ECLI:NL:PHR:2024:1089

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
22/02341
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a OpiumwetArt. 81 ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieadvies inzake bewezenverklaring en strafmaat bij verkoop van hennepteeltgoederen door groothandel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan en opdracht geven tot het te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben van goederen bestemd voor professionele hennepteelt, in strijd met artikel 11a lid 3 en 5 van de Opiumwet.

Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte als enig bestuurder en aandeelhouder van de vennootschap [A] B.V. leiding gaf aan de verkoop van een groot assortiment goederen die specifiek geschikt zijn voor grootschalige hennepteelt. De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor de criminele bestemming van de goederen, dat het assortiment ook reguliere tuinbouwproducten bevatte en dat de kweekschema’s slechts richtlijnen waren. Het hof verwierp deze verweren en achtte bewezen dat verdachte wist van de criminele bestemming en dat de goederen bestemd waren voor professionele hennepteelt.

De procureur-generaal concludeert dat het middel van cassatie faalt en dat de bewezenverklaring terecht is. Wel merkt hij ambtshalve op dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, wat een strafvermindering rechtvaardigt. Hij adviseert de straf te verminderen tot de gebruikelijke maatstaf en het cassatieberoep voor het overige te verwerpen.

Uitkomst: Strafvermindering geadviseerd wegens overschrijding redelijke termijn, cassatieberoep voor het overige verworpen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/02341

Zitting22 oktober 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 17 juni 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. “
feitelijk leiding geven aan en opdracht geven aan stoffen/voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde/vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten”, en 2.
“feitelijk leiding geven aan en opdracht geven aan stoffen/voorwerpen te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde/vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten”veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf voor de duur van tweehonderd uur, subsidiair honderd dagen hechtenis, en een geldboete van € 50.000, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 285 dagen hechtenis.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/02377. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. G.A.C. Beckers, advocaat in Maastricht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, bewezen heeft verklaard dat de verdachte voorwerpen te koop heeft aangeboden, verkocht, en voorhanden heeft gehad die
bestemd waren tothet plegen van een van de in artikel 11 lid 3 en Pro 5 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten en dat de verdachte dit
wist. [1]

De bewezenverklaring

5. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:
“1. de besloten vennootschap [A] B.V. op 12 december 2017 te [plaats] in een loods/bedrijfspand en/of op het (bijbehorende) terrein aan de [a-straat 1] stoffen en/of voorwerpen, te weten (een) grote hoeveelheid/hoeveelheden, althans een of meerdere,
- zwarte grow-tenten (kweektenten) en
- zwarte plastic kweekpotten (in diverse maten) en
- ventilatoren (diverse soorten) en
- (elektrische) kachels en
- thermo-hygrometers en
- (flexibele) luchtslangen en
- netten en
- bamboestokken en
- watervaten (diverse maten) en
- lucht- en dompelpompen en
- (water)slangen en
- fan-controllers en
- rollen zwart vijverfolie en
- zwart- en wit folie en
- groei- en voedingsmiddelen en
- bestrijdingsmiddelen en
- PH- en EC-meters en
- oogstscharen en
- tijdschakelaars en
- Perliet (witte vulkaansteentjes) en
- seal-bags en
- strijkzakken en
- droogrekken en
- steenwollen blokjes en/of steenwollenslabs en
- gele plakvellen ("bug-scans") en
- automatische brandblussers en
- digitale weegschalen en
- zwarte sporttassen en
- luchtverfrissers en
- steunen (diverse soorten) en
- stekbakjes en
- kartonnen dozen en
- rollen wit elektrisch snoer en
- plastic en ijzeren koppelstukken en
- slangklemmen en
- stekpoeder en
- ophangbeugels en ophangkettingen
- PVC Flenzen en
- hoofdschakelaars en
- latex handschoenen en
- powerdimmers en
- klimaatregelaars en controllers en
- koolstofhouders en
- gripzakken en
(zie: excel beslaglijst dossier pagina 99 - 106 en/of proces-verbaal van bevindingen dossier pagina 123 - 127)
bestemd tot het plegen van een of meer feit(en) strafbaar gesteld in artikel 11 derde Pro en/of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten:
- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of
- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
te koop heeft aangeboden en voorhanden heeft gehad terwijl zij wist dat die stoffen en/of voorwerpen bestemd waren tot het plegen van die feiten zulks terwijl hij, verdachte, tot de feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;
2. de besloten vennootschap [A] B.V. in de periode van 28 februari 2017 tot en met 11 december 2017 te [plaats] (telkens) in en/of vanuit een loods/bedrijfspand en/of op en/of vanaf het (bijbehorende) terrein aan de [a-straat 1] stoffen en voorwerpen, te weten grote hoeveelheden, althans een of meerdere,
- zwarte grow-tenten (kweektenten) en
- zwarte kweekpotten (in diverse maten) en
- ventilatoren (diverse soorten) en
- (elektrische) kachels en
- luchtslangen en
- netten en
- bamboestokken en
- watervaten en
- dompelpompen en
- fan-controllers en
- vijverfolie en
- zwart- en wit folie en
- groei- en voedingsmiddelen en
- bestrijdingsmiddelen en
- PH- en EC-meters en
- tijdschakelaars en
- droogrekken en
- steenwollen blokjes en steenwollenslabs en
- brandblussers en
- weegschalen en
- (zwarte) sportassen en
- luchtverfrissers en
- stekbakjes en
- dozen en
- elektrisch snoer
- koppelstukken (diverse maten) en
- slangklemmen en
- stekpoeder en
- ophangkettingen en ophangrubbers en
- PVC Flenzen en
- latex handschoenen en/of
- klimaatregelaars en smart controllers en
- gripzakken en
- C02-tabIetten en
- slakkenhuizen en
- snelheidsregelaars en
- wegwerpoveralls en
- afzuigboxen en
- waterspinnen en
(zie: facturen p. 191 - 197, p. 209 - 225, p. 235 - 242, p. 254 - 266, p. 276 - 283, p. 295 - 304, p. 315 - 335, p. 344 - 359, p. 368 - 384 en/of de bijbehorende processen-verbaal van bevindingen)
bestemd tot het plegen van een of meer feit(en) strafbaar gesteld in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten:
- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of
- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft te koop aangeboden en verkocht en voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat die stoffen en voorwerpen bestemd waren tot het plegen van die feiten zulks terwijl hij, verdachte, (telkens) tot de feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen.”

