Conclusie
1.Feiten
non-executive directorbij MRC. Tot begin 2019 was het hem niet, althans niet zonder toestemming van MRC, toegestaan in zijn aandelen in MRC te handelen.
groeigericht” passend geacht bij Corona Holdings, maar het is uiteindelijk vastgesteld op “
offensief”.
Bevestigingsrapport risicoprofiel” toegezonden. [5] In de brief wordt Corona Holdings gewaarschuwd dat er met het hogere risicoprofiel weliswaar kans is op het halen van een hoger rendement op lange termijn, maar dat er vooral op korte termijn een hoger risico bestaat dan op basis van de inventarisatie passend is. In het bijgevoegde rapport bevestigt Corona Holdings dat haar inkomen in de komende tien jaren naar verwachting voldoende is om te voorzien in haar dan wel [betrokkene 1] ’ financiële verplichtingen en andere reguliere uitgaven, dat het vermogen op de Van Lanschot-rekening niet nodig is als Corona Holdings dan wel [betrokkene 1] onvoorziene uitgaven heeft en dat de beleggingsdoelstellingen met de rekening ‘minder essentieel’ zijn, zoals dividenduitkeringen, [6] dat een pensioendoelstelling niet het belangrijkste doel van het vermogen op deze rekening is en dat de consequenties voor de vennootschap dan wel [betrokkene 1] beperkt zijn als de doelen niet worden gehaald, omdat de vennootschap haar doelstellingen zo nodig kan verlagen.
non-executive directorbij MRC geëindigd. De tot dan toe geldende beperking voor [betrokkene 1] /Corona Holdings om te handelen in aandelen MRC is daarmee komen te vervallen.
direct long/shortstrategieën, [7] het handelen in
futures [8] en andere derivaten bij Van Lanschot beperkt zijn en dat in Nederland DeGiro als een van de weinige partijen deze diensten aanbiedt. [betrokkene 2] adviseerde [betrokkene 1] /Corona Holdings om bij de Amerikaanse
brokersnavraag te doen. [betrokkene 1] heeft hierop geantwoord dat hij erop zou terugkomen, maar voorlopig niets wilde veranderen.
meer balans in zijn portefeuille aan te brengen”. [9] [betrokkene 1] schreef dat hij de verkoopopbrengst wilde beleggen in “
hoge dividend yield aandelen” [10] , waarbij hij dacht aan aandelen Shell, omdat hij vooralsnog vertrouwen had in de olieprijs. [betrokkene 2] heeft diezelfde dag geantwoord dat ze het een goed plan vond om meer spreiding aan te brengen en dat [betrokkene 1] voor hoge dividenden ook kon denken aan Total of Exxon. Verder vroeg ze of er een minimumverkoopprijs in acht moest worden genomen.
high yield bonds [11] kon worden gekeken, dat hij graag inkomen wilde gaan genereren en over de timing van de verkoop wilde bellen. [betrokkene 2] antwoordde op 22 mei 2019 dat de koers van het aandeel MRC nog niet boven de US$ 17 uitkwam en stelde voor om een order te geven voor de verkoop van 12.000 MRC-aandelen met een limiet van US$ 16,50. [betrokkene 1] liet weten dat hij nog even wilde nadenken.
bullish” [12] meer “
bearish” [13] begon te worden over de olieprijzen en dat hij overwoog om een Nymex-
hedge [14] op de olieprijs te zetten. [15] Hij vroeg [betrokkene 2] naar haar advies. [betrokkene 2] antwoordde dat “
in de huidige geopolitieke omgeving het voorspellen van de future termijncurve voor commodities” een zeer onzekere aangelegenheid was. [16] Ze wees [betrokkene 1] op de hoge kosten en schreef dat Van Lanschot niet in
futureshandelde en dat [betrokkene 1] daarvoor bij andere instellingen te rade moest gaan. Twee weken later liet [betrokkene 1] weten dat hij de
hedgetoch niet had geplaatst en dat dat ook goed was, omdat het sentiment weer meer “
bullish” was geworden.
hedge [17] en het al dan niet verkopen van een deel van de MRC-aandelen. [betrokkene 1] vertelde dat hij niet vreselijk veel
cashhad, maar in de komende twaalf maanden zakelijk wel voor een uitgavenpost van zeker vijf, zes miljoen en misschien wel tien miljoen euro stond. De koers van het aandeel MRC was op dat moment US$ 14,90 of 14,80. [betrokkene 1] sprak zijn zorg uit dat de koers zou teruglopen naar US$ 11 in welk geval er niet veel over zou blijven. [betrokkene 3] heeft geantwoord dat
hedgenmet opties weliswaar mogelijk maar lastig was vanwege de geringe handel in MRC-aandelen. [betrokkene 1] heeft Van Lanschot opdracht gegeven om 100.000 MRC-aandelen in plukjes te verkopen tegen een minimumprijs van US$ 15.
