Conclusie
Nummer22/02341
Inleiding
feitelijk leiding geven aan en opdracht geven aan stoffen/voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde/vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten”, en 2.
“feitelijk leiding geven aan en opdracht geven aan stoffen/voorwerpen te koop aanbieden, verkopen en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde/vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten”veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf voor de duur van tweehonderd uur, subsidiair honderd dagen hechtenis, en een geldboete van € 50.000, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 285 dagen hechtenis.
Het middel
bestemd waren tothet plegen van een van de in artikel 11 lid 3 en Pro 5 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten en dat de verdachte dit
wist. [1]
De bewezenverklaring
De bewijsmiddelen
De criminele bestemming niet zonder kan meer worden afgeleid uit de aard, het samenstel en de hoeveelheid van de aangetroffen goederen. Daarvoor is nadere steun in andere bewijsmiddelen vereist.
Er geen actieve onderzoeksplicht op verkopers van kweekmaterialen rust.
als het niet anders kan dan dathij zich bewust was van de criminele bestemming van de voorwerpen. Dat is natuurlijk belangrijk
."
Het voorhanden hebben en verkopen van de op de tenlastelegging vermelde stoffen en voorwerpen is niet bij wet verboden.
Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen waaruit zich een illegale bestemming van deze voorwerpen of stoffen laat vaststellen.
Het dossier bevat onvoldoende bewijsmiddelen waaruit de wetenschap of de ernstige reden om te vermoeden dat sprake is van een illegale bestemming met voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid.
Bewijsoverweging
Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat deze kweekschema’s niet specifiek bedoeld waren voor hennepteelt, maar slechts richtlijnen inhielden. Voorts heeft verdachte verklaard dat deze schema’s ook te gebruiken zijn in de tuin of op het balkon. Het hof acht deze verklaringen niet aannemelijk geworden. Dit geldt te meer nu blijkens de verklaring van getuige [betrokkene 1] de kweekschema’s weliswaar zijn bedoeld voor groene planten, maar de kweekschema’s in ieder geval niet zijn bedoeld voor – naar het hof begrijpt typische tuin en/of balkon teelt van – bloemen, komkommer, sla en tomaten. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van deze getuige. Verdachte heeft over de kweekschema’s ter terechtzitting van het hof ook nog aangegeven dat de kweekschema’s ook beschikbaar waren voor promotie van de Bio -G-Power fertilizers, meststof, waarvoor verdachte het label laat maken en die verdachte zelf produceert. De kweekschema’s zouden helpen bij de vraag hoeveel liter nodig is. Verdachte heeft verklaard dat hij niet aan particulieren verkocht. Het hof vermag op geen enkele manier in te zien waarom genoemde (professionele) afnemers behoefte zouden hebben aan deze kweekschema’s, en acht de verklaring afgegeven namens verdachte voor de aanwezigheid van de kweekschema’s in het bedrijf dan ook niet aannemelijk.
en grote zwarte sporttassen.Deze goederen zijn naar het oordeel van de rechtbank naar hun aard en/of functie
en/of (professionele) omvanggeschikt voor bevordering van een optimale oogst en een optimale financiële opbrengst van een hennepkwekerij en daarmee bevorderen zij een professionele op winst gerichte hennepteelt. Daar komt bij dat een aantal van deze voorwerpen in relatiefgrote aantallen in voorraad werd gehouden.
Voornoemde verbalisant viel het namelijk op dat er producten, in het bijzonder slakkenhuisventilatoren, op de tabbladen stonden, die niet in de brochure voorkwamen. Ook viel het de verbalisant op dat de meeste producten bij productnaam werden genoemd, maar sommige producten slechts bij nummer. [verbalisant 2] kwam op basis van de getallen en prijzen samen met zijn collega tot het naar het oordeel van het hof terechte vermoeden dat de nummers slakkenhuisventilatoren in softboxen aanduidden.
Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij zich bewust was van de nieuwe regelgeving. In 2015 heeft er immers bij [A] B.V. een controle in bet kader van de nieuwe wetgeving plaatsgevonden door middel van lijsten, waarna verdachte het assortiment heeft aangepast blijkens zijn eigen verklaring. Ook heeft verdachte ter terechtzitting verklaard geen producten te kunnen noemen, die niet gebruikt kunnen worden in de hennepteelt. Ten overvloede merkt het hof nog op dat de verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard wel snoeischaren, namelijk de onder verdachte aangetroffen oogstschaartjes – in tegenstelling tot enig ander tuingereedschap – te verkopen en te hebben verkocht. Het hof krijgt echter maar uiterst zelden dossiers onder ogen waarbij het gaat om aangetroffen hennepkwekerijen zonder dat daarin sprake is van dergelijke aangetroffen snoeischaren. Het hof acht derhalve bewezen dat verdachte wist dat de voorwerpen en stoffen bestemd waren voor grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt.
.”