Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
Als het een afspraak is, dan moet er worden afgewikkeld volgens Iraans recht.De vrouw kan niet aantonen dat partijen dit hebben afgesproken. Als de vrouw een geldige huwelijksakte kan overleggen, kun je daar eens over nadenken, maar dit is een kopie waarvan we dan maar moeten aannemen dat het de huwelijksakte is. (…).’ [3] (mijn onderstreping, A-G).
Volgens de Iraanse wet kan de vrouw geen bruidsschat van de man aannemen omdat partijen beiden Christenen waren ten tijde van het sluiten van het huwelijk.Iran is een moslimland en het is voor Christenen niet mogelijk om in Iran te trouwen op een andere wijze dan op basis van de daar geldende ‘moslim’ wet.
Vastgesteld moet worden dat partijen Christen zijn en een bruidsschat geldt alleen voor moslims. Artikel 6 van Pro het Iraanse Burgerlijk Wetboek bepaalt: “De wetten met betrekking tot persoonlijke status zoals huwelijk, echtscheiding, geschiktheid en erfenis zijn van toepassing op alle Iraanse burgers, zelfs als ze in het buitenland zijn.”Dat betekent dat als de vrouw een beroep wenst te doen op de huwelijksakte dit moet worden beoordeeld rekening houdend met de persoonlijke status van partijen, in dit geval het Christendom.
maar op basis van de internationale rechtsregels geldt dat een Nederlandse rechtbank wel de echtscheiding kan uitspraken [lees: uitspreken, A-G] op grond van Nederlands recht en voorts zou de Nederlandse rechter dan de man kunnen verplichten tot betaling van een bruidsschat, omdat de rechter op het huwelijksvermogensregime Iraans recht toepast.Er wordt in dat geval rekening gehouden met een deel van de Nederlandse wet en een deel van de Iraanse wet.
De vrouw kan op basis van Iraans recht niet de echtscheiding aanvragen en haar vermeende bruidsgave opeisen.
Bruidsgave
bruidsgave waar zij naar Iraans recht geen recht op heeft. De man is van mening dat dit niet mogelijk is. In het Iraanse systeem is een (lees: het een, A-G] onlosmakelijk verbonden met het ander.Immers, indien de vrouw de bruidsgave opeist als gevolg van de scheiding en de man zou deze niet kunnen betalen, dan weigert hij in te stemmen met de scheiding. De vrouw kan in dat geval geen rechten doen gelden met betrekking tot de bruidsgave. De man is van mening dat de Nederlandse rechter deze beslissing dient over te laten aan de rechtbank in Iran.
de vrouw op basis van de islamitische wetgeving haar bruidsgave niet kan opeisen, geldt dat de bruidsschat van een vrouw haar recht is, zolang ze de religie van de islam volgt en onderworpen is aan de speciale wetten ervan. (…)
zich primair op het standpunt dat de bruidsgave naar Nederlands recht niet geldig isen daarop in Nederland in rechte geen beroep kan worden gedaan. (…)’. (mijn onderstrepingen, A-G).
onderdeel 2.
onderdelen 3 t/m 7evenmin bespreking.
onderdeel 4, waarin aan de orde wordt gesteld dat het hof heeft miskend dat art. 10:8 BW Pro niet van toepassing is in het geval dat een verdrag van toepassing is en dat het hof niet heeft gemotiveerd welke conflictregel van toepassing is.
in uitzonderlijke omstandighedende mogelijkheid heeft om de rechtsverhouding te onderwerpen aan het recht waarmee zij het nauwst is verbonden, zulks in afwijking van het recht dat door de conflictregel wordt aangewezen en met welk recht een geringere mate van verbondenheid bestaat. Voor de toepassing van deze exceptie is uitsluitend plaats in die gevallen dat de in Boek 10 BW opgenomen conflictregel berust op de veronderstelde nauwe band met het door de conflictregel aangewezen recht. Een conflictregel die is opgenomen in een verdrag of in een verordening kan niet opzij worden gezet door de in art. 10:8 BW Pro opgenomen algemene exceptie. [7] Deze exceptieclausule kan ook niet worden toegepast wanneer partijen een geldige rechtskeuze zijn overeenkomen (lid 2).