longen
shortposities [18] in MRC en WTI [19] en het verkopen van MRC-aandelen. Op 27 januari 2020 heeft [betrokkene 1] Van Lanschot opdracht gegeven tot het verkopen van nog eens € 1 miljoen aan MRC-aandelen.
hedgenvan zijn aandelen met
futuresin ruwe olie (Brent [20] en WTI). [betrokkene 3] heeft verschillende keren geantwoord dat Van Lanschot dit niet kon faciliteren vanwege het risico dat fysieke levering van de olie moet plaatsvinden en hij heeft een aantal alternatieven genoemd. [betrokkene 3] heeft verder geschreven dat hij, gelet op de sterke daling van de olieprijs, eerder
longdan
shortzou gaan en dat nu
hedgenwellicht te laat was. [21] Hij heeft het risico van een
shortpositie in olie als
hedgetoegelicht en [betrokkene 1] geopperd om
putopties [22] te kopen onder zijn bestaande MRC-positie.
hedgenvia het verkopen van
futuresof het kopen van (
put)opties, het verlies dat [betrokkene 1] daardoor heeft geleden en de problemen die hierdoor konden ontstaan in de
cashflowvan Corona Holdings. Bij e-mail van 15 maart 2020 heeft [betrokkene 3] [betrokkene 1] twee alternatieven voorgesteld. Toen [betrokkene 1] informeerde naar de kosten van een
hedgevoor een tegenwaarde van US$ 4 miljoen, heeft [betrokkene 3] hem voorgehouden dat hiermee een investering van ongeveer US$ 560.000 per maand gemoeid was en dat dit hem weinig interessant leek.
hedgendoor middel van de verkoop van Brent/WTI
futures. [23] [betrokkene 1] voegde toe: “
Nu zit ik[in,
A-G]
zwaar weer. Het kan verkeren! En ik beraad me.” Daarna heeft [betrokkene 1] stapsgewijs aan Van Lanschot opdracht gegeven tot het verkopen van MRC-aandelen. Op 12 juni 2020 gaf hij opdracht zijn in Corona Holdings ondergebrachte MRC-aandelenbezit volledig te liquideren.
2.Procesverloop
Eerste aanleg
A-G]) al dan niet (…) [wil,
A-G] opvolgen en is de belegger in beginsel zelf verantwoordelijk voor de door hem genomen beleggingsbeslissingen en de daaraan verbonden risico’s. Daar staat tegenover dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur (de Bank) ervoor dient te zorgen dat de door hem verstrekte adviezen duidelijk zijn en aansluiten op de wensen van zijn cliënten en zich daarom op de hoogte dient te stellen van de achtergrond en omstandigheden van de cliënten, waaronder hun beleggingsdoelstellingen, risicobereidheid en vermogen om risico’s te dragen.
A-G] en de concrete invulling van de relatie tussen Corona en de Bank.
overallhedging strategie te bedenken, is wat dat betreft te algemeen. Het had op de weg van Corona gelegen dit te concretiseren. De suggesties die Corona in dat verband heeft geopperd (het kopen van put-opties Schlumberger/Halliburton en het kopen van BNP Parisbas Booster Short), zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op wetenschap achteraf. Bovendien heeft de Bank naar voren gebracht dat putopties op vergelijkbare aandelen het risico kennen dat de koers hiervan een ander verloop heeft dan de koers van MRC. Weliswaar heeft Corona ook gesteld dat het ongeloofwaardig is dat de Bank niet kon handelen in futures, maar waar dit verder niet is onderbouwd moet daaraan voorbij worden gegaan. Het komt erop neer dat als Corona had willen handelen in futures bij wijze van hedge, zij hierin zelf stappen had moeten zetten, hetgeen ze niet heeft gedaan. Daarmee faalt ook de stelling ter zitting van [betrokkene 1] dat hij van experts heeft begrepen dat er andere strategieën waren geweest, nu ook daarmee wordt miskend dat de mogelijkheden van de Bank begrensd waren en dat de Bank daar ook duidelijk op heeft gewezen.
