Conclusie
Nummer22/00275
Inleiding
Het eerste middel
Bewijsoverwegingen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens diefstal met braak (ramkraak) in een kledingwinkel te Sint-Oedenrode op 10 december 2018. De rechtbank sprak de verdachte in eerste aanleg vrij. Het cassatieberoep richtte zich op twee middelen: een bewijsklacht en een klacht over de overschrijding van de inzendtermijn in de cassatiefase.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op onder meer DNA-sporen van de verdachte op een bivakmuts die bij de ramkraak was aangetroffen, camerabeelden waarop een dader met bivakmuts te zien was, en getuigenverklaringen. De verdachte heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en geen aannemelijke verklaring gegeven voor het aantreffen van zijn DNA op de bivakmuts. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte medepleger was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de inzendtermijn van acht maanden in de cassatiefase was overschreden, waardoor strafvermindering op zijn plaats is. Ook is ambtshalve opgemerkt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. De conclusie van de plv. AG strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafduur, vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Bewezenverklaring diefstal met braak bevestigd, straf verminderd wegens termijnoverschrijding.