De bewijsmiddelen

6. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van de voetnoten):
Bewijsmiddelen
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van de rechtbank
Ik was op de data die in de tenlastelegging staan enig aandeelhouder en bestuurder van [A] B.V. Ik werkte daar als leidinggevende.
Aantreffen goederen
Vandaag, 12 december 2017, begaven wij ons naar het adres [a-straat 1] te [plaats] . De groothandel die daar is gevestigd is genaamd [A] B. V. Wij zagen, dat de loods was ingericht met lange hoge stalen stellingen, waarop gesorteerd de hennepartikelen gestald stonden. Wij zagen:
- pallets vol met zwarte grow-tenten;
- een enorme hoeveelheid zwarte plastic kweekpotten;
- pallets vol met ventilatoren;
- pallets met kachels;
- thermo-hygrometers;
- veel flexibele luchtslangen;
- veel netten en bamboe stokken;
- veel watervaten, met daarbij dompelpompen, luchtpompen;
- pallets vol met fan-controllers voor de regeling van snelheid van de afzuigers;
- pallets vol met zwart vijverfolie;
- grote hoeveelheid zwart en wit folie;
- een enorme hoeveelheid groei- en voedingsmiddelen alsmede bestrijdingsmiddelen;
- een grote hoeveelheid PH en EC meters;
- veel dozen met daarin zogenaamde oogstschaartjes;
- pallets vol met tijdschakelaars;
- pallets vol met Perliet, witte vulkaansteentjes;
- dozen vol met seal-bags en strijkzakken;
- pallets vol met droogrekken;
- steenwollen blokjes;
- dozen vol met zogenaamde 'bug-scans’. Dit zijn grote gele plakvellen;
- pallets vol met automatische brandblussers;
- pallets vol met digitale weegschaaltjes;
- dozen vol met zwarte werkloze sporttassen;
- dozen met luchtverfrissers;
- diverse steunen;
- pallets vol met stekbakjes en nieuwe kartonnen dozen;
- pallets vol met rollen wit elektrisch snoer.
De beslaglijst
- kweekpotten, diverse maten;
- elektrische kachel;
- grote waterslangen;
- steenwol slabs;
- slangklemmen;
- ijzeren koppelstukken;
- stekpoeder;
- ophangbeugels;
- latex handschoenen;
- PVC flenzen;
- hoofdschakelaars;
- powerdimmers;
- klimaatregelaar;
- smart controller;
- plastic koppelstukken,
- koolstofhouders
- gripzakken;
- ophangkettingen.
Onderzoek facturen periode 1 maart 2017 tot en met 31 maart 2017
Op 03 januari 2019 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met het opschrift debiteuren maart 2017. Dit betroffen de facturen over de periode 01 maart 2017 tot en met 31 maart 2017.
- dompelpomp 7000 liter;
- soft doos;
- lege dozen.
Onderzoek facturen periode 1 mei 2017 tot en met 31 mei 2017
Op 06 februari 2018 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met het opschrift mei 2017. Dit betroffen facturen over de periode 1 mei 2017 tot en met 31 mei 2017. - luchtslangen;
- dompelpomp 5000 liter;
- 4 zwenkventilatoren;
- 200 vierkante potten 11 liter;
- elektriciteitskabel;
- 5 gripzakken 1 kg 100 stuks per pak;
- 60 C02-labs;
- slangklemmen;
- PVC flenzen;
- 60 droogrekken;
- 5 60x60x160 cm kweeklenten;
- 4 90x90x180 cm kweektenten;
- 10 snelheidsregelaars;
- 10 fan controllers;
- 42 slakkenhuizen;
- insectenconcentraat (ter bestrijding van insecten);
- handschoenen (latex);
- grote, zwarte tassen;
- net;
- watertank;
- bamboestokken;
- vijverfolie;
- waterspin;
- wegwerpoverall;
- luchtverfrisser;
- ophangrubbers;
- elektrisch kacheltje;
- 1400 ronde potten 15 liter;
- 65 zwenkventilatoren muurbevestiging;
- 61 zwenkventilatoren staand;
- 540 droogrekken;
- afzuigboxen;
- stekbakjes;
- steenwol slabs;
- groeimiddelen.
Onderzoek facturen periode 1 juni 2017 tot en met 30 juni 2017
Op 27 februari 2018 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met het opschrift debiteuren Juni 2017. Dit betroffen de facturen over de periode 01 juni 2017 tot en met 30 juni 2017.
- weegschaal;
- steenwol blokjes;
- vierkante potten 14 liter;
- stekpoeder;
- 10 PH-meters;
- 10 EC-meters;
- ketting;
- smartcontroller;
- brandblusser.
Onderzoek facturen periode 1 juli 2017 tot en met 31 juli 2017
Op 28 februari 2018 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met het opschrift debiteuren juli 2017. Dit betroffen de facturen over de periode 1 juli 2017 tot en met 31 juli 2017.
- klimaatsysteem om een optimaal klimaat te waarborgen;
- tijdschakelaar.
Onderzoek facturen periode 1 september 2017 tot en met 30 september 2017
Op 08 januari 2019 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met het opschrift debiteuren september 2017. Dit betroffen de facturen over de periode 1 september 2017 tot en met 30 september 2017.
- koppelstukken.
Onderzoek facturen periode 1 november 2017 tot en met 30 november 2017
Op 08 januari 2019 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek ingesteld in de ordner met hel opschrift debiteuren november 2017. Dit betroffen de facturen over de periode 1 november 2017 tot en met 30 november 2017.
- 2 multibox 1000 liter: (watervat).
Het onderzoek door de politie
(…)