in haar hoedanigheid van kredietverstrekker en/of pandhouder(rov. 4.1.). [29]
hedging-mogelijkheden:
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding
Aan het standpunt van Corona dat Van Lanschot is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgverplichtingen uit de beleggingsadviesovereenkomst ligt steeds de stelling ten grondslag dat Van Lanschot Corona (adequaat) had moeten adviseren om haar aandelenkapitaal te hedgen met het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili. Reeds omdat er niet van kan worden uitgegaan dat Van Lanschot haar advisering op die doelstelling had moeten afstemmen, falen de grieven.(…)” (rov. 4.4.). Dit oordeel moet worden gelezen in samenhang met rov. 4.2. van het bestreden arrest (zie ook “
Bij deze uitgangspunten(…)”, rov. 4.3.), waarin het hof heeft geoordeeld dat (als uitgangspunten) “
voorop[staat,
A-G]
dat de aard en intensiteit van de zorgplicht van Van Lanschot afhangen van de omstandigheden van het geval en dat stelplicht en bewijslast ter zake van de feitelijke grondslag van de gestelde tekortkoming (…) op Corona[rusten,
A-G]” en “
dat Van Lanschot haar advisering mocht afstemmen op mededelingen van Corona voorafgaand aan het sluiten van de beleggingsadviesovereenkomst, in het bijzonder dat zij op een termijn van tien jaar een groei van haar vermogen naar € 40 miljoen nastreefde, dat Corona over voldoende alternatief inkomen beschikte om te voorzien in de financiële verplichtingen en andere reguliere uitgaven van haarzelf en [betrokkene 1] , dat met het vermogen geen onvoorziene uitgaven hoefden te worden opgevangen en dat Corona haar doelstellingen zo nodig kon verlagen, en dat [betrokkene 1] ervaring had met vermogensbeheer, beleggingsadvies en zelf beleggen”. De doelstelling die Corona Holdings voorafgaand aan het sluiten van de beleggingsovereenkomst had medegedeeld (groei van vermogen op lange termijn), is dus een andere doelstelling dan de in rov. 4.3. van het bestreden arrest weergegeven doelstelling om vermogen van Corona Holdings
op korte termijnin haar projecten in Turkije en Chili te investeren (en dus om daarvoor liquiditeit te realiseren) en uitgangspunt was dus (onder meer) dat (Van Lanschot mocht afgaan op de mededeling dat) Corona Holdings het aandelenkapitaal niet nodig zou hoeven hebben voor onvoorziene uitgaven. Het voorgaande begrijp ik zo dat het hof heeft geoordeeld dat er voor Van Lanschot
onder de (gestelde) feiten en omstandigheden van het onderhavige gevalgeen aanleiding bestond om haar advisering af te stemmen op de doelstelling om (kortetermijn)investeringen te doen in projecten in Turkije en Chili en dus om hiervoor liquiditeit te realiseren (zie randnummers 1.1-1.20 hiervoor), ook gelet op de uitdrukkelijke en gemotiveerde betwisting door Van Lanschot (rov. 4.3.) en de uitgangspunten die het hof heeft gehanteerd (rov. 4.2.). Deze doelstelling had Corona Holdings aan Van Lanschot kennelijk immers niet (voldoende duidelijk en/of tijdig) medegedeeld, terwijl dit wel van haar mocht worden verwacht. Het hof heeft kennelijk ook geen (feitelijke) aanleiding gezien die meebracht dat Van Lanschot had moeten twijfelen aan de juistheid van de mededelingen van Corona Holdings en/of aan haar actuele behoeften en belangen. Van Lanschot mocht volgens het hof dus vertrouwen op de mededelingen van Corona Holdings. Deze lezing wordt bevestigd door de uitgebreide(re) beoordeling door de rechtbank (rov. 4.2.-4.10.), waarbij het hof zich in rov. 4.2.-4.4. kennelijk heeft aangesloten. Uit deze beoordeling door de rechtbank blijkt (ook) duidelijk dat er niet van kan worden uitgegaan dat Van Lanschot haar advisering had moeten afstemmen op de doelstelling om het aandelenkapitaal van Corona Holdings te
hedgenmet het oog op de (op korte termijn) benodigde liquiditeit voor (investering in) projecten in Turkije en Chili. Corona Holdings had Van Lanschot over dit (kortetermijn)doel immers niet voldoende duidelijk en/of tijdig geïnformeerd en van Corona Holdings mocht worden verwacht dat zij daarover uit eigen beweging (voldoende duidelijke en/of tijdige) mededelingen zou doen (rov. 4.4. en 4.6.-4.8. van het vonnis van de rechtbank).
niethoefde te controleren of haar advisering nog aansloot bij de actuele behoeften en belangen van Corona Holdings en het hof heeft ook niet geoordeeld dat Van Lanschot
alleenhoefde af te gaan op mededelingen die voorafgaand aan het sluiten van de beleggingsadviesovereenkomst zijn gedaan. Voor zover het subonderdeel daarvan wel uitgaat, mist het feitelijke grondslag.
Vanaf 2019 was de situatie voor Corona rondom de MRC-aandelen en de daarmee te bereiken doelstelling veranderd.” Nog daargelaten of de inhoud van deze passage daadwerkelijk als feit is vastgesteld in rov. 3.3. sub (vi)-(xvii) van het bestreden arrest, meen ik dat het oordeel dat er niet van kan worden uitgegaan dat Van Lanschot haar beleggingsadvies ten aanzien van de MRC-aandelen heeft moeten afstemmen op een doelstelling om het vermogen van Corona Holdings op korte termijn in haar projecten in Turkije en Chili te investeren en dus om daarvoor liquiditeit te realiseren (in plaats van de medegedeelde langetermijndoelstelling) niet onjuist of onbegrijpelijk is in het licht van rov. 3.3. sub (vi)-(xvii) van het bestreden arrest. Dat Corona Holdings op een aantal momenten in 2019-2020 heeft gecommuniceerd dat zij (om bepaalde en tamelijk algemeen gebleven redenen) voornemens was en/of had besloten om (een deel van) de MRC-aandelen te verkopen en/of om (een deel van) de MRC-aandelen te (willen)
hedgen, is voor het hof geen reden geweest om te oordelen dat Van Lanschot haar beleggingsadvies ten aanzien van de MRC-aandelen moest afstemmen op de doelstelling om het vermogen van Corona Holdings op korte termijn in projecten in Turkije en Chili te investeren (en dus om daarvoor liquiditeit te realiseren). Dit is niet onjuist of onbegrijpelijk. Zie ook rov. 4.4. en 4.6.-4.8. van het vonnis van de rechtbank. Van Corona Holdings mocht worden verwacht dat zij Van Lanschot duidelijk(er) had geïnformeerd als haar beleggingsdoelstelling was gewijzigd. Het is niet onjuist of onbegrijpelijk dat Van Lanschot niet aan de juistheid van mededelingen van Corona Holdings over haar beleggingsdoelstelling hoefde te twijfelen.
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili en hiervan in deze zaak juist niet kan worden uitgegaan, aldus het hof. Dit is niet onjuist of onbegrijpelijk. Ik verwijs naar randnummers 3.4-3.9 hiervoor om herhaling te voorkomen. Het hof heeft dus niet in de processtukken gelezen dat Corona Holdings als aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaakt heeft aangevoerd dat Van Lanschot niet of in beperkte mate heeft gecontroleerd wat de actuele beleggingsdoelstelling van Corona Holdings was of anderszins niet of in beperkte mate mededelingen op juistheid heeft gecontroleerd (zie randnummer 3.9 hiervoor en randnummers 3.14-3.17 hierna). [39] Als zodanig hoefde het hof hierover dan niet te oordelen en de juridische vragen die een dergelijk verwijt zou kunnen oproepen, kan ik hier daarom verder onbesproken laten. Ik volsta hier derhalve met een verwijzing naar het debat over de zorgplicht in de in deze cassatieprocedure ingediende processtukken. [40]
hedging, de procesinleiding verwijst naar rov. 4.4., eerste volzin). [41] Corona Holdings zou ook hebben gesteld dat Van Lanschot de juistheid van de in 2017 door Corona Holdings gedane mededelingen diende te controleren en – met verwijzing naar de inhoud van de beleggingsadviesovereenkomst – dat Van Lanschot verplicht was haar advisering aan Corona Holdings regelmatig te actualiseren. [42] De motivering van het hof geeft er volgens het subonderdeel onvoldoende blijk van dat het deze stellingen op waarde heeft geschat en heeft verdisconteerd in zijn oordeelsvorming. In elk geval zouden deze stellingen dusdanig gemotiveerd zijn dat het hof niet zonder meer voorbij mocht gaan aan het aanbod van Corona Holdings tot het horen van getuigen over de mededelingen en informatieverstrekking aan Van Lanschot over de door het hof genoemde doelstelling, waarmee Corona Holdings haar stellingen daarover nader had kunnen staven en zou het andersluidende oordeel in rov. 4.6. onjuist zijn. [43]
mutatis mutandisook voor de stelling van Corona Holdings dat Van Lanschot de juistheid van de in 2017 door Corona Holdings gedane mededelingen diende te controleren en dat Van Lanschot verplicht was haar advisering aan Corona Holdings regelmatig te actualiseren. In dit verband merk ik nog op dat het hof niet heeft geoordeeld dat Van Lanschot de juistheid van de mededelingen
nietdiende te controleren en ook niet dat Van Lanschot
