Conclusie
1. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 11 april 2019, dossierpagina’s 6-9, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :
[verdachte] (het hof begrijpt telkens: de verdachte)';
niethaar rug naar hem stond. Toen zij dat zag heeft mijn moeder gezegd dat zij de honden wilde uitlaten samen met mij. Tijdens het lopen heb ik verteld wat er was gebeurd tussen [verdachte] en mij.
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
UOS - betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
Bewijsoverwegingen
inde tenlastegelegde pleegperiode met verschillende anderen heeft gepraat, en (ii) dit misbruik ook (in die periode) al het onderwerp van gesprek was toen de verdachte daarmee geconfronteerd werd in het bijzijn van de moeder van [slachtoffer] en [betrokkene 2] . Het hof stelt vast dat in ieder geval gedurende die periode nog geen sprake was van enige hervonden herinnering of een droom naar aanleiding van therapie. Die vaststelling, waaruit volgt dat het hof van geen enkele objectieve aanwijzing is gebleken die wat betreft de tenlastegelegde pleegperiode op het tegendeel wijst, acht ik niet onbegrijpelijk.