2.3In het arrest heeft het hof een bewijsoverweging opgenomen. Deze bewijsoverweging luidt voor zover relevant als volgt (onderstrepingen mijnerzijds):
Uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang en (tijd)verband bezien, en het vorenoverwogene blijkt ten aanzien van de bijdrage van verdachte aan het delict naar het oordeel van het hof het volgende.
De verdachte is op 24 januari 2021 vanuit Gouda naar Eindhoven gereisd. Toen hij daar aankwam was er sprake van een reguliere demonstratie tegen de coronamaatregelen, aldus de verdachte Het hof stelt op grond daarvan vast dat de aankomst van de verdachte in Eindhoven derhalve voor 14:00 uur was omdat eerst vanaf dat tijdstip de vernielingen aan panden en ruiten een aanvang nam. Op de telefoon van de verdachte zijn tussen 14:59 uur en 16:33 uur 16 filmpjes aangetroffen van - kort gezegd - de rellen. De verdachte heeft weliswaar gesteld dat een deel van deze filmpjes niet door hem is gemaakt, maar via andere sociale media op zijn telefoon moeten zijn terecht gekomen, maar uit nader onderzoek blijkt dat niet juist te zijn. Uit dat onderzoek volgt dat alle filmpjes zijn gemaakt met de camera van de telefoon van de verdachte. Er zijn geen aanwijzingen dat een ander de telefoon van de verdachte die namiddag in bezit heeft gehad, zodat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die de 16 filmpjes heeft gemaakt.
Het hof heeft de filmpjes nauwkeurig bekeken en beluisterd en heeft als eigen waarneming kunnen vaststellen dat met zekerheid het merendeel van die filmpjes is gemaakt, terwijl de verdachte zich op het Stationsplein en het 18 Septemberplein in Eindhoven bevond.
Er was ten tijde van het maken van de filmpjes aldaar sprake van grote vernielingen aan publieke en burgereigendommen plunderingen en geweld tegen de politie door een groot aantal personen. Ook was er aldaar sprake van een noodbevel en een gebiedsverbod op grond waarvan het centrum van Eindhoven direct verlaten diende te worden. De verdachte heeft er desondanks bewust voor gekozen zich niet aan een en ander te onttrekken, maar is gedurende langere tijd ter plaatse gebleven. Aan de stelling van de verdachte dat hij daar wel moest blijven omdat de treinen niet meer reden gaat het hof als ongeloofwaardig voorbij. Het is een feit van algemene bekendheid dat er vanaf het Stationsplein en het 18 Septemberplein in Eindhoven meerdere “uitwegen” zijn. Dat is op een van de filmpjes zelfs te zien. Het hof stelt dan ook vast dat de verdachte zich gedurende een langere periode bewust niet heeft gedistantieerd van de - eenvoudig gezegd - relschoppers. Integendeel, uit de filmpjes blijkt dat de verdachte juist bewust de plekken op het Stationsplein en het 18 Septemberplein opzoekt op het moment dat het geweld escaleert:
- nadat nabij de Bijenkorf aan het 18 Septemberplein stenen in de richting van een MEbusje worden gegooid loopt de verdachte in de richting van de menigte en bevindt zich dan tussen de personen die stenen in de richting van dat busje gooien. Er zijn rammelende stenen te horen, hetgeen past bij het uit de bestrating halen van stenen die vervolgens worden gegooid;
- nadat de politie wordt toegestaan om traangas te gebruiken, is de verdachte in de nabijheid daarvan en filmt de vluchtende relschoppers die rond hem heen draaien en teksten scanderen als “politie, politie, hoeren van justitie” om vervolgens zelf ook weg te lopen en een en ander becommentarieert met de tekst: “Overal traangas alles. Nederland gaat voor zichzelf opkomen”;
- op het moment dat er een brandje is en uit de richting van dat brandje juichgeluiden te horen zijn, loopt de verdachte die richting op en filmt op enige afstand het door een aantal personen slopen en omvertrekken van een camerapaal;
- de verdachte staat op 1 a ½ meter van een pro-railauto die op zijn kant ligt. Hij staat dan tussen mensen die op die auto intrappen. Vervolgens staat hij bijna tegen de auto aan, terwijl er wordt geroepen “de fik er in, de fik er in”;
- op enig moment heeft de verdachte een zaklamp uit die auto gestolen;
- terwijl hij vanaf een afstandje de brandende auto filmt, becommentarieert hij dat met de tekst: “ja, dat is handig zo’n pro rail helm op je kop zetten” en “heb ik toch maar mooi die Maglite eruit gehaald voor die brand er in ging” en “anarchie jongen” en
- de verdachte bevindt zich in de nabijheid van een brandje en de vernieling van de pui van het NS station en becommentarieert dat met de tekst: “Dat krijg je als je het volk de vrijheid afpakt jongen”.
Hoewel de verdachte de door hem gebezigde teksten niet met luide stem heeft geroepen, stelt het hof vast dat zijn commentaar, omdat hij zich in de directe nabijheid van andere personen bevond, door die anderen wel gehoord moet zijn. Deze uitingen dragen, naar het oordeel van het hof, bij aan de sfeer van ontremming, die tot het geweld heeft geleid.
Door zich tegen de hiervoor geschetste achtergrond niet te onttrekken, heeft de verdachte bewust gekozen voor deelname aan de groep die zich op grote schaal schuldig maakte aan openlijke geweldpleging. Zijn aanwezigheid en handelen hebben aldus naar het oordeel van het hof niet alleen geleid tot een getalsmatige vermeerdering. De aanwezigheid en het handelen van de verdachte hebben ook bijgedragen aan de sfeer van ontremming, die tot het geweld jegens goederen en personen heeft geleid. Daarbij heeft de verdachte meegedaan aan de plundering van de auto van ProRail, die op enig moment op de kant is “gezet” en in brand is gestoken, heeft voor anderen hoorbaar zijn (instemmend) commentaar het gepleegde geweld geuit en aldus escalerend en op geen enkele wijze de-escalerend gehandeld.
Anders dan de verdediging is het hof tegen voormelde achtergrond en gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte op 24 januari 2021 een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld tegen goederen en personen, dat daarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen van de groep relschoppers, welke bijdrage van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Dat niet vastgesteld is kunnen worden dat de verdachte zelf geweldshandelingen heeft verricht doet daar niet aan af.
Aldus falen de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging. Het hof verwerpt mitsdien de verweren in al hun onderdelen.”