Gebleken is dat [A] BV stoffen en nagenoeg alle voorwerpen te koop aanbiedt in haar catalogus en op voorraad heeft in haar magazijn ten behoeve van alle factoren benodigd voor de professionele en grootschalige teelt van hennep in een van licht- en lucht afgesloten ruimte. Wij zagen dat van deze stoffen en voorwerpen [A] B.V. voor alle niet optionele stoffen en voorwerpen varianten te koop aanbood die, wanneer gebruikt voor het telen van hennep, bestemd zijn voor de grootschalige en professionele hennepteelt en vrijwel niet voor de hobbyteelt. Hier zaten ook voor hennep zeer specifieke producten bij, zoals bepaalde merken verrijkte kweekmedia, plantenvoeding en verwerkingsproducten, zoals droogrekken en zwarte sporttassen. [A] BV biedt geen enkelproduct aan dat niet toepasbaar is bij het professioneel telen van hennep.
Wij zagen dat het assortiment kennelijk niet gericht is op de akkerbouw c.q. groothandel in bloemen en planten gezien de eigenschappen van de betreffende stoffen en voorwerpen en liet ontbreken van de voor deze markt kenmerkende stoffen en voorwerpen zoals landbouwmachines, plantenvoeding in bulk, groente- en fruitzaden, in tegenstelling tot de bedrijfsactiviteiten van [A] B.V. die in de KvK staan, groothandel in overige akkerbouwproducten, groothandel in bloemen en planten en meer. Wij zagen dat het assortiment kennelijk ook niet gericht is op een tuinconsument, gezien het ontbreken van voor deze markt kenmerkende stoffen en voorwerpen zoals bladblazers, bijlen, zagen, snoeimachines, grasmaaiers, zwenksproeiers, snoeischaren, harken, materiaal om onkruid te wieden en plantensteunen voor bijvoorbeeld een roos of boombinders.
Ook biedt [A] B.V. twee maten sporttassen (80x45 cm en 120x60 cm) aan. Ambtshalve is ons bekend dat deze tassen gebruikt worden voor het vervoeren van grote hoeveelheden hennep.
Onderzoek gegevensdragers [A] B.V.
Op vrijdag 13 december 2019 heb ik, verbalisant [verbalisant 2] , onderzoek gedaan in het digitaal beslag, dat bij de controle van het bedrijf [A] B.V. op 12 december 2017 in beslag is genomen. In het beslag heb ik gekeken naar gegevens die zouden aangeven welke producten het bedrijf verkocht en binnen welke branche het bedrijf de producten afzette.
SIN: AA.JT6611NL
Bestandsnaam: INKOOPPRIJZEN.xls
Het betreft een Excel-werkbestand. Ik heb gekeken naar het tabblad 'prijzen 2017'. In het overzicht zag ik op het eerste gezicht een opsomming van producten die ik herkende uit de brochure van 2017, van het verdachte bedrijf [A] . Wat mij opviel, was dat er producten in het tabblad stonden, welke ik niet in de brochure ben tegengekomen. Deze producten hadden de artikelnummers 3001, 3002, 3003, 3004, 3006, 3007, 3008, 3009, 3010 en 3011. Dit betroffen slakkenhuisventilatoren van het merk Torin.
SIN: AA.JT6582NL
Bestandsnaam: [B] .xls
Dit betrof een Excel werkmap met drie tabbladen. Op tabblad ‘Blad2’ stonden een aantal producten met artikelnummers genoemd. Dit kwam overeen met de producten en nummers in de brochure van [A] van 2017. Hieruit leidde ik af dat de producten op de lijst, producten waren die [A] verkocht.
Op tabblad ‘Blad 1' zag ik vervolgens onder andere onderstaande opsomming van producten:
1 7000s 522,40 522,40
1 6000s uit 1 in 1 uit 400-400 469,60 469,60
1 5000s 402,40 402,40
1 4250s 356,80 356,80
1 3250s 317,60 317,60
3 150 240,00 720,00
1 125 220,00 220,00
Wat mij opviel was dat de andere producten in de lijst wel bij naam genoemd werden en deze niet. Ik vermoedde dat het bij deze producten ging om slakkenhuisventilatoren in ‘softboxen’, die bedoeld zijn om het geluid van de ventilator te verhullen. Ik had dit vermoeden omdat de getallen mij deden denken aan de wijze waarop de capaciteit van de ventilatoren in m3 weergegeven wordt en omdat bij het tweede product 400-400 stond, wat aangeeft welke diameter buis of stang erop aangesloten dient te worden. Daarbij leken mij de prijzen ongeveer overeen te komen met de prijzen van slakkenhuisventilatoren in MDF boxen.
Ik heb mijn vermoeden voorgelegd aan de eenheidscoördinator hennep van politie Midden-Nederland, die dit vermoeden bevestigde. Het is mij vaker opgevallen dat goederen die zogenaamd ‘typisch’ voor de hennepteelt zijn, op papier niet altijd bij naam genoemd worden, maar vaak en vagere omschrijving hebben.
Wat ik tevens opvallend vond, was dat ik de verdachte op 12 december 2017, tijdens de politiecontrole, heb horen zeggen dat hij geen producten meer verkocht waarvan de rechter had aangegeven dat deze typisch zijn voor de hennepteelt. Hierbij ging het volgens de verdachte onder andere om assimilatieverlichting en buis-en slakkenhuisventilatoren, al dan niet in softboxen.
Aangetroffen kweekschema
Op dinsdag 12 december 2017 is tijdens een doorzoeking bij het bedrijf [A] B. V, destijds gevestigd op [a-straat 1] in [plaats] , een stapel met enkele tientallen kweekschema's aangetroffen. De kweekschema's zijn tijdens de doorzoeking door de politie aangetroffen in het kantoor in de loods van het bedrijf [A] .
De kweekschema’s waren aan de voor- en achterzijde bedrukt. Op de voorzijde stond gedrukt: "Schema voor kweken op hydro bodem, met Powertop" en op de achterzijde stond gedrukt: "Schema voor kweken op aarde bodem met Powertop".
Zowel aan de voor- als achterzijde stond een overzicht van 9 weken groei- en bloeicyclus met per week verschillende soorten voeding en de hoeveelheid in milliliters daarvan in die week. Ook stond er aan beide zijden een verhouding tussen licht en donker kweken van 18 uur licht en 6 uur donker in de voorgroeiperiode en 12 uur licht en 12 uur donker in de bloeiperiode.
In de kweekschema's voor hydrobodem en aarde bodem werden in beide gevallen een EC waarde vermeld tussen de 1,2 en 1,8.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , hennepspecialist, herken het schema als zijnde een kweekschema voor het telen van hennepplanten. Soortgelijke kweekschema's worden door mij en door collega's van het hennepteam altijd aangetroffen in hennepkwekerijen. Het is een houvast voor de hennepkweker welke groeimiddelen men op welk moment moet toepassen.
De verklaring van getuige [betrokkene 1]
O: Ik, verbalisant [verbalisant 2] , laat een kopie van het kweekschema zien aan de getuige.
G: Wat mij opvalt is de EC-waarde van 1,2 tot 1,8 die in het schema vermeldt wordt. Een EC-waarde van 1,2 tot 1,8 is veel te laag voor een vruchtgroente, zoals een tomaat, paprika of komkommer. De EC-waarden voor die gewassen zijn 5 of 6. Voor een komkommer is deze 3. De EC-waarde in dit schema betekent dat het bedoeld is voor groene planten, dus bijvoorbeeld sla, of huis- tuin en keukenplanten; de planten die je in je huiskamer hebt staan.
Omdat het schema spreekt van teelt op hydro bodem en aarde bodem, ga ik ervan uit dat het bij dit schema gaat over een gewas dat op beide substraten geteeld wordt, of kan worden. Het schema is in dat geval niet bedoeld voor bloemen, want binnen de tuinbouw worden bloemen vrijwel alleen maar in aarde geteeld.
Gezien de EC-waarde zou sla wel kunnen. Qua tijd in weken zou sla ook wel kunnen. Het heeft namelijk ongeveer 12 weken nodig om te groeien. Alleen gaat het in het schema ook over de bloeiperiode en sla laten we natuurlijk niet bloeien, dus het lijkt me niet waarschijnlijk dat dit over sla gaat.
Als je alleen naar de tijd in weken kijkt, zou komkommer ook nog wel kunnen, maar de EC-waarde zou dan dus wel hoger moeten liggen. Voor komkommer is het dus ook niet.
Wat mij verder opvalt is dat er in het schema iets staat over licht en donker kweken, met daarbij de uren donker en uren licht. In de glastuinbouw lichten wij natuurlijk de gewassen ook bij, maar dit gaat hier over echt kweken in donker en licht. Wij maken kweekruimtes niet donker in de glastuinbouw. In de glastuinbouw willen we juist zoveel mogelijk zonlicht, want dat is gratis.
In aanvulling daarop acht het hof nog van belang:
Onderzoek administratie
Uit de analyse blijkt onder andere dat [A] B.V. in het boekjaar 2017 in totaal 170 verschillende afnemers had. Het totale factuurbedrag voor deze afnemers bedroeg in het boekjaar 2017 € 4.877.368,77. Een bedrag van € 3.709.988,56 is in het boekjaar 2017 contant betaald.
Verklaring van de vertegenwoordiger van verdachte ter terechtzitting van het hof
- Ik verkocht wel snoeischaren. U, voorzitter, vraagt mij, of ik daarmee doel op de aangetroffen oogstschaartjes? Ja, die bedoel ik;
- U, voorzitter, Vraagt mij of de veranderde strafbaarstelling in 2015 iets veranderde voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld de producten en doelstellingen. In 2015 heb ik een controle gehad, waaruit bleek dat ik veel producten moest afschaffen op basis van lijsten. Enkel naar aanleiding van die controle in verband met de nieuwe wetgeving heb ik het assortiment aangepast;.
- Ik leverde niet aan particulieren. Mijn afnemers in 2017 waren tuincentra, hobbywinkels, growshops. Met hobbywinkel bedoel ik een soort klein tuincentrum. Het klopt dat ik ook aan groothandels heb geleverd;
- Ik controleer het BTW nummer en ik vraag altijd om een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Ik doe verder geen onderzoek naar mijn afnemers;
- Ik doe geen onderzoek naar wat mijn afnemers met de producten doen. Ik lever de producten slechts af;
- De kweekschema’s die in mijn bedrijf zijn aangetroffen, zijn geen specifieke kweekschema’s, maar meer een richtlijn. Het kan ook gebruikt worden voor in de tuin of op het balkon, bijvoorbeeld voor tomaten. U, voorzitter, vraagt mij of ik de Bio -G-fertilizers zelf produceer. Ik laat het label maken en zet het dan op de markt. Het is meststof. U, voorzitter, houdt mij voor dat deze producten zijn aangetroffen bij growshops of hennepkwekerijen. Dat kan kloppen;
- U, jongste raadsheer, vraagt mij waarom er kweekschema’s in mijn bedrijf lagen. Ik wilde meststof promoten en de gebruiksschema’s helpen bijvoorbeeld bij de vraag hoeveel liter, nodig is;
- U, advocaat-generaal, vraagt mij waarom er veelal cash wordt betaald binnen mijn bedrijf. Het klopt dat ik veel betalingen contant krijg. Cash geld vind ik fijn, want geld is een betaalmiddel en als ik het cash niet aanneem, duurt het langer voordat klanten mij betalen. Bovendien is het fijn om geld in de kast te hebben liggen in verband met faillissementen;
- U, jongste raadsheer, vraagt mij of er een pinautomaat in het bedrijf is. Dat is er niet.”
7. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnota heeft de verdediging het volgende bewijsverweer gevoerd (met weglating van de voetnoten):
“In hoger beroep wordt opnieuw bepleit dat de rechtspersoon [A] B.V. dient te worden vrijgesproken van overtreding van art. 11a Opiumwet vanwege gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.
(…)
Aan de hand van de onderzochte facturen werd als opvallend gerapporteerd dat een beperkt assortiment werd geleverd. Die informatie is juist en dient als feit te worden vastgesteld.
Bewijsverweer en grieven n.a.v. de bewijsoverweginqen van de rechtbank
Laat ik direct melden dat er – anders dan lijkt te zijn aangenomen – nog nooit een rechter tegen [verdachte] heeft gezegd welke voorwerpen en stoffen hij wel of niet mocht verkopen. [verdachte] weet alleen dat de ene rechter in zijn assortiment een overtreding zag en de andere niet. In de zaak die in hoger beroep diende bij het Hof Den Haag had [A] een groter en ook meer uitgebreid assortiment aanwezig. Desondanks werd hij vrijgesproken.
(…)
Met deze bewezenverklaring zocht de rechtbank aansluiting bij het arrest van het Gerechtshof Den Bosch d.d. 3 augustus 2016 (ECLI:NL:GHSHE:2016:3475) en ging de rechtbank voorbij aan de inhoud van het latere arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch d.d. 16-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1867.
De bewijsredenering in dit latere arrest sluit inhoudelijk aan op het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 31-01-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:134 en dat van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19-04-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3519.
Uit deze drie arresten blijkt dat:
-
De criminele bestemming niet zonder kan meer worden afgeleid uit de aard, het samenstel en de hoeveelheid van de aangetroffen goederen. Daarvoor is nadere steun in andere bewijsmiddelen vereist.
-
Er geen actieve onderzoeksplicht op verkopers van kweekmaterialen rust.
Deze jurisprudentie ligt volledig in de lijn van de opmerkingen die oud-minister Opstelten op 4 november 2014 over de reikwijdte en strekking van art. 11a Opiumwet in de Eerste Kamer maakte. Citaat:
"Dat betekent dat iemand pas strafbaar is
als het niet anders kan dan dathij zich bewust was van de criminele bestemming van de voorwerpen. Dat is natuurlijk belangrijk
."
Die situatie doet zich hier niet voor. [A] B V. verkocht als groothandel aan winkels. Dat een groothandel relatief grote aantallen producten in voorraad houdt mag niet verbazen en vormt daarmee geen argument om te komen tot een bewezenverklaring. Daarbij komt dat niet is vastgesteld in welke aantallen en combinaties voorwerpen en stoffen door de afnemende winkels werden doorverkocht aan eindgebruikers en ook niet voor welk doel dit gebeurde. Dat betekent dat de bestemming van de voorwerpen en stoffen niet is vastgesteld, maar is verondersteld en dat daarmee de bewezenverklaring tekortschiet.
(…)
In de rechtspraktijk bestaat dringend behoefte aan een bestendige lijn. Gerechtshoven hebben hierbij een belangrijke taak. Mag de strafrechter een bewezenverklaring baseren op de gezamenlijkheid van de voorwerpen en naar uiterlijke verschijningsvorm of schiet een dergelijke bewezenverklaring tekort? De verdediging meent dat dit het geval is.
(…)
Indicatorenlijst
Het OM zoekt om begrijpelijke redenen naar een objectief criterium en stelt dat aan de hand van de zogenoemde indicatorenlijst de bestemming van voorwerpen en stoffen voor grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt kan worden vastgesteld. De verdediging betwist dit en merkt daarbij op dat uit de rechtspraak blijkt dat niet de manier waarop iemand teelt centraal staat, maar het doel van de teelt. Dit is ook expliciet tot uitdrukking gebracht in de checklist die ambtenaren van de gemeente Tilburg hanteren bij het controleren van thuis telende patiënten die zijn aangesloten bij de Stichting PCMG. (In eerste aanleg is deze checklist bij pleidooi overgelegd.) Uit deze checklist blijkt dat telende patiënten maximaal 800 Watt aan verlichting mogen gebruiken. Het gebruik van een professionele afgescheiden kweekkast is uit een oogpunt van brandveiligheid verplicht gesteld. Om hinder en overlast te voorkomen mogen afzuiging, koolstoffilters en droogkast worden gebruikt.
