ECLI:NL:PHR:2024:1300
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen hennepteelt
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het telen, bereiden, bewerken en verwerken van een grote hoeveelheid hennepplanten in een ondergrondse kwekerij. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Noord Nederland, waarbij de verdachte samen met anderen de hennepkwekerij aanlegde en in stand hield. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van medeverdachten, proces-verbalen van politieonderzoek, DNA-onderzoek en telefoononderzoek.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij slechts medeplichtig was en niet medepleger, omdat hij alleen een aggregaat had verhuurd en niet betrokken was bij een nauwe en bewuste samenwerking. Dit verweer werd door het hof verworpen vanwege tegenstrijdigheden met verklaringen van medeverdachten en het bewijs van nauwe samenwerking. De Hoge Raad concludeert dat het bewezenverklaarde voldoende gemotiveerd is en dat de verdachte gedurende de gehele periode een grote rol had.
De Hoge Raad merkt ambtshalve op dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De conclusie van de AG strekt tot vernietiging van het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, veroordeling wegens medeplegen hennepteelt blijft in stand.