ECLI:NL:PHR:2024:1433

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
24/00161
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 434 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep en wijst zaak terug

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter. Dit gebeurde op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro, omdat geen grieven waren ingediend en geen mondelinge bezwaren waren opgegeven.

De raadsman van verdachte had echter op 17 oktober 2023 een appelschriftuur met grieven per e-mail ingediend, welke niet bij het hof bekend was op het moment van het arrest. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit niet in acht heeft genomen en dat de niet-ontvankelijkverklaring daarom niet begrijpelijk is.

Het cassatiemiddel van de verdachte slaagt, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigt en de zaak terugwijst naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van het hoger beroep op de bestaande stukken.

De conclusie van de procureur-generaal benadrukt dat de procedurele rechten van de verdachte zijn geschonden door het niet in acht nemen van het appelschrift, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer24/00161
Zitting17 december 2024

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte
1. De verdachte is bij arrest van 16 januari 2024 door het gerechtshof Amsterdam (bij verstek) met toepassing van art. 416 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 september 2023.
2. Het cassatieberoep is op 16 januari 2024 ingesteld namens de verdachte. I.M. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat te Amsterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
4. Het hof heeft de verdachte – bij verstek – niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe overwogen:

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend, met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een "akte instellen hoger beroep", inhoudende dat op 12 oktober 2023 door mr. T.P.A.M. Wouters namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 september 2023 met parketnummer 13-178323-23.
6. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof geen acht heeft geslagen op de inhoud van het door de raadsman van verdachte per e-mail verzonden schrijven van 17 oktober 2023 waarin grieven zijn opgenomen.
7. In het proces-verbaal van het hof van 16 januari 2024 is de volgende noot opgenomen:

Na de terechtzitting is gebleken dat de raadsman op 17 oktober 2023 een appelschriftuur heeft ingediend bij de rechtbank Amsterdam, welke op het moment van het uitspreken van het arrest niet bij het hof bekend was. De raadsheer heeft de Verkeerstoren van het hof gevraagd om na te gaan of de rechtbank de appelschriftuur heeft ontvangen en wat de reden is waarom dit niet bij het hof bekend was.”
8. Tussen de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken van het geding bevindt zich een appelschriftuur van mr. T.P.A.M. Wouters, gedateerd 17 oktober 2023.
9. Gelet op het voorgaande is de beslissing van het hof om de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
10. Het middel slaagt.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG