ECLI:NL:PHR:2024:1102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ongeldigverklaring rijbewijs en rijden zonder geldig rijbewijs
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994. Hij kreeg een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onjuist en onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld dat hij op 2 augustus 2019 persoonlijk en ondubbelzinnig door de politie was geïnformeerd over de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Hij verwees daarbij naar een proces-verbaal en stelde dat de formulering daarin dubbelzinnig was.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het cassatiemiddel faalt. Uit het proces-verbaal blijkt dat de verdachte op genoemde datum werd aangehouden, persoonlijk werd geïnformeerd over de ongeldigverklaring, dit begreep en de verklaring ondertekende. Het hof heeft dit oordeel voldoende gemotiveerd en het cassatieberoep wordt verworpen.
De Hoge Raad merkt op dat de behandeltermijn in cassatie is overschreden, maar ziet geen reden om ambtshalve te vernietigen. De veroordeling blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs blijft in stand.