verhoor merkt de verbalisant op dat aangever een snijwond op zijn rechterarm heeft. Hem wordt gevraagd hoe hij daar aan komt. Aangever geeft dan aan dat het is gebeurd in de worsteling met de drie jongens toen hij zijn hond terug wilde pakken. Wanneer de verbalisant vraagt naar het letsel op de linkerschouder dat is veroorzaakt door de honkbalknuppel, toont aangever een blauwe plek op zijn bovenarm.
Het hof is van oordeel dat bovenstaande verklaringen van aangever gebezigd kunnen worden voor het bewijs, omdat de verklaringen grotendeels steun vinden in andere onderdelen van het dossier.
Dat aangever [slachtoffer] en [getuige] middelen hadden gebruikt en op (ondergeschikte) onderdelen wisselend hebben verklaard, maakt dit niet anders. Ook het feit dat [slachtoffer] aanvankelijk anders heeft verklaard over de hoogte van het gestolen geldbedrag, maakt niet dat het hof zijn gehele verklaring ongeloofwaardig vindt. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verdachtemidden in de nacht is gehoord en enkele uren later uit eigen beweging die verklaring over dat geldbedrag heeft gerectificeerd. Ten aanzien van het letsel merkt het hof op, dat het niét aannemelijk is geworden dat aangever de snee in zijn arm zelf heeft gemaakt om zijn verhaal kracht bij te zetten, zoals de verdediging suggereert. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat aangever niet uit zichzelf over die snee is gaan verklaren, maar alleen in antwoord op vragen van de politie.
Het hof voert als steunbewijs voor [slachtoffer] aangifte het volgende aan.
Ten aanzien van (de dreiging met) het geweld en wapens
Bij de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 1] (naast elkaar gehurkt en zich verstoppend in de woning aan de [b-straat 1] in [plaats] ) zijn twee messen aangetroffen, één in zijn broekzak en één lag haast hem en verdachte op de grond. Verdachte heeft ook bij de politie verklaard dat hij een mes bij zich droeg. [medeverdachte 1] verklaarde in zijn tweede verhoor bij de politie eveneens dat hij een mes bij zich had. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat ze naar aangever waren gegaan om verhaal te halen. Voor het hof staat dan ook vast dat verdachte en [medeverdachte 1] bij [getuige] zijn geweest om aangever te ontmoeten en dat zij messen bij zich hadden.
[getuige] heeft verklaard dat verdachte en [medeverdachte 1] haar hal binnen zijn gekomen met twee andere mannen. Zij verklaarde dat verdachte zei dat ze [slachtoffer] ‘moesten hebben’ en dat ze zijn hond zouden meenemen. De getuige verklaarde dat verdachte een mes in zijn hand had en schreeuwde dat hij geld moest krijgen van [slachtoffer] . De getuige hoorde [medeverdachte 1] ook schreeuwen en zij verklaarde dat hij iets langs in zijn hand had wat op een stok of knuppel leek. In een latere verklaring gaf de getuige aan dat ze zich niet meer herinnerde wie de knuppel had; verdachte of de derde man, maar ze benoemde wederom dat verdachte een mes had en de punt daarvan richting aangever droeg en dat in ieder geval iemand, een lang voorwerp in zijn handen had. Ook verklaarde [getuige] dat de mannen aangever de hal in trokken. De verklaringen van aangever en getuige ondersteunen elkaar ten aanzien van de dreiging met de wapens en dat aangever de hal in is getrokken. Ook de verklaring van [getuige] acht het hof om die reden betrouwbaar.
De politie heeft vlak nadat zij aangever hadden gesproken in de nacht van 8 juni 2020, gezocht naar de mannen welke volgens aangever bij hem waren geweest. Tijdens de politieachtervolging zagen de verbalisanten dat een van de mannen een honkbalknuppel van zich afgooide. Daarnaast blijkt uit de camerabeelden die door de politie zijn bekeken dat er in de nacht van 7 op 8 juni 2020 vier personen voor de woning aan de [a-straat] te [plaats] staan en dat een persoon een lang voorwerp vasthoudt onder zijn jas. De personen zijn allen naar binnen gegaan en de persoon met het langwerpige voorwerp onder zijn jas, haalt die er onder vandaan wanneer ze naar binnen gaan. Nadat de personen uit beeld zijn verdwenen, komen ze weer terug in beeld en is zichtbaar dat de persoon met het langwerpige voorwerp dit in zijn handen vasthoudt en die boven zijn schouder opheft en er een slaande beweging mee naar voren maakt. Dit komt onder andere overeen met de verklaring van aangever dat hij nadat de mannen binnen waren geweest, naar buiten is gelopen om zijn hond te halen en dat de onbekende man toen dreigend met een honkbalknuppel op hem af kwam. Bovendien vindt de verklaring van aangever en [getuige] dat een persoon een honkbalknuppel had, steun in de bevindingen van de politie. Een van de personen op de beelden is overigens door een verbalisant aangemerkt als [medeverdachte 2].
Uit het WhatsAppgesprek dat is aangetroffen op de telefoon van verdachte blijkt dat hij zijn contactpersoon ‘[betrokkene 1]’ op 8 juni 2020 om 00:30 uur een bericht heeft gestuurd: ‘Ben je wakker. Is belangrijk. Neem die honkbal mee'. Waarop ‘[betrokkene 1]’ antwoordt met: ‘ligt in de bus. En [medeverdachte 2] kan kanker goed vechten.’
