ECLI:NL:PHR:2024:1075

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
23/04533
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 118a SvArt. 134 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindigd beslag op horloge

De klager had een Breitling horloge in beslag genomen gekregen op grond van art. 94a Sv. De rechtbank Overijssel had de klager reeds niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tot teruggave van het horloge. De klager stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beslissing.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie vastgesteld dat er een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden voor het horloge, welke in mindering is gebracht op het openstaande bedrag van een confiscatiebevel van Duitse autoriteiten. Door deze zekerheidsstelling is het beslag op het horloge geëindigd volgens art. 134, tweede lid onder a, Sv.

Hierdoor is het cassatieberoep van de klager niet ontvankelijk, omdat het voorwerp waarop het beslag rustte aan de klager is teruggegeven. De conclusie van de AG strekt daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

Eerder was het beroep van de klager tegen het confiscatiebevel door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard op 1 mei 2024. De Hoge Raad volgt hiermee de lijn dat beëindigd beslag geen grond biedt voor ontvankelijkheid in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op het horloge is geëindigd door een zekerheidsstelling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/04533 B
Zitting22 oktober 2024

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 22 november 2023 de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag strekkende tot teruggave van een op grond van art. 94a Sv inbeslaggenomen Breitling horloge (goednummer: A.04.01.002).
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1
Uit namens mij ingewonnen informatie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland van 14 oktober 2024 blijkt, voor zover hier van belang, dat er voor het onderhavige horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, welke in mindering is gebracht op het nog openstaande bedrag van het confiscatiebevel van de Duitse autoriteiten [1] . Hieruit leid ik af dat het betreffende voorwerp door het Openbaar Ministerie aan de klager is teruggegeven (art. 118a, eerste lid, Sv).
3.2
Indien een op de voet van art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp, na een zekerheidsstelling als bedoeld in art. 118a Sv, aan de klager is teruggegeven, is daarmee het beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134, tweede lid onder a, Sv. [2] Dat brengt mee dat de klager niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde beroep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Het beroep van de klager tegen het confiscatiebevel is bij uitspraak van 1 mei 2024 door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard.
2.HR 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:612.