Uit deze gemeentelijke checklist blijkt overduidelijk dat de strafrechter niet mag blindvaren op de “indicatorenlijst van het OM”. Deze lijst levert geen objectief criterium op ter vaststelling van professionele teelt.
Telers die veilig en zonder, hinder voor hun omgeving hennep willen telen zullen gebruikmoetenmaken van apparatuur die hen volgens diezelfde OM-indicatoren ten onrechte “brandmerkt” als professionele telers. Daarbij moet ook worden bedacht dat huurders van woningen geen stank of hinder voor hun omgeving mogen veroorzaken. Dit verklaart de behoefte aan koolstoffilters, afzuigers, geluidsdempers en strijkzakken. Dat het bedrijf [D] kennelijk stank mag verspreiden heeft geen betekenis. Dat mogen bepaalde boerenbedrijven ook.
Medicinale telers en kleinschalige recreatieve telers telen niet uit winstbejag, maar om over kwalitatief hoogwaardige cannabis te kunnen beschikken. Raadpleging van rechtspraak.nl leert dat er vele zaken zowel in het straf- als bestuursrecht hebben gediend die betrekking hebben op mensen die met verschillende technische hulpmiddelen hennep teelden voor uitsluitend eigen medicinaal gebruik.
De redenering dat het gebruik van apparatuur dient "ter bevordering van een optimale oogst en een optimale financiële opbrengst van de hennepkwekerij, dus op verkoop van de oogst is met deze wetenschap onbegrijpelijk. Waaruit blijkt dat het streven naar een optimale oogst duidt op verkoop? Uit niets! Het dus-stapje in deze redenering is in strijd met de logica en daarmee onbruikbaar als bewijsmiddel, zodat de bewezenverklaring niet in stand kan blijven.
In eerste aanleg heb ik uiteengezet dat Nederland een zeer grote groep kleinschalige hobbytelers en medicinale telers kent. Bij toepassing van de OM indicatorenlijst zouden al deze telers beroepsmatige telers zijn, terwijl dit overduidelijk niet het geval is.
(…)
Als we de aangevoerde feiten en omstandigheden voor ogen houden, dan moet worden vastgesteld dat uit het voorliggende strafdossier een illegale bestemming van de voorwerpen die [A] B.V. heeft verkocht en voorhanden heeft gehad niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld.
Alle inkopen en leveringen werden administratief verantwoord. Aan klanten werden facturen uitgereikt. De geldstromen werden overeenkomstig de eisen die de Belastingdienst daaraan stelt vastgelegd. Met die wetenschap is de overweging van de rechtbank inhoudende dat de wijze van administreren het doel had om te verhullen dat [A] goederen verkocht die typisch zijn voor de grootschalige of professionele hennepteelt onbegrijpelijk.
Afgelopen dinsdag hield het OM in Midden-Nederland in het onderzoek tegen [C] B.V. (onderzoek 09Simmon) requisitoir. De officieren van justitie maakten een vergelijking met de onderhavige strafzaak en merkten daarbij op dat [A] zich (anders dan [C] ) niet van verhullingstactieken had voorzien. Ik deel deze mening.
CONCLUSIE:
1.
Het voorhanden hebben en verkopen van de op de tenlastelegging vermelde stoffen en voorwerpen is niet bij wet verboden.
2.
Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen waaruit zich een illegale bestemming van deze voorwerpen of stoffen laat vaststellen.
3.
Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen waaruit de wetenschap of de ernstige reden om te vermoeden dat sprake is van een illegale bestemming met voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid.
Wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient [A] B V. van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van [verdachte] geldt dat hij aantoonbare maatregelen heeft getroffen om overtreding van art. 11a Opiumwet door [A] B.V. te voorkomen. Daarmee heeft hij als leidinggevende gehandeld op een wijze die van hem mocht worden verlangd. Hij dient wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs te worden vrijgesproken.”
8. Het door de verdediging gevoerde bewijsverweer is door het hof als volgt samengevat en verworpen (met weglating van voetnoten):
“Overweging met betrekking tot het bewijs
De advocaat-generaal acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde. (…). Voorts bevat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen, waaruit zich een illegale bestemming van deze voorwerpen of stoffen laat vaststellen. Bovendien zijn er onvoldoende bewijsmiddelen waaruit de wetenschap of de ernstige reden om te vermoeden dat sprake is van een illegale bestemming met voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid. Tot slot heeft verdachte aantoonbare maatregelen getroffen om een overtreding van artikel 11a van de Opiumwet te voorkomen, waarmee hij als leidinggevende heeft gehandeld op een wijze die van hem mocht worden verlangd.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
(…)
Ten aanzien van feit 1 en feit 2
Niet ter discussie staat dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven en/of opdracht heeft
gegeven aan [A] B.V. in de tenlastegelegde periode.
(…)

