Conclusie
Inleiding
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
HET AANTAL OOGSTEN DAT ZOU HEBBEN PLAATSGEVONDEN
HET AANTAL PLANTEN
Getuigenverzoeken
€ 44.949,00.
€ 3.453,00
€ 13.832,00.”
drieoogsten hebben plaatsgevonden in de periode na de werkzaamheden in de woning in 2010 en is (de schatting van) het wederrechtelijk verkregen voordeel vervolgens berekend aan de hand van dit aantal van drie oogsten. Het hof heeft aldus kennelijk 1 april 2010 niet als start van de hennepteelt aangemerkt, in welk geval vier oogsten hadden kunnen worden aangenomen. Daaruit leid ik af dat het hof daarmee is uitgegaan van een kortere teeltperiode, conform het door de verdediging gevoerde verweer. Bezien in het licht van deze vaststellingen is het oordeel van het hof dat het niet noodzakelijk is [betrokkene 1] om de door de verdediging genoemde reden als getuige te horen, omdat het zich reeds voldoende voorgelicht acht en nader onderzoek niet nodig is voor enig door het hof te nemen beslissing, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Redelijke termijn
SCHENDING VAN DE REDELIJKE TERMIJN
Slotsom