geenverplichting had om haar advisering te actualiseren (zie ook randnummers 3.4 en 3.7 hiervoor). Ik lees in het subonderdeel verder niet dat het hof (i) ten onrechte of onbegrijpelijk zou hebben nagelaten om bij zijn oordeel te betrekken dat Corona Holdings in feitelijke instanties met voldoende onderbouwde feitelijke stellingen (en welke) zou hebben aangevoerd dat Van Lanschot had moeten twijfelen aan de juistheid van mededelingen van Corona Holdings en/of aan haar actuele belangen en behoeften en (dus) (ii) in het licht van deze (beweerdelijke) stellingen had moeten oordelen dat Van Lanschot na nader onderzoek haar advisering had moeten actualiseren en/of mededelingen van Corona Holdings had moeten controleren (zie ook randnummer 3.8 hiervoor). In het subonderdeel lees ik evenmin dat het aanvoert dat het hof ten onrechte niet (uitdrukkelijk) als aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaakt heeft beoordeeld of Van Lanschot niet of in beperkte mate haar advies heeft geactualiseerd en/of mededelingen van Corona Holdings heeft gecontroleerd. Voor zover het subonderdeel wel zo zou moeten worden gelezen, kan het subonderdeel overigens nog steeds niet tot cassatie leiden. Het hof heeft de stellingen van Corona Holdings gelezen en gewaardeerd en is kennelijk tot het oordeel gekomen dat Corona Holdings niet als afzonderlijke aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaakt heeft aangevoerd dat Van Lanschot de juistheid van de in 2017 door Corona Holdings gedane mededelingen niet of in beperkte mate heeft gecontroleerd en dat Van Lanschot haar advisering aan Corona Holdings niet regelmatig heeft geactualiseerd. Het hof heeft de stellingen van Corona Holdings zo gelezen dat Corona Holdings steeds heeft aangevoerd dat Van Lanschot Corona Holdings (adequaat) had moeten adviseren om haar aandelenkapitaal te
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili. Dat is niet onbegrijpelijk (zie ook randnummers 3.9-3.10 hiervoor). [45]
in een inleidende paragraafvan de memorie van grieven een aantal verwachtingen heeft uitgesproken over wat Van Lanschot volgens Corona Holdings zou (hebben) moeten doen, maar uit deze passages volgt niet dat Corona Holdings Van Lanschot als aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaakt heeft verweten dat Van Lanschot de juistheid van de in 2017 door Corona Holdings gedane mededelingen niet of in beperkte mate heeft gecontroleerd en dat Van Lanschot haar advisering aan Corona Holdings niet regelmatig zou hebben geactualiseerd. De lezing van het hof is in ieder geval tegen deze achtergrond niet onbegrijpelijk.
KYC-regels”) informatie in te winnen over diens financiële positie, kennis, ervaring, risicobereidheid en beleggingsdoelstelling. Die klantinformatie heeft de bank nodig om de klant goed te kunnen adviseren. Zoals ook bij Van Lanschot het geval is, kennen beleggingsondernemingen hun klanten op basis van de ingewonnen informatie in de regel een bepaald risicoprofiel toe. Dat risicoprofiel is vervolgens richtinggevend voor (de samenstelling van) de beleggingsportefeuille en specifieke beleggingsadviezen.
[betrokkene 4]”) telefonisch met [betrokkene 5] van Corona (“
[betrokkene 5]”) heeft doorgenomen wat op de vragen moest worden geantwoord, opdat, aldus [betrokkene 4] , de beleggingsadviesovereenkomst zou kunnen worden aangegaan. Die beleggingsadviesovereenkomst was immers de voorwaarde voor (de verstrekking van) het effectenkrediet. Klaarblijkelijk ging het er Van Lanschot niet om dat de vragen van de lijst op de juiste wijze werden beantwoord, maar louter dàt de vragen werden beantwoord. Het is in ieder geval duidelijk dat de antwoorden op de vragen niet sporen met de Bestemmingen.
Wat zijn de beleggingsdoelstellingen met deze rekening?” en het daarop vermelde antwoord: “
Minder essentiële doelstellingen zoals dividenduitkeringen voor schenkingen of eerder stoppen met werken.” De antwoorden staan haaks op de werkelijke doelstelling van [betrokkene 1] met De Effectenportefeuille, te weten de Bestemmingen. Linksom of rechtsom, Van Lanschot heeft hier niet zorgvuldig gehandeld.
proactieve) wijze zou hebben kunnen kwijten van haar advies- en zorgvuldigheidsverplichtingen jegens Corona.”
aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaaktheeft verweten dat Van Lanschot de juistheid van de in 2017 door Corona Holdings gedane mededelingen niet of in beperkte mate heeft gecontroleerd of dat Van Lanschot haar advisering aan Corona Holdings niet regelmatig heeft geactualiseerd. Ook de volgende passage uit een kernparagraaf van de memorie van grieven bevestigt dat Corona Holdings zich heeft beroepen op een andere aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis die schade zou hebben veroorzaakt: [47]
De zorgvuldigheids- en adviesverplichtingen van Van Lanschot
integraleadvisering, toegespitst op de situatie waarin Corona zich bevond. Een dergelijke integrale advisering was op de eerste plaats een kernverplichting van Van Lanschot uit hoofde van de contractuele beleggingsadviesrelatie met Corona, zéker na de door Corona en [betrokkene 1] geuite zorgen over de waarde van de Effectenportefeuille respectievelijk hun adviesverzoeken over hedging.”
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili – ook verder onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Het hof zou daarin namelijk uitgaan van een te enge interpretatie van de stellingen van Corona Holdings over de tekortkoming van Van Lanschot. Corona Holdings heeft volgens het subonderdeel ook aangevoerd dat:
hedgingen andere beschermingsmogelijkheden; [48]
irritatie opwekken bij de klant”; [49]
hedging-advisering had moeten betrekken; [51]
hedgingte duur of complex was; [54]
ad hoc, niet beredeneerd, onvoldoende maatwerk en algeheel ondermaats waren. [55]
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili of dat het hof alleen dit verwijt in de stellingen van Corona Holdings heeft gelezen. [56] Het hof heeft geoordeeld dat aan het standpunt van Corona Holdings dat Van Lanschot is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgverplichtingen uit de beleggingsovereenkomst steeds de stelling ten grondslag ligt dat Van Lanschot Corona (adequaat) had moeten adviseren om haar aandelenkapitaal te
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili. Ik verwijs naar randnummers 3.4 en 3.14-3.17 hiervoor om herhaling te voorkomen. Met andere woorden: déze stelling vormt volgens het hof de kern van het betoog van Corona Holdings dat Van Lanschot is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgverplichtingen uit de beleggingsadviesovereenkomst. [57] Daarom kan een schending van deze zorgverplichtingen niet komen vast te staan als niet van de juistheid van deze stelling is gebleken, aldus het hof. Het hof heeft dus niet alleen deze stelling in het betoog van Corona Holdings gelezen. Aldus mist het subonderdeel feitelijke grondslag.
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili. [59] In het licht van de uitgangspunten die het hof bij zijn beoordeling heeft gehanteerd en de vaststaande feiten is dat geen onbegrijpelijke redenering. Ik verwijs naar randnummers 1.1-1.20, 3.4-3.10 en 3.21 hiervoor om herhaling te voorkomen.
hedgenmet het oog op de benodigde liquiditeit voor de projecten in Turkije en Chili. Het hof hoefde daarom niet (uitdrukkelijk) aandacht te besteden aan deze stellingen. In cassatie hebben partijen wel uitgebreid aandacht besteed aan deze stellingen. Ik volsta met een verwijzing naar dit debat. [61] In cassatie is mijns inziens geen plaats voor een uitgebreide feitelijke herbeoordeling van voornoemde stellingen.
hedging-mogelijkheden. Corona Holdings heeft in het bijzonder nagelaten te concretiseren wat Van Lanschot haar had moeten adviseren anders dan wat zij Corona Holdings heeft geadviseerd. Het enkel noemen van een aantal voorbeelden van volgens Corona Holdings gepaste
hedge-instrumenten (
putopties op aandelen die vergelijkbaar zijn met MRC-aandelen of een Turbo/Booster op de olieprijs) en twee varianten die bij een eventuele schadeberekening zouden kunnen worden uitgewerkt (aankoop van
put-opties Schlumberger/Halliburton en een BNP Booster Short) was niet voldoende, aldus het hof. Zie rov. 4.4. van het bestreden arrest. Met het voorgaande heeft het hof de stellingen die het subonderdeel onder a.-g. noemt, althans een deel van deze stellingen, van onvoldoende gewicht geacht om te komen tot het oordeel dat Van Lanschot is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgverplichtingen uit de beleggingsadviesovereenkomst. [62] Het hof heeft dus niet verzuimd om deze stellingen (in een bredere context) te beoordelen.