Bewijsoverweging

Strekking artikel 11a Opiumwet
Artikel 11a van de Opiumwet ziet op alle stoffen en voorwerpen die bestemd zijn om gebruikt te worden bij professionele of grootschalige hennepteelt. Niet de afzonderlijke goederen zijn strafbaar – die zijn en blijven legaal – maar het gaat om de criminele intentie waarmee de persoon deze voorhanden heeft, aanbiedt, vervoert of verkoopt. De criminele intentie omvat de wetenschap of de ernstige reden te vermoeden dat de voorwerpen bestemd zijn voor de professionele of grootschalige hennepteelt. Het type en samenstel van de aangetroffen goederen kan daarbij van belang zijn.
Het hof merkt het volgende op. Alle hierna te noemen bewijsoverwegingen, dienen in onderling verband en samenhang beschouwd te worden.
Bestemming van de goederen
De rechtbank acht niet aannemelijk dat de in beslag genomen goederen bestemd waren voor de verkoop ten behoeve van de kweek van diverse andere gewassen dan hennep. Verder acht de rechtbank niet aannemelijk dat die goederen (enkel) bestemd waren voor de kleinschalige hennepteelt. Het is moeilijk voorstelbaar dat de bedrijfsvoering zich vrijwel volledig richtte op de tuinbouw, terwijl de gehele bedrijfsvoorraad in het magazijn uit andere, als hennepgerelateerd aan te merken, artikelen bestond. Daarbij komt dat artikelen die typisch zijn voor de tuinbouw, zoals grasmaaiers, harken en plantensteunen, daarentegen niet door verdachte werden verkocht. Aan de overtuiging van de rechtbank draagt bij dat in het bedrijfspandkweekschema’s zijn aangetroffen die gebruikt worden in de hennepteelt.
Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat deze kweekschema’s niet specifiek bedoeld waren voor hennepteelt, maar slechts richtlijnen inhielden. Voorts heeft verdachte verklaard dat deze schema’s ook te gebruiken zijn in de tuin of op het balkon. Het hof acht deze verklaringen niet aannemelijk geworden. Dit geldt te meer nu blijkens de verklaring van getuige [betrokkene 1] de kweekschema’s weliswaar zijn bedoeld voor groene planten, maar de kweekschema’s in ieder geval niet zijn bedoeld voor – naar het hof begrijpt typische tuin en/of balkon teelt van – bloemen, komkommer, sla en tomaten. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van deze getuige. Verdachte heeft over de kweekschema’s ter terechtzitting van het hof ook nog aangegeven dat de kweekschema’s ook beschikbaar waren voor promotie van de Bio -G-Power fertilizers, meststof, waarvoor verdachte het label laat maken en die verdachte zelf produceert. De kweekschema’s zouden helpen bij de vraag hoeveel liter nodig is. Verdachte heeft verklaard dat hij niet aan particulieren verkocht. Het hof vermag op geen enkele manier in te zien waarom genoemde (professionele) afnemers behoefte zouden hebben aan deze kweekschema’s, en acht de verklaring afgegeven namens verdachte voor de aanwezigheid van de kweekschema’s in het bedrijf dan ook niet aannemelijk.
De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging genoemde stoffen en voorwerpen gezamenlijk naar uiterlijke verschijningsvorm bedoeld zijn voor de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. De rechtbank wijst daarbij met name op de aangetroffen grote watervaten, dompelpompen met een grote capaciteit, grote groeitenten, plantenvoeding in grootverpakkingen, elektrische klimaatregelaars, tijdschakelaars, slakkenhuizen
en grote zwarte sporttassen.Deze goederen zijn naar het oordeel van de rechtbank naar hun aard en/of functie
en/of (professionele) omvanggeschikt voor bevordering van een optimale oogst en een optimale financiële opbrengst van een hennepkwekerij en daarmee bevorderen zij een professionele op winst gerichte hennepteelt. Daar komt bij dat een aantal van deze voorwerpen in relatiefgrote aantallen in voorraad werd gehouden.
Wetenschap
Dat verdachte wist dat de voorwerpen en stoffen bestemd waren voor grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt staat naar het oordeel van de rechtbank eveneens buiten kijf. In 2017 (eerste aanleg) en in 2018 (hoger beroep) heeft een zaak plaatsgevonden waarbij verdachte is gedagvaard voor hetzelfde feit. Naar aanleiding daarvan heeft verdachte tijdens de politiecontrole op 12 december 2017 verklaard dat hij geen producten meer verkocht waarvan de rechter had aangegeven dat deze typisch zijn voor de hennepteelt. Gelet daarop was het verdachte bekend welke stoffen en voorwerpen nodig waren voor beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. De overtuiging dat verdachte wist wat de bestemming van de voorwerpen en stoffen was, blijkt ook uit de wijze waarop hij zijn administratie voerde, zoals dat hierboven onder het bewijs door verbalisant [verbalisant 2] is beschreven.