Het hof gaat ervan uit dat verdachte in zijn WhatsAppgesprek met ‘[betrokkene 1]’ met ‘[medeverdachte 2]’ verwees naar [medeverdachte 2] en dat [medeverdachte 2] ook aanwezig was toen verdachte verhaal ging halen bij aangever, mede omdat aangever [medeverdachte 2] heeft herkend en een verbalisant [medeverdachte 2] ook herkende op de stills van de camerabeelden. Het hof gaat ervan uit dat in het WhatsAppgesprek met ‘honkbal’ een honkbalknuppel wordt bedoeld, gelet op de camerabeelden en de weggegooide, en door de politie aangetroffen, honkbalknuppel zoals waargenomen door de verbalisanten.
Gelet op het WhatsAppgesprek, de camerabeelden, de bevindingen van de politie die een honkbalknuppel weggegooid zagen worden, de verklaringen van aangever, [getuige] en verdachte en medeverdachte omtrent de messen, staat het voor het hof vast dat er is gedreigd met messen door verdachte en een medeverdachte en dat een van de personen een honkbalknuppel bij zich had waarmee is geslagen.
Ten aanzien van de diefstal van de hond
Zowel aangever als [getuige] heeft verklaard dat verdachte en de andere mannen de hond van aangever hebben meegenomen. [getuige] heeft daarnaast verklaard dat zij verdachte hoorde zeggen dat ze [slachtoffer] zijn hond zouden meenemen. Aangever heeft zijn hond weer terug gekregen door een bericht op Facebook te plaatsen en vervolgens kon hij zijn hond ophalen bij ene [betrokkene 2], die woonachtig was op hetzelfde adres ais [medeverdachte 2].
De verklaringen van aangever en getuige ondersteunen elkaar in zoverre dat het hof ervan uitgaat dat de hond van aangever is gestolen door verdachte en zijn medeverdachten. Dat de hond later kon worden opgehaald bij het adres van een medeverdachte, maakt dat het hof ervan uitgaat dat verdachte en medeverdachten de hond van aangever hebben gestolen en dat de hond niet zomaar naar buiten is gelopen, zoals gesteld door de verdediging.
Ten aanzien van de diefstal van de telefoon
Aangever heeft in zijn aangifte verklaard dat zijn telefoon was gestolen. Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] werden twee telefoons aangetroffen, waarbij één telefoon een foto van aangever als achtergrond had. Bij de politie verklaart [medeverdachte 1] daarover dat aangever de telefoon liet vallen en hij die oppakte en meenam. Op de vraag waarom hij die dan niet teruggaf, antwoordt hij: ‘Waarom zou ik dat doen als hij zelf wegloopt. Ik ga toch geen moeite doen om achter hem aan te gaan, als hij zelf wegloopt.’
Door de telefoon in zijn zak te steken en niet uit eigener beweging terug te geven, heeft [medeverdachte 1] als heer en meester over die telefoon beschikt en zich als heer en meester over die telefoon gedragen. Hij is dan ook schuldig aan de diefstal van de telefoon.
Anders dan de verdediging, is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] ten aanzien van de diefstal van de telefoon is komen vast te staan. Uit de verklaring van aangever is gebleken dat zijn zakken werden doorzocht en dat [medeverdachte 1] de op de grond gevallen telefoon in zijn zak heeft gestoken. Verdachte was ten tijde van de diefstallen samen met [medeverdachte 1] ter plaatse en had net als de medeverdachten een wapen bij zich. Hiermee heeft hij ook gedreigd.
Uit het WhatsAppgesprek dat verdachte vooraf heeft gevoerd met medeverdachten [medeverdachte 2] over ‘vechten’, het meebrengen van de wapens, dat verdachte heeft gezegd dat zede hond zouden meenemen en dat verdachte heeft gedreigd met het wapen, leidt het hof af dat er sprake is geweest van een gezamenlijke voorbereiding met als doel (om onder dreiging van geweld) goederen weg te nemen bij aangever. De bewuste en nauwe samenwerking vindt daarnaast steun in het gezamenlijk ter plaatse zijn en weer vertrekken uit de woning van [getuige] . Verdachte en [medeverdachte 1] worden vervolgens kort na het feit samen aangetroffen in de woning aan de [b-straat 1] in [plaats] door de politieagenten waar zij zich hebben verstopt. Hoewel ieder van de verdachten andere goederen heeft weggenomen, is de bijdrage van verdachte aan de diefstal van de door [medeverdachte 1] weggenomen telefoon van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarom is verdachte eveneens schuldig aan het medeplegen van de diefstal van de telefoon.
Alle bovengenoemde bewijsmiddelen ondersteunen de verklaringen van aangever [slachtoffer] en die van de [getuige] . Het hof is dan ook van oordeel dat die verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Primair of subsidiair? (Bedreiging met) geweld met het oogmerk op de diefstal
De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde, omdat (dé bedreiging met) het geweld niet gepleegd zou zijn met het oogmerk op de diefstal.
Anders dan de advocaat-genéraal is het hof van oordeel dat de bedreiging met geweld en het toepassen van geweld wel zijn gepleegd met het doel om wederrechtelijk goederen van aangever weg te nemen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat verdachte bij binnenkomst al zei dat ze de hond van aangever zouden meenemen. Daarnaast begonnen de mannen, volgens aangever, direct zijn zakken te doorzoeken en heeft [medeverdachte 1] de telefoon van aangever, die op de grond viel, gepakt en in zijn zak gestopt. Deze handelingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld.
Het hof acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan - kort gezegd - diefstal met geweld in vereniging.”