Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en overweging van het hof
verklaring van [aangever], zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens mishandeling van een aangever in Eindhoven op 21 juli 2021. Het hof legde een taakstraf en een schadevergoedingsmaatregel op. De verdachte stelde in cassatie dat hij handelde uit noodweer om zijn vriend te hulp te komen.
De feiten betroffen een confrontatie tussen een vriend van de verdachte en het latere slachtoffer, gevolgd door een klap van de verdachte aan het slachtoffer nadat de vriend op de grond was gevallen. Het hof oordeelde dat de vriend de confrontatie had gezocht en dat het slachtoffer zich gerechtvaardigd verdedigde. Daarom was er geen sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waarop noodweer kon worden gebaseerd.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het beroep op noodweer werd verworpen. Het putatieve noodweer-verweer kon niet in cassatie worden ingebracht omdat dit een feitelijke beoordeling vergt. De cassatiemiddelen faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling wegens mishandeling bevestigd met afwijzing beroep op noodweer.