ECLI:NL:PHR:2024:1075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindigd beslag op horloge
De klager had een Breitling horloge in beslag genomen gekregen op grond van art. 94a Sv. De rechtbank Overijssel had de klager reeds niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tot teruggave van het horloge. De klager stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie vastgesteld dat er een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden voor het horloge, welke in mindering is gebracht op het openstaande bedrag van een confiscatiebevel van Duitse autoriteiten. Door deze zekerheidsstelling is het beslag op het horloge geëindigd volgens art. 134, tweede lid onder a, Sv.
Hierdoor is het cassatieberoep van de klager niet ontvankelijk, omdat het voorwerp waarop het beslag rustte aan de klager is teruggegeven. De conclusie van de AG strekt daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
Eerder was het beroep van de klager tegen het confiscatiebevel door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard op 1 mei 2024. De Hoge Raad volgt hiermee de lijn dat beëindigd beslag geen grond biedt voor ontvankelijkheid in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op het horloge is geëindigd door een zekerheidsstelling.