Voornoemde verbalisant viel het namelijk op dat er producten, in het bijzonder slakkenhuisventilatoren, op de tabbladen stonden, die niet in de brochure voorkwamen. Ook viel het de verbalisant op dat de meeste producten bij productnaam werden genoemd, maar sommige producten slechts bij nummer. [verbalisant 2] kwam op basis van de getallen en prijzen samen met zijn collega tot het naar het oordeel van het hof terechte vermoeden dat de nummers slakkenhuisventilatoren in softboxen aanduidden.
Bovendien is heeft verdachte ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij veelal contant geld in de kas heeft zitten en zijn bedrijf niet over een pinautomaat beschikt. De uitleg van verdachte hiervoor dat als liet contante geld niet werd aangenomen het langer zou duren voordat hij het geld had, is simpelweg onjuist nu betaling via de bank of via een pinautomaat minst genomen even snel verloopt. Het hof ziet ook in de enorme stroom cashgeld een belangrijke aanwijzing dat er sprake was van de verkoop van goederen ten behoeve van de hennepteelt, nu het een feit van algemene bekendheid is dat er in het drugscircuit veelal contant wordt betaald.Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wijze van administreren het doel gehad om te verhullen dat hij goederen verkocht die typisch zijn voor de (grootschalige) hennepteelt.
Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij zich bewust was van de nieuwe regelgeving. In 2015 heeft er immers bij [A] B.V. een controle in bet kader van de nieuwe wetgeving plaatsgevonden door middel van lijsten, waarna verdachte het assortiment heeft aangepast blijkens zijn eigen verklaring. Ook heeft verdachte ter terechtzitting verklaard geen producten te kunnen noemen, die niet gebruikt kunnen worden in de hennepteelt. Ten overvloede merkt het hof nog op dat de verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard wel snoeischaren, namelijk de onder verdachte aangetroffen oogstschaartjes – in tegenstelling tot enig ander tuingereedschap – te verkopen en te hebben verkocht. Het hof krijgt echter maar uiterst zelden dossiers onder ogen waarbij het gaat om aangetroffen hennepkwekerijen zonder dat daarin sprake is van dergelijke aangetroffen snoeischaren. Het hof acht derhalve bewezen dat verdachte wist dat de voorwerpen en stoffen bestemd waren voor grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt.
Feitelijk leiding geven
De rechtbank stelt vast dat verdachte bestuurder en enig aandeelhouder is van het bedrijf [A] B.V. en dat hij daar leidinggevende was. Verdachte, had naar het oordeel van de rechtbank gedurende de gehele tenlastegelegde periode de feitelijke leiding over [A] B. V. en haar activiteiten, zodat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de gedragingen van deze rechtspersoon. Uit het dossier zijn geen andere personen naar voren gekomen die enige zeggenschap zouden hebben over wat er in of met de vennootschap gebeurde. Verdachte was dus de eindverantwoordelijke en heeft feitelijk leiding en opdracht gegeven aan en voor de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen. Het standpunt van de verdediging dat verdachte aantoonbare maatregelen heeft getroffen om een overtreding van artikel 11a Opiumwet door [A] B.V. te voorkomen, doet niet af aan het voorgaande.
De getroffen maatregelen waren in het licht van het voorgaande onvoldoende
.”

Het middel, het juridisch kader en de bespreking van het middel

9. Voor een weergave van het middel, van het juridisch kader en voor de bespreking van het middel verwijs ik naar mijn conclusie in de samenhangende zaak tegen de vennootschap waarvan de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde gedragingen – in cassatie onbetwist – de feitelijk leidinggevende was.

Slotsom

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met een aan artikel 81 lid 1 RO Pro ontleende overweging.
11. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, waarmee de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro wordt overschreden, hetgeen tot vermindering van de door het hof opgelegde straf zal moeten leiden.
12. Andere ambtshalve gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Daarbij merkt de steller van het middel op dat de klacht met betrekking tot de bewezenverklaring van onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten om praktische reden in één klacht is vervat, nu het gaat om dezelfde c.q. verweven feiten, met dien verstande dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit tevens de ‘verkoop’ behelst.