hedgingmogelijkheden en in het bijzonder heeft Corona Holdings volgens het hof nagelaten te concretiseren wat Van Lanschot haar had moeten adviseren, anders dan wat zij Corona Holdings heeft geadviseerd, aldus het onderdeel. Het hof zou met zijn oordeel hetzij te hoge eisen hebben gesteld aan de stelplicht van Corona Holdings, hetzij zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd hebben. Corona Holdings zou hebben gesteld dat Van Lanschot haar een gepast
hedge-instrument had moeten aanbieden, zoals
putopties op aandelen die vergelijkbaar zijn met MRC, of een Turbo/Booster op de olieprijs. [63] Ook heeft Corona Holdings erop gewezen dat Van Lanschot heeft nagelaten haar te wijzen op een voor de hand liggend alternatief voor het kopen van kortlopende
call- of
putopties, [64] namelijk de mogelijkheid om een langlopende OTC-optietransactie [65] aan te gaan. [66] Daarnaast zou Corona Holdings hebben aangevoerd dat een advies van Van Lanschot ook had kunnen inhouden dat
hedgingniet verstandig was of dat Van Lanschot onvoldoende kennis in huis had om over dat onderwerp te adviseren. [67] Van Lanschot zou hebben nagelaten integraal te adviseren met de plus- en minpunten van de ene of andere beschermingsstrategie op een rij, aldus Corona Holdings. [68] Ook heeft Corona Holdings nog een uitvoerige opinie van [deskundige] overgelegd, waarin hij bespreekt wat Van Lanschot had kunnen en moeten adviseren, aldus het onderdeel. [69] In het licht van de hiervoor genoemde (gemotiveerde) stellingen van Corona Holdings, zou onjuist of onbegrijpelijk zijn dat het hof oordeelt dat Corona Holdings haar standpunt onvoldoende concreet heeft gemotiveerd. [70] Het andersluidende oordeel van het hof wekt bij Corona Holdings stellig de indruk dat zij nooit een eerlijke kans heeft gehad bij het hof. De stelplicht van een benadeelde partij in relatie tot een professionele bankbeleggingsinstelling als Van Lanschot zou in elk geval niet zo ver reiken dat die benadeelde in concreto moet aanduiden wat de professionele partij hem precies had moeten adviseren, anders dan het hof klaarblijkelijk meent.
hedging-mogelijkheden en dat Corona Holdings in het bijzonder heeft nagelaten te concretiseren wat Van Lanschot haar had moeten adviseren anders dan wat zij Corona Holdings heeft geadviseerd. Dit oordeel is onderdeel van een overweging ten overvloede. Dat blijkt uit het (hieraan voorafgaande) oordeel van het hof in rov. 4.4. van het bestreden arrest: “
Reeds omdat er niet van kan worden uitgegaan dat Van Lanschot haar advisering op die doelstelling had moeten afstemmen, falen de grieven.” Nu dit laatste oordeel in cassatie niet met succes wordt bestreden – zie mijn bespreking van subonderdelen 1.1-1.3 – mist Corona Holdings belang bij onderdeel 2.
hedge-instrumenten waarmee haar verliezen beperkt zouden zijn gebleven (
putopties op aandelen die vergelijkbaar zijn met MRC-aandelen of een Turbo/Booster op de olieprijs) en dat Corona Holdings twee varianten heeft genoemd die bij een eventuele schadeberekening zouden kunnen worden uitgewerkt (aankoop van
put-opties Schlumberger/Halliburton en een BNP Booster Short). Maar daarmee heeft Corona Holdings volgens het hof niet voldaan aan haar stelplicht ten aanzien van de volgens haar onvoldoende adequate advisering door Van Lanschot. Deze redenering is niet onbegrijpelijk. In het licht van de uitgangspunten die het hof in rov. 4.2. van het bestreden arrest heeft vooropgesteld en de vaststaande feiten, is het niet onbegrijpelijk dat het hof van Corona Holdings méér vergde. Ik verwijs naar randnummers 1.1-1.20 en 3.4-3.10 hiervoor om herhaling te voorkomen. Ik begrijp het oordeel van het hof zo dat Corona Holdings niet voldoende heeft gesteld waarom Van Lanschot haar onvoldoende adequaat heeft geadviseerd. Met andere woorden: Corona Holdings had moeten uitleggen
waaromde adviezen die Van Lanschot daadwerkelijk heeft gegeven tekortschoten (en dus
waaromVan Lanschot iets anders had moeten adviseren). Dat heeft Corona Holdings onvoldoende gedaan. Goed te begrijpen valt dat het noemen van voorbeelden en varianten voor een schadeberekening en het verwijzen naar een advies van een deskundige – dat zijn stellingen [72] waarop het onderdeel zich beroept – in dit kader niet genoeg zijn. [73] Voor zover het hof (andere) stellingen [74] die het onderdeel noemt niet (uitdrukkelijk) heeft weergegeven en beoordeeld in rov. 3.3. en 4.2.-4.4., geldt dat deze stellingen niet essentieel zijn. Deze stellingen kunnen immers niet tot een andere uitkomst leiden. [75] Op het voorgaande stuit het onderdeel af.
in elk gevalzo ver zou reiken dat die benadeelde in concreto moet aanduiden
wat de professionele partij hem precies had moeten adviseren. Het hof heeft geoordeeld dat Corona Holdings voldoende had moeten stellen dat sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de beleggingsadviesovereenkomst.
De wijze waarop [betrokkene 1] met de adviezen van Van Lanschot is omgegaan, is volgens het hof redengevend voor zijn oordeel dat de blote stelling van [betrokkene 1] tijdens de mondelinge behandeling dat hij een ‘goed advies’ van Van Lanschot
zonder meerzou hebben opgevolgd niet als juist kan worden aanvaard (rov. 4.4.). Het onderdeel lijkt rov. 4.4. anders te duiden, althans weer te geven. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag: het hof heeft niet geoordeeld dat (i) uit het (beweerdelijke) feit dat Corona Holdings de door Van Lanschot gegeven ontoereikende adviezen niet heeft opgevolgd, zou blijken dat Corona Holdings ook een deugdelijk advies niet zou hebben opgevolgd en het hof heeft ook niet geoordeeld dat (ii) [betrokkene 1] (hoe dan ook) een ander advies van Van Lanschot niet zou hebben opgevolgd.
zonder meerzou hebben opgevolgd niet als juist kan worden aanvaard.
zonder meerzou hebben opgevolgd. Duidelijk is dat [betrokkene 1] (sterke) eigen voorkeuren had en eigen beslissingen nam. Het is wat mij betreft daarom niet onbegrijpelijk dat het hof de mogelijkheid heeft opengehouden dat [betrokkene 1] een ander advies niet zou hebben opgevolgd. Wat het onderdeel vermeldt over (beweerdelijke) stellingen van Corona Holdings in feitelijke instanties maakt het oordeel van het hof dat niet als juist kan worden aanvaard dat [betrokkene 1] een ‘goed advies’ van Van Lanschot
zonder meerzou hebben opgevolgd voorts niet onbegrijpelijk. Het onderdeel licht mijns inziens ook onvoldoende (concreet) toe waarom dat wél het geval zou zijn. Voor zover het onderdeel refereert aan (beweerdelijke) stellingen van Corona Holdings over de deugdelijkheid van adviezen van Van Lanschot geldt bovendien dat het hof niet noodzakelijkerwijs op (al) die stellingen hoefde in te gaan
bij de beoordeling van het causaal verband.
dat zij schade heeft geleden. Het hof heeft geoordeeld dat de mogelijkheid dat Corona Holdings bij het opvolgen van een ander advies van Van Lanschot in een betere financiële positie had verkeerd en dus schade heeft geleden ten gevolge van een (veronderstellenderwijs aangenomen) tekortkoming van Van Lanschot niet aannemelijk is gemaakt.
De mogelijkheid van schadeis volgens het hof dus niet aannemelijk gemaakt.
de mogelijkheid van een betere financiële positie van Corona Holdings bij het opvolgen van een ander advies van Van Lanschotniet aannemelijk is gemaakt, laat staan waarom dit onbegrijpelijk zou zijn. Het onderdeel geeft niet aan dat Corona Holdings in feitelijke instanties en in het kader van causaal verband en schade voldoende zou hebben gesteld (i)
welk advies Corona Holdings (precies) zou hebben moeten krijgen (en zonder een beweerdelijke aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis ook had gekregen) en (ii)
in hoeverreen
op welke wijzedit advies afgezet tegen de daadwerkelijke gang van zaken positieve gevolgen voor de financiële positie van Corona Holdings zou hebben gehad. Het onderdeel refereert in dit verband niet uitdrukkelijk aan stellingen van Corona Holdings. [81]
Het is voldoende voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding dat feiten worden gesteld en komen vast te staan waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid. Alsdan staat het de rechter vrij om, mede in aanmerking genomen de aard van de schade, zonder nader bewijs aannemelijk te achten dat schade is geleden en de omvang hiervan vervolgens te schatten.” [82] Het oordeel van het hof in rov. 4.4. van het bestreden arrest houdt (onder meer) in dat er geen feiten zijn komen vast te staan waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid. Immers: de mogelijkheid dat Corona Holdings bij het opvolgen van een ander advies van Van Lanschot in een betere financiële positie zou hebben verkeerd en dus schade heeft geleden ten gevolge van een (veronderstellenderwijs aangenomen) tekortkoming van Van Lanschot is volgens het hof niet aannemelijk gemaakt.