ECLI:NL:PHR:2024:1316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overtreding milieuwetgeving
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer. De economische politierechter had eerder een veroordeling uitgesproken, welke het hof grotendeels bevestigde, maar daarbij geen straf oplegde. De Procureur-Generaal betoogt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 427, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 427, derde lid, Sv, dat uitzonderingen regelt op de ontvankelijkheid van cassatieberoepen tegen overtredingen van lagere regelgeving, zoals gemeentelijke verordeningen. Hoewel de overtreding betrekking heeft op een gemeentelijke afvalstoffenverordening, is de strafbaarheid gebaseerd op een voorschrift krachtens de Wet milieubeheer. De conclusie is dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat de overtreding niet onder de uitzondering van artikel 427, derde lid, Sv valt.
De conclusie bevat een uitgebreide toelichting op de achtergrond en de bedoeling van artikel 427, derde lid, Sv, waarbij wordt gewezen op het amendement dat het artikel invoerde en het onderscheid tussen overtredingen van gemeentelijke verordeningen en die van hogere regelgeving. Tevens wordt opgemerkt dat de uitzonderingsbepaling in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt geschrapt. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens toepassing van artikel 427, derde lid, Wetboek van Strafvordering.