ECLI:NL:PHR:2024:194
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring wetenschap criminele herkomst geld bij opzetwitwassen
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van witwassen van een bedrag dat afkomstig was uit oplichting. Het hof baseerde zich op onder meer een schermafbeelding van een bankrekening waarop het geld was bijgeschreven, een telefoongesprek waarin de verdachte sprak over het opnemen van geld, en een foto waarop de verdachte met het geld te zien was. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de verdachte niet kon worden gekoppeld aan het telefoonnummer uit het telefoongesprek.
De rechtbank sprak de verdachte vrij omdat het proces-verbaal dat de verdachte koppelde aan het telefoonnummer ontbrak in het dossier. Dit proces-verbaal werd echter later alsnog in het dossier gevoegd en door het hof meegewogen. Het hof oordeelde dat de verdachte wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf, mede omdat hij het geld opnam van een rekening die niet op zijn naam stond en het geld direct doorgaf aan een ander.
In cassatie werd geklaagd over de bewezenverklaring, maar de Procureur-Generaal concludeerde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was. De verklaring van de verdachte dat het geld nepgeld zou zijn, werd door het hof als ongeloofwaardig beoordeeld